Skip to main content

Auteur: admin

Bij mijn tante in Twente

Ik zit samen met mijn puberzoon op de tweezitsbank bij m’n tante. 
De drie andere stoelen in deze knusse woonkamer zijn bezet door mijn moeder, oom en tante. 
Mijn tante in Twente – ruim honderd kilometer, én een tijdreis. 

In deze kamer heb ik als kind veel gespeeld.
Thee gedronken uit deze theeglazen. 
Ontbijtkoek gegeten van, misschien, ditzelfde schoteltje. 
Op een eerdere versie van deze bank gezeten. 
Naar hetzelfde dialect geluisterd. 
Dezelfde ontspannen sfeer. 

Ik voel me in een andere tijd. 

In een andere tijd

Dan komt mijn neef binnen. 
Zijn baard weer iets grijzer. 

Ik draai mijn hoofd iets naar mijn zoon 
en geef een klein zijwaarts knikje 
met mijn kin. 

Hij kijkt me verbaasd aan.
‘Wat?’

Ik beweeg mijn kin nog eens.
‘Toe,’ zeg ik.

‘Wat bedoel je?’
‘Schuif even op.’

Met een verbaasde blik schuift hij aarzelend een paar centimeter op.
Ik schuif iets dichter naar hem toe en mijn neef komt naast mij op de bank zitten. 
Gezellig. 

Terug naar 30 jaar geleden?

Vertraagd dringt de verbazing van mijn zoon tot mij door. 
Want: ik zit in de woonkamer van vroeger. 
Bij mijn tante, waar er ongeacht de ruimte altijd plek was voor één meer
en waar ‘even inschikken’ automatisch ging. 

Mijn lijf en gedrag stappen in een reflex van toen.

En mijn zoon,
gewend aan dubbel zoveel zitplekken en de helft zoveel familie,
begrijpt niet wat ik bedoel. 

In de auto vertel ik over Sinterklaasfeest met 15 familieleden in deze kamer. 
Het lijkt mijn zoon technisch gezien onmogelijk. 

Cultuur

In mijn werk gaat het veel over cultuur.
Vaak over culturen uit verschillende landen,
of over de cultuur van een organisatie.

Maar cultuur is niet alleen gebonden aan een regio, taal of plek –
ook aan een familie, of een tijd.

Vertragende vragen

Onlangs gingen we tijdens een inspiratiedag aan de slag met vertragende vragen. Dit zijn vragen die je helpen om uit te zoomen en stil te staan, juist op het moment dat je geneigd bent door te rennen.

Waarom zou je willen uitzoomen en stilstaan?

Vooral in situaties waarin je druk of stress ervaart, hebben mensen de neiging om te doen wat ze altijd al deden. Zo zijn veel zorgprofessionals nogal goed in ‘ja’ zeggen als er een beroep op hen wordt gedaan. Soms zijn ze júist als ze het druk hebben nog eerder geneigd om ‘ja’ te zeggen. Want dit is het bekende antwoord en kost daarom minder energie.

Maar als je je onbewuste gewoontes wilt veranderen, dan moet je uit je bestaande patronen komen. Dat lukt meestal niet terwijl je doorrent. Je moet even uitzoomen en stilstaan.

Vertragende vragen helpen je hierbij

Vertragende vragen nodigen je uit om even uit te zoomen. Om niet te focussen op één specifieke situatie, maar om het grotere plaatje te bekijken. Vragen kunnen bijvoorbeeld zijn:

  • Waar gaat dit eigenlijk écht over?
  • Waar of wanneer heb je dit eerder meegemaakt?
  • Van wie is dit eigenlijk?

De kracht van oprechte aandacht

Het is belangrijk dat deze vragen vanuit oprechte aandacht worden gesteld. Dan kunnen ze heel veel in beweging brengen. Het is helemaal niet nodig om deze vraag te beantwoorden of de situatie op te lossen. Sterker nog: soms is het krachtiger om juist de vraag een tijdje met je mee te nemen.

Ook voor de vragensteller is dit leerzaam. Veel mensen willen graag iets oplossen, iemand vooruit helpen. Maar soms is ‘er zijn’ het belangrijkste dat je kunt doen.

Dat zie ik bij dagen zoals de inspiratiedag. Maar ik zie het ook op de werkvloer in de zorg. Ik zie het als ik werk met vluchtelingen. Gewoon er zijn, iemand horen, iemand echt zien. Dat is waar ruimte ontstaat voor echte beweging.

Empathie in plaats van sympathie

Toevallig stuurde een vriendin mij vorige week een filmpje dat bij dit thema past. Het is een video van Brené Brown dat gaat over empathie versus sympathie. Hoewel ik vind dat ‘sympathie’ niet helemaal recht wordt gedaan in de video, is de manier waarop zij het verschil laat zien wel heel behulpzaam:

Vertraging en vertragende vragen helpen je om in die empathische houding te blijven. Aanwezig en zonder haast om iets op te lossen.

Wil jij meer vertragen?

Als je vertraagt sta je niet stil, maar maak je een bewuste keuze om uit je bekende patronen te stappen. Je maakt ruimte voor iets nieuws. Soms is hier alleen maar een vraag voor nodig.

Welke vertragende vraag zou jou kunnen helpen om uit je bekende patronen te stappen?

Waarom je voorzichtig moet zijn met de term intrinsieke motivatie

In mijn workshops en trainingen besteed ik weinig aandacht aan het verschil tussen intrinsieke en extrinsieke motivatie. In dit artikel leg ik uit waarom.

Wil je wel verschillende soorten motivatie onderscheiden? Dan geef ik aan welke termen je volgens mij beter kunt gebruiken.

‘Maar cliënten moeten dan wel intrinsiek gemotiveerd zijn!’

Onlangs kwam deze opmerking in een workshop voorbij.

De discussie intrinsieke motivatie en extrinsieke motivatie vermijd ik in een korte workshop meestal, omdat ik vind:

  • Dat het werken met eenvoudige modellen de implementatie bevordert. Als je een eenvoudig denkmodel van motivatie gebruikt, dan is de kans groter dat je dit ook echt inzet dan wanneer je een complexer denkmodel hebt.
  • Dat intrinsieke motivatie naar mijn mening meestal onhaalbaar is binnen de thema’s waarop ik en mijn klanten werken.
  • Dat iedereen een eigen invulling heeft gegeven aan het begrip intrinsieke motivatie.

In dit artikel deel ik met je wat intrinsieke motivatie is, waar de term vandaan komt, waarom het streven naar intrinsieke motivatie volgens mij onhaalbaar en welke termen je veel beter kunt gebruiken.

Deci & Ryan

Als het gaat over intrinsieke en extrinsieke motivatie, dan gaat het over Deci & Ryan. Deze onderzoekers hebben veel gepubliceerd over motivatie. Zij ontwikkelden de zelfdeterminatietheorie, die de samenhang tussen verschillende soorten motivatie en gedrag verklaart.

In deze theorie wordt er uitgegaan van drie basisbehoeften: autonomie, competentie en verbondenheid. Bij deze termen kan je aan ongeveer het volgende denken:

  1. Autonomie gaat over de behoefte om een bepaalde mate van controle te hebben over ons eigen leven en om onze eigen beslissingen te nemen. Of in ieder geval: om achter de reden voor je gedrag te staan, ongeacht of je dit zelf hebt ingezet.
  2. Competentie gaat over de behoefte om effectief te zijn in ons doen en laten en om onszelf te ontwikkelen. Het gaat over doeltreffend met onze omgeving omgaan en om je aan kunnen passen aan een veranderende omgeving.
  3. Verbondenheid gaat over de behoefte om ons verbonden te voelen met anderen en om deel uit te maken van sociale groepen. We willen positieve relaties opbouwen, we willen ons geliefd en verzorgd voelen en we willen ook voor anderen zorgen.

Deci & Ryan geven aan dat deze drie psychische behoeften moeten worden vervuld om gemotiveerd te zijn en te blijven. De termen en de interpretatie hiervan zijn echter ontzettend complex.

Persoonlijk vind ik trouwens dat deze basisbehoeften niet altijd goed geïnterpreteerd worden in de zorg, waardoor er misverstanden ontstaan die de kwaliteit van leven van cliënten beïnvloeden én zorgen voor handelingsverlegenheid bij medewerkers. Maar daarover volgt wellicht nog eens een ander blog.

Hoe zit het met intrinsieke en extrinsieke motivatie?

Deci & Ryan geven aan dat de vervulling van de basisbehoeften autonomie, competentie en verbondenheid leidt tot motivatie. Daarbij leggen zij de nadruk op het streven zo goed mogelijke motivatie.

Zij streven naar kwaliteit boven kwantiteit.

Zij geven hier vorm aan door te spreken over verschillende soorten motivatie. De meest bekende indeling die zij gebruiken is die tussen extrinsieke en intrinsieke motivatie. Hierbij zien zij intrinsieke motivatie als de kwalitatief hoogste soort. De kwaliteit van de motivatie is van links naar rechts oplopend.

externe motivatie en interne motivatie in schema

Van deze twee soorten is de intrinsieke motivatie het makkelijkst te beschrijven. Je bent intrinsiek gemotiveerd wanneer je iets doet dat puur om die activiteit gaat. Dus de beloning komt niet voort uit de activiteit, maar is de activiteit.

Denk bijvoorbeeld aan kinderen die spelen. Zij spelen niet omdat hen dit iets oplevert. Zij spelen omdat ze willen spelen. Of denk aan mensen die een grote passie hebben. Zij zingen, maken muziek of sporten omdat ze die activiteit echt willen doen.

Er is bij intrinsieke motivatie een onmiddellijke relatie tussen de activiteit en dat wat het hen oplevert. Het één hangt onmiddellijk samen met het ander. Bij intrinsieke motivatie hoef je je niet tot iets te zetten, het is volledig vanzelfsprekend dat je het doet.

Dat betekent voor extrinsieke motivatie dat er altijd een factor is van ‘je ergens toe zetten’. Omdat de activiteit je (meestal) wel iets oplevert, maar niet dat dit per se de activiteit zelf is.

Voorbeelden van intrinsieke en extrinsieke motivatie

De deelnemers in mijn trainingen willen hun cliënten begeleiden bij bijvoorbeeld gezonder eten, meer/fijner/gezonder bewegen of het beter inzetten van hun stem. Dit gaat bijna allemaal om extrinsieke motivatie.

  • Iemand wil afvallen zodat hij makkelijker met zijn kleinkinderen kan spelen
  • Iemand wil haar stem beter leren gebruiken zodat ze beter overkomt bij een presentatie
  • Iemand wil sporten zodat ze zich fitter voelt in haar dagelijks leven.

Het gedrag staat in dienst van iets anders. Een gevoel of een resultaat. Je zou kunnen zeggen:

Kan je zodat zetten tussen de activiteit en iets wat het oplevert, dan is het al extrinsieke motivatie. Oók als het iets is wat je zelf iets oplevert.

Want bij intrinsieke motivatie is dat nauwelijks mogelijk:

  • Kinderen spelen, zodat……? Nee: ze spelen omdat ze willen spelen.
  • Peter speelt piano, zodat….? Nee: Peter speelt piano omdat hij piano wil spelen.
  • Hilde gaat hardlopen, zodat…? Nee: Hilde loopt hard omdat ze hard wil lopen.

Bij intrinsieke motivatie is er de activiteit omdat mensen die activiteit willen.

Verschillende soorten extrinsieke motivatie

Maar gelukkig houdt het hier niet op, volgens Deci & Ryan. Want terwijl zij maar één soort intrinsieke motivatie beschrijven, beschrijven ze wel meer soorten extrinsieke motivatie. Zij beschrijven 4 soorten, waarbij goed is om te beseffen dat ook in deze afbeelding de kwaliteit van de motivatie oplopend is van links naar rechts.

extrinsieke motivatie uitgewerkt naar verschillende soorten regulatie

Persoonlijk houd ik van eenvoudige modellen. En voor mij is dit model, waarin we inmiddels te maken hebben met 4 soorten motivatie binnen extrinsieke motivatie, niet meer direct toepasbaar omdat het denkwerk vraagt.

Het enige wat ik belangrijk vind om te onthouden is dat de oorzaak van de motivatie, hier causaliteit genoemd, van links naar rechts steeds dichter bij de persoon zelf komt.

extrinsieke motivatie en causaliteit uitgewerkt in een tabel

Helemaal links is de externe causaliteit. Denk hierbij aan straffen of beloningen, zoals ontslag of juist een bonus. Terwijl hoe verder je naar rechts gaat, de oorzaak van de motivatie steeds dichter bij iemand zelf komt. Iemand onderneemt actie omdat hij nu eenmaal zo is.

Naar een werkbaar model

Om van al deze stappen weer een werkbaar model te maken, worden de 4 soorten extrinsieke motivatie en de intrinsieke motivatie op een andere manier onderverdeeld.

Het gaat hier om gecontroleerde motivatie en autonome motivatie.

Gecontroleerde en autonome motivatie volgens Deci en Ryan - Marielle Tromp

Onder gecontroleerde motivatie vallen de eerste twee soorten extrinsieke motivatie. De overeenkomst tussen deze twee soorten is dat hier datgene wat je doet bepaald wordt door straffen en beloningen. Deze straffen en beloningen kunnen vanuit een ander komen, maar het kunnen óók stemmetjes of gevoelens in jezelf zijn (’wat ben je toch een stomkop dat je dit zo aanpakt’).

Gecontroleerde motivatie wordt beschouwd als motivatie van een lage kwaliteit. Het is niet zo betrouwbaar en als de straffen of beloningen wegvallen dan is de kans erg groot dat het gedrag er ook niet meer is.

Onder autonome motivatie vallen de volgende twee soorten extrinsieke motivatie én de intrinsieke motivatie. De overeenkomst hier is dat het niet gaat om straffen of beloningen, maar om dat je iets doet omdat het zelf – om welke reden dan ook – belangrijk vindt. Je vindt het belangrijk om te doen. Het past bij jouw waarden en overtuigingen. Of het gaat je om de activiteit zelf, bij intrinsieke motivatie.

Deze autonome motivatie wordt beschouwd als motivatie van een hogere kwaliteit. Het is duurzamer en betrouwbaarder, omdat je niet afhankelijk bent van prestaties of meningen om dit gedrag in te zetten.

Gebruik de term autonome motivatie

Naar mijn idee gebruiken veel mensen de term intrinsieke motivatie als ze eigenlijk autonome motivatie bedoelen.

Natuurlijk: elke term heeft verschillende uitleggen. Misschien betekent voor iemand die redeneert vanuit een andere theorie of kader hetzelfde begrip wel iets heel anders. Dat is niet erg, als je maar weet waar je het over hebt.

Maar binnen mijn werkveld van zorg en welzijn gaat het naar mijn idee vrijwel altijd om autonome motivatie in plaats van intrinsieke motivatie. Mijn advies is daarom om ook echt de term autonome motivatie te gaan gebruiken.

Toepassing

Binnen mijn trainingen maken we gebruik van deze theorie door altijd te putten uit de autonome motivatie van mensen. Daar benadruk ik ook dat gebruikmaken van extrinsieke motivatie valkuilen kent.

Een grote valkuil is om gedrag dat mensen van nature doen te gaan belonen. Het kan zijn dat iets waar mensen autonoom voor gemotiveerd waren zo steeds meer iets wordt waar zij gecontroleerd voor gemotiveerd worden. Dit sluit aan bij de theorie over het stimuleren van een groeimindset van Carol Dweck.

Ook bij het geven van complimenten speelt dit een rol. Het is belangrijk om complimenten niet te geven op prestaties/het resultaat, maar juist op de inspanning/het proces. Want als je dit niet doet, dan is ook hier het risico dat de kwaliteit van de motivatie vermindert. Hier schrijf in over in mijn e-book Meer Complimenten.

Ook binnen coaching en programma’s gericht op werkplezier maak ik gebruik altijd gebruik van dit model. Het geeft handvatten over hoe je jezelf (of je medewerkers) effectief kunt ondersteunen bij motivatie.

Samenvatting

Mijn advies is zorgvuldig te zijn met de termen die je gebruikt als het om motivatie gaat. Maak duidelijk wat je precies met termen bedoelt.

Wil je aansluiten bij de terminologie van de zelfbeschikkingstheorie van Deci en Ryan?

Maak dan geen onderscheid tussen extrensieke en intrinsieke motivatie.

Maar kies voor de termen gecontroleerde en autonome motivatie.

Bronnen:

  • Edward L. Deci and Richard M. Ryan (2000). The “What” and Why” of Goal Pursuits: Human Needs and the Self-Determination of Behavior. Psychological Inquiry.
  • Anja Van den Broeck, Maarten Vansteenkiste, Hans De Witte, Willy Lens en Maarten Andriessen (2009). De Zelf-Determinatie Theorie: kwalitatief goed motiveren op de werkvloer. Gedrag en Organisatie.

Dit blog schreef ik in april 2023 en paste ik aan in september 2025.

🎉 Level 48

Afgelopen weekend was ik jarig. Ik werd 48 jaar en zei: ik heb level 48 behaald.

Die term gebruikte ik bewust. Niet omdat ik het leven als een spel zie, maar vooral als waardering: een manier om te vieren dat ik 48 mág worden.

En opeens voelde het ook nog als een mooi getal. Een dynamische balans: de één het dubbele van het ander. Zo was mijn jaar ook. Ik ben veel oude dingen aangegaan én er kwamen nieuwe dingen op mijn pad. Eén van de leukste en verrassendste dingen was dat ik begon met roeien. Over balans gesproken 😉.

Terugkijken: wat er al is

Wie wel eens een training bij mij volgde, herkent dit: eerst kijken naar wat er al ís, wat je al hebt gedaan en wat je al kunt. En pas daarna onderzoeken wat je wilt bereiken en hoe precies.

In Positief Motiveren gaat het vaak niet als eerste om doelen of plannen. Het begint altijd met stilstaan bij wat er al is:

  • Wat heeft iemand al bereikt?
  • Welke stappen zijn er al gezet?
  • Waar zit al motivatie en kracht?

Daarover maakte ik jaren geleden ook deze video:

Voorbereid zijn zonder alles te weten

Ik geloof dat je door te kijken naar wat er al is, steviger staat in nieuwe en onzekere situaties. Ook in situaties waarin je de uitkomst nog niet kent. Dat betekent niet dat je meteen weet wat je moet doen. Maar wel dat je erop kunt vertrouwen dat je zult handelen. Juist in die momenten zonder kant-en-klaar antwoord.

Het gaat dan deels om vaardigheden. Net zo belangrijk is dat je vertrouwt op je eigen normen en waarden. En dat je in lijn daarmee keuzes maakt.

Hoe ziet dat eruit voor mijn deelnemers?

  • In trainingen Coachende Vaardigheden oefenen we hoe je anderen ondersteunt vanuit vertrouwen en kracht.
  • Voor behandelaren ligt de nadruk soms meer op persoonlijk leiderschap: leren vertrouwen dat je kunt handelen, ook al zijn de omstandigheden waarin je werkt sterk veranderd.
  • En voor iedereen geldt: werken vanuit de Fasen van Gedragsverandering. Zo kun je steeds bepalen wat er nodig is, zelfs in uitdagende situaties.

Tot slot

Ik ben benieuwd: welk level heb jij onlangs gehaald?
En hoe sta jij stil bij wat er al is, voordat je vooruitkijkt naar wat er nog komt?

De kracht van een nieuw perspectief

Vanochtend was ik bij een zorgorganisatie voor het laatste deel van de training Coachende Vaardigheden.

In de eerste dagdelen oefenen we met nieuwe vaardigheden en passen die toe op herkenbare situaties.

Aan het eind draai ik dat om: we starten met een praktijkvraag en halen er daarna pas theorie bij.

Zo ontstaan er nieuwe handelingsmogelijkheden, precies dáár waar het vastloopt.

“Ik heb een heel complex verhaal”

Een van de deelnemers begon met deze woorden.

Ik pakte mijn poppetjes erbij en nodigde haar uit:

“Vertel het maar, en laat ons ondertussen zien hoe het zit.”

Ze vertelde. En terwijl ze de poppetjes neerzette, werd het verhaal zichtbaar.

Een paar vragen later zei ze:

“Eigenlijk is het best overzichtelijk.”

Zij (het oranje poppetje) wilde een familielid (het paarse poppetje) beter betrekken.

Nieuwe invalshoeken

We zetten de situatie in het kader van de training Coachende Vaardigheden.

Waar zitten de haakjes? Wat zijn nieuwe mogelijkheden?

Haar collega’s dachten mee. Er ontstonden nieuwe invalshoeken. En handelingsmogelijkheden.

Een ander perspectief

Daarna vroeg ik haar om op mijn stoel te gaan zitten (ik zat tegenover haar).

Zo keek ze naar de situatie vanaf de plek van het familielid.

Dit nieuwe perspectief bracht direct inzichten.

Over wat lastig was voor de ander.

En over haar eigen rol.

Oefenen met het gesprek

We oefenden het telefoongesprek dat ze met het familielid wilde voeren.

We pauzeerden tussendoor. Onderzochten wat werkt.

En probeerden het opnieuw, of gingen verder.

Aan het eind van het gesprek voelde ze zich beter.

Veel meer voorbereid op iets waar ze tegenop zag.

Wil jij dit ook?

Dit najaar organiseer ik een dag voor oud-deelnemers.

We werken dan met jullie eigen praktijkvragen.

Out of the box. Want ook in je werk past het vaak niet in een hokje.

We werken met opstellingen. Met improvisatie. Met een trainingsacteur.

Wil je erbij zijn? Stuur me gerust een bericht.

Werk jij nog zoals je bent opgeleid – of zoals het nu van je gevraagd wordt?

Stel je voor: je werkt als fysiotherapeut in een vluchtelingenkamp. Of als ergotherapeut in een klein ziekenhuis ergens in een ontwikkelingsland. Je hebt nauwelijks materialen, er is weinig tijd, en de collega’s met wie je kunt sparren zijn op één hand te tellen.

Zou je dan precies zo werken als je hebt geleerd tijdens je opleiding in Nederland? 

Waarschijnlijk niet.

Je past je aan. Omdat de omstandigheden dat van je vragen. Omdat het anders niet werkt.

Maar dan deze vraag: werk jij in Nederland anno 2025 nog steeds in de context waarvoor je bent opgeleid?

De praktijk verandert – en daarmee jouw rol

Paramedici en behandelaren binnen de intramurale zorg werken anno 2025 in een compleet andere werkelijkheid dan tien, twintig of dertig jaar geleden. De inhoud van het vak is niet verdwenen, maar de context waarin je je vak uitoefent is écht veranderd. En dat heeft gevolgen voor hoe je je werk kunt — en misschien ook wel moet — doen.

Ooit had je veel directe tijd met cliënten, maar nu is dat zeldzaam geworden. Vaak is de problematiek van cliënten complexer, maar heb je ook meer cliënten. Dit terwijl de tijd die je moet besteden aan administratie en overleg ook fors is toegenomen. 

Bovendien wordt er steeds meer een coachende rol van je gevraagd. In de praktijk betekent dit dat je niet (alleen) rechtstreeks met je cliënten werkt, maar via anderen. Je coacht begeleiders of verzorgenden. Je geeft advies. En soms moet je het daar ook bij laten. Want of je advies wordt opgevolgd, is lang niet altijd zeker. 

Dit wringt. Want je voert je vak met hart en ziel uit. Je wéét wat de cliënt gaat helpen en waar je voor bent opgeleid. 

De botsing met de werkelijkheid

Soms schuurt het. Want waar vroeger op een afdeling twee of drie begeleiders werkten, staat er nu misschien nog maar één. En van jou wordt gevraagd om daar in je behandelplan rekening mee te houden.

En dat wringt. Diep van binnen weet je dat dit niet de beste keuze is voor jouw cliënt. En jouw expertise, daar sta je voor. Hier heb je voor geleerd! 

Je hoeft niet alles te accepteren — maar moet wel bewust  kiezen

Dat vraagt iets van je. Van je vakmanschap, maar ook van je flexibiliteit. Want je bent opgeleid in een andere tijd, in een andere context. En hoewel de inhoud van je vak overeind blijft, zijn de randvoorwaarden fundamenteel veranderd.

De uitdaging is om bewust te kiezen.

Waarin beweeg je mee met de realiteit van vandaag? Wat houd je vast, ook als dat betekent dat je soms moet uitleggen waarom iets níét kan? En wat laat je noodgedwongen los, omdat het anders niet uitvoerbaar is?

Je werk mag betekenisvol blijven

Als je blijft vechten tegen wat niet meer is, wordt je werk zwaar. En als je alles zomaar accepteert, verlies je jezelf én je vak. 

Het is een uitdaging om hiertussen te laveren. Om onderscheid te maken tussen wat wat fundamenteel bij jouw vak hoort, in welke context je ook werkt. En dat waarin je kunt meebewegen als de situatie hierom vraagt. 

Dit is absoluut niet makkelijk, want er is niemand die je dit voor heeft gedaan. De uitdagingen anno 2025 en de context waar je nu in werkt zijn zo anders dan die van een paar jaar geleden, dat er geen voorbeelden zijn in jouw vakgebied. Je moet het wiel zelf uitvinden. Je moet je vak opnieuw uitvinden, samen met je collega’s. 

Dit kan ontzettend lastig zijn, maar wel iets wat je te doen hebt. Zo laat je jouw vak meebewegen met de tijd en blijf jij met jouw expertise van betekenis. 

Tot slot

Misschien is dit een mooi moment om jezelf de vraag te stellen:

Werk ik nog zoals ik ben opgeleid — of zoals het nu van me gevraagd wordt?

En als je daar even bij stil staat: wat wil je dan écht vasthouden? En wat kan je (deels) loslaten?

Spreekt dit je aan?

Merk je dat dit raakt aan jouw situatie? Of ben je op zoek naar manieren om je werk weer wat lichter en leuker te maken en meer voldoening te ervaren, zonder je vak los te laten?

Neem dan gerust contact met me op.

Ik denk graag met je mee — of je nu een vraag hebt, nieuwsgierig bent naar een training voor jouw team of gewoon even wilt sparren. Mail me op marielle@marielletromp.nl , dan maken we op korte termijn een bel-afspraak. Ik hoor graag van je! 

Coachende vaardigheden in de zorg: wat te doen als je rol verandert en je het nog niet overziet?

Je staat op de brug – en hij is nog niet af

Misschien herken je het.

Je bent ooit begonnen in een vak dat je met hart en ziel uitvoert. Je bent bewegingsagoog, logopedist, fysiotherapeut, diëtist of gedragswetenschapper. Je werkt met mensen die je iets gunt. Die je verder wilt helpen. Je kent je vak, je weet wat werkt.

En jarenlang wás dat ook je werk. Je behandelde, begeleidde, observeerde, stuurde bij. Natuurlijk veranderde er weleens wat, maar de kern bleef: jij kon je kennis en ervaring inzetten om impact te maken.

Maar inmiddels…

Sta je op een soort brug.

Je hebt al een flinke stap gezet. En je weet: terug naar hoe het was, kan niet meer. Er is geen geld, er is geen tijd, er is niet genoeg personeel. De organisatie vraagt ook iets anders. Kortom: de verwachtingen zijn veranderd.

Maar je bent ook nog niet aan de overkant. 

Sterker nog: je ziet die overkant eigenlijk nog niet eens. Laat staan hoe je daar moet komen.

En dus sta je ergens op een brug die nog in aanbouw is….

Een beetje wiebelig

Het voelt er misschien ongemakkelijk en wiebelig. Er is geen routekaart. Je weet niet zeker wat je doel is. Er is geen ‘zo hoort het’ want de situatie is volledig nieuw. 

Wat je wél merkt, is dat er steeds minder ruimte is om je vak inhoudelijk uit te oefenen.

Je ziet cliënten minder vaak. Je werkt steeds vaker via begeleiders of teams. Je invloed loopt via anderen – en dat voelt kwetsbaarder dan zelf ‘aan’ staan.

Misschien vraag je je af:

  • Hoe blijf ik van waarde als ik niet meer zélf behandel?
  • Hoe houd ik regie op de resultaten voor mijn cliënten als mijn rol verandert?
  • Hoe motiveer ik begeleiders als onze verhouding zo veranderen?

Het vraagt iets anders van je.

Een andere manier van werken. Van contact maken. Van invloed uitoefenen.

Meer coachend. Minder sturend.
Meer verbinden. Minder oplossen.
Meer motiveren. Minder overtuigen.

En dat is niet niks.

Je hoeft het niet alleen te doen

In mijn trainingen ontmoet ik veel professionals die op precies dit punt staan. Ze staan op de brug, voelen dat ze niet terug kunnen – maar weten ook nog niet goed hoe ze verder moeten.

Wat ik doe in mijn training Coachende Vaardigheden, is je toerusten voor dat stuk.

Ik leer je geen trucjes of quick fixes, want als die er zijn had je ze al wel gevonden.
Ik geef je ook geen pasklare antwoorden.

Wat ik wél doe, is samen met jou onderzoeken wat werkt – voor jou, in jouw context. En ik geef je handvatten die je in elke nieuwe, onbekende situatie houvast zullen geven. 

We oefenen met motiveren, met het ‘mee krijgen’ van anderen op een positieve manier en met het versterken van je eigen persoonlijk drijfvermogen.

Zodat jij – ook op die half afgebouwde brug – in beweging kunt blijven.

Niet omdat je weet waar je uitkomt. Maar omdat je weet waar je voor staat.

Meer weten?

Werk je binnen een organisatie en wil je zo’n training voor je team verkennen? Dan denk ik graag met je mee over wat past.

Op dit moment geef ik trainingen vooral incompany, maar mogelijk start er in het najaar ook weer een open training waarvoor je je individueel kunt aanmelden.

Wil je daar meer over weten of even sparren? Stuur me gerust een berichtje. Dan plannen we samen een kennismakingsgesprek. Je bent van harte welkom!

Als digicoach je collega’s motiveren

Digivaardig In De Zorg is een platform voor het ontwikkelen en verbeteren van digitale vaardigheden in de zorgsector. Je vindt er lesmateriaal, info voor digicoaches, rol ICT’er, projectorganisatie en bijeenkomsten.

In november 2023 organiseerden zij een online conferentie voor digicoaches. Ik mocht hier een lezing geven over het positief motiveren van je collega’s.

Ben jij digicoach? Kon je er niet bij zijn? Maar ben je wel nieuwsgierig? Je bekijkt de lezing hieronder.

Meer over de organistatie #digivaardigindezorg lees je op de website: www.digivaardigindezorg.nl

Hoe reageer je positief op onrealistische goede voornemens? Een formule!

Het is de tijd van goede voornemens! Mogelijk geldt dat ook voor jouw cliënten. Maar de tips in dit artikel kan je ook gerust toepassen op je vrienden of gezinsleden ;-).

Als cliënten goede voornemens hebben, dan hoor ik van begeleiders heel verschillende uitdagingen.

Meestal gaat het om een cliënt die  eigenlijk helemaal niet wil veranderen (en dus ook geen voornemens heeft) of een cliënt die wel wil, maar denkt het niet te kunnen. In beide gevallen is er een tekort aan een ingrediënt van motivatie.

De uitdaging van Jannie: onrealistische goede voornemens

Maar soms is er een andere uitdaging. Zoals bij Jannie. De cliënt die zij begeleidt heeft juist wél goede voornemens. En hij denkt ook zeker dat hij het kan. Maar Jannie zelf vindt het niet helemaal realistisch dat hij in het nieuwe jaar wil gaan hardlopen…

Herken je dat?

Moet je realistisch zijn…?

Jannie denkt dat het goed is haar cliënt uit te leggen dat hardlopen voor hem niet realistisch is. Ze herinnert zich de teleurstelling van vorig jaar maar al te goed, toen had hij ook grote voornemens. Die teleurstelling wil ze hem besparen. En daarvoor is het nodig om realistisch te zijn. Toch…?

Wat minder goed werkt

Denk eens aan een eigen situatie die lijkt op het volgende:

  • Als jij zegt ‘ik ga deze vakantie de zolder opruimen’ en je partner zegt ‘nou, dat moet ik eerst nog zien’.
  • Of als jij je na lang wikken en wegen hebt aangemeld bij de sportschool en je vriendin zegt ‘ja maar: is dat wel écht wat voor jou?’.

Dat doet iets met je. Of je er nu opstandig van wordt, of er juist erg van gaat twijfelen: je wordt afgeleid van je doel.

Geef een goed gevoel over de intentie achter het voornemen

Bedenk dat een goed voornemen, of dat nu wel of niet realistisch is, een prachtige start is voor een verandering. Het is ontzettend belangrijk dat iemand een goed gevoel overhoudt aan het hebben van een voornemen. De kans is dan veel groter dat hij in ieder geval íets gaat veranderen. Mogelijk niet precies wat hij voor ogen had, maar wel een eerste kleine stap.

Hoe dan wel?

Een paar suggesties voor een reactie op een onrealistisch voornemen:

  • Wat geweldig dat je iets aan je conditie/gewicht/voeding/…. wilt doen! Vertel daar eens iets meer over?
  • Wauw, je hebt een prachtig doel voor ogen. Wat zou er nodig zijn om dat te bereiken?
  • Dat is een geweldig doel! Dat heeft mijn buurvrouw ook gedaan. Zij heeft het in heel kleine stapjes opgebouwd, dat werkte voor haar goed. Hoe wil jij het aanpakken?

Een algemene tip: Zorg er hierbij voor dat je in jouw reacties een eventuele ‘ja, maar’ vervangt door ‘ja, en’.

De formule

Eigenlijk gaat het erom dat je ongeveer de volgende formule gebruikt:

  1. Uit je erkenning en waardering voor het (lange termijn) doel.
  2. Laat er meer over vertellen, met name over de reden van dit voornemen. Dit versterkt de motivatie én geeft jou inzicht in achterliggende motieven, waardoor je beter kunt meedenken en ondersteunen.
  3. Stimuleer om het voornemen te vertalen naar een eerste, kleine, concrete stap.

Anders kijken naar voornemens

En Jannie? Die is gaan waarderen dát haar cliënt een voornemen heeft. Met haar collega’s spreekt ze af dat ze de cliënt complimenten geven op zowel het voornemen als de eerste kleine stappen.

Dit artikel verscheen voor het eerst in januari 2017 en is in januari 2023 opnieuw geplaatst.

Terugkijken op het afgelopen jaar

Elk jaar kijk ik terug op het afgelopen jaar. Dit doe ik bewust vóórdat ik vooruit kijk naar het nieuwe jaar. Ik doe dit het liefst in december, bijvoorbeeld in de kerstvakantie.

Heb jij behoefte om gestructureerd terug te kijken? Gebruik dan mijn stappenplan. Dit is een combinatie van allerlei dingen die ik eerder deed en ik vind het fijn werken. Je kunt dit alleen doen of met anderen.

1. Voorbereiding

Wat heb je nodig?

  • 12 A4-tjes – zorg voor losse vellen
  • een pen, of gekleurde stiften of potloden – net wat jij fijn vindt
  • je agenda van het afgelopen jaar, werk én privé
  • ongeveer 2 uur tijd

2. Zelf aan de slag

Elk blad staat voor een maand. Pak het eerste blad en schrijf hier januari op.

Vervolgens blader je door januari in je agenda(s) van het afgelopen jaar. Wat heb je allemaal gedaan? Wat roept een herinnering op? Schrijf of teken een aantal van deze gebeurtenissen op het blad. Misschien kan je ook een gevoel tijdens deze maand opschrijven, of misschien valt je juist iets op als je op deze manier terugkijkt op de maand.

Ben je klaar met januari? Ga dan door naar februari. Enzovoort ;-).

Een belangrijke tip:

Voor sommige mensen werkt het om dit heel ‘mooi’ te maken. Met speciaal papier, fijne stiften en een prachtig handschrift. Dat is prima, zo lang het je niet tegenhoudt om ‘gewoon maar even wat op te schrijven’. Want juist deze krabbeltjes tussendoor blijken later vaak heel waardevol.

3. Tijd voor thee

Heb je het hele jaar doorgebladerd en de 12 A4-tjes gevuld? Dan ben je waarschijnlijk wel een uur (of meer) verder. Leg de 12 blaadjes achter elkaar op de grond. Het dichts bij je voeten ligt januari. Daar’boven’ februari, enzovoort. December is het verst weg.

Nu is het tijd om er even afstand van te nemen. Loop er even bij weg en haal bijvoorbeeld een kop thee. Zorg dat je echt even iets anders doet.

4. Doorloop je jaar

Heb je even afstand genomen? Dan ga je nu met een frisse blik je jaar doorlopen. Als je dit samen met iemand anders doet, dan doe je dit om de beurt.

Loop letterlijk door je jaar:

Ga eerst op januari staan. Vind je dat zonde, omdat het papier dan kreukelt of misschien vies wordt? Zet dan in ieder geval een teen op het papier, want dit geeft echt een ander gevoel dan hier vanaf een afstand naar blijven kijken.

Vertel je partner hoe januari was én wat je nu opvalt, nu je hier staat en er naar kijkt. Heb je dit verteld? Ga dan verder naar februari. Doorloop zo stap voor stap je jaar.

Doe je dit alleen? Het kan helpen om te praten tegen de dictafoon van je telefoon (zoek naar dictafoon of naar spraakopname). Door hardop praten doe je weer nieuwe inzichten op. En misschien hoor je net weer andere dingen als je het later nog eens terug luistert.

5. Kijk eens terug

Heb je alle maanden doorlopen?

Draai je dan om en kijk eens terug. Wat denk, voel en ervaar je als je naar dit jaar kijkt? Deel dit ook weer met je partner, als je dit samen doet. Doe je dit alleen? Schrijf dit dan op.

Werk je samen? Dan gaat nu de ander naar stap 4.

6. Vat samen wat je kwaliteiten zijn

Werk je samen met iemand?

Vat dan nu samen welke kwaliteiten je hebt gehoord in het jaar van de ander. Denk ook aan kwaliteiten als creativiteit en veerkracht. Maar wellicht zijn er ook heel andere kwaliteiten die jou bij je partner opvallen. Maak je geen zorgen over de precieze woorden.

Als je deze oefening zelf doet, kan je eens nadenken: wat zou iemand ander opvallen als die mijn verhaal zou horen? Welke kwaliteiten zou iemand anders nu in mij zien? En welke zie ik zelf?

Wil je meer?

Heb je deze oefening gedaan en wil je meer?

Deze oefening kan de start vormen van ‘YearCompass’. Dit helpt enorm om gestructureerd te reflecteren op het vorige jaar én bewust aan het nieuwe jaar te starten. Je downloadt op hun pagina (gratis) het hele werkboek, op een formaat naar keuze, gewoon in het Nederlands (ook al is de site dat niet).

Wil je de oefening onder begeleiding doen? Dan kan ik je helpen. Neem contact op voor de mogelijkheden.