Overslaan en naar de inhoud gaan

De verf gaat te vaak óver het behang

Mijn vader was schilder. Net als zijn vader, zijn opa en zijn overgrootvader. In theorie klinkt dat als de perfecte opleiding om zelf je huis te verbouwen. In de praktijk heb ik mijn leven nauwelijks een kwast vastgehouden. Want eigenlijk was er altijd mijn vader, die het graag deed én beter kon. Ik zag de resultaten, maar niet elke stap. 

Bijna 5 jaar geleden is mijn vader overleden. 

Nu we een ander huis (een ‘klushuis’) hebben gekocht, moet ik het dus zelf doen. En nu merk ik opeens wat ik allemaal niet heb gezien. Want als ‘chef muren’ dacht ik dat mijn werk (per muur) uit 2 hoofdklussen bestond: (1) behang eraf en (2) verf erop.  

De verborgen stappen: schuren en plamuren 

Op het afhalen van het behang was ik wél voorbereid. Dat valt er niet zomaar af met een plamuurmes. Je moet inprikken, weken, krabben, weer weken, eventueel nog eens een keer stomen, en alles nog een keer. Soms deed ik 2 middagen over 1 muur. 

Maar toen kwamen de verborgen stappen, waar ik niet bewust bij stil had gestaan: 

  • Gaatjes vullen, kitten en plamuren, en 24 uur wachten tot het goed droog is
  • De muur schuren, en tot de volgende dag wachten tot het stof is neergedaald
  • De muur ontvetten, en wachten tot ie droog is

Ondertussen moest ik ook nog kiezen: welke kleur, welke verf, hoeveel liter en welke materialen. En waar koop ik dat eigenlijk? 

Wat gebeurt er in de rest van het huis? 

Waar ik ook niet zo bij had stilgestaan: alles wat er in de rest van het huis gebeurt, heeft invloed op wat ik doe. Als er in de ene kamer wordt geschuurd, is het lakken van een deur in de andere niet superhandig. 

Al die stappen en al dat afstemmen: het kost belachelijk veel tijd. Vaak denk ik dan ook: doe ik dit wel goed? Want zóveel tijd? Echt…? 

Dan denk ik: misschien had ik gewoon over dat behang heen moeten schilderen. Maar ja, ik weet ook wel dat ik dan over een tijdje spijt heb. En eerlijk gezegd vind ik het allemaal ook wel  leuk werk. Als het maar niet zoveel tijd kostte….

Met terugwerkende kracht begrijp ik waarom Schildersbedrijf Tromp 111 jaar heeft bestaan. Dankzij mensen die ervoor kiezen om deze tijd niet zelf te investeren. 

Dit gebeurt ook in organisaties

In organisaties zie ik een soortgelijk proces. Er is een voorsituatie die hier niet gaat over behang, maar over ‘zo willen we het niet meer’. En er is een gewenst resultaat, wat geen geverfde muur is maar ‘dit is ons doel’. 

Op papier lijkt het ongeveer één stap: gewoon doen. 

De verf gaat vaak óver het behang. 

Maar dan is het resultaat vaak niet zo duurzaam. De verf bladdert vroeger of later af en het behang wordt weer zichtbaar. 

Voor duurzame resultaten

Voor een duurzaam resultaat doorloop je meerdere fases. Eerst moet worden nagedacht of er verandering nodig is én van wie (fase overwegen). Dan moeten er plannen gemaakt worden, inclusief wie-wat-waar-wanneer. Er moeten voorbereidingen worden getroffen die je niet als actie ziet, maar wél echt nodig zijn (fase voorbereiden). Het weken, krabben, plamuren en schuren. Het bepalen van de strategie om los te weken. En altijd duiken er onverwachte dingen op die je aandacht vragen en moet er nóg iets worden gladgestreken.

Heel veel mensen die ik spreek vragen zich in deze fase af: doe ik het wel goed? Want zóveel tijd en inspanning… Klopt dat écht? 

En dan de rest van de organisatie

Pas na de voorbereidende stappen is het tijd voor dat wat je eigenlijk als jouw plan ziet: het invoeren van een nieuwe gewoonte of werkwijze. Het verven van de muren (fase actie). 

En dan merk je opeens dat er op een andere plek in de organisatie iets anders gebeurt dat jouw werk doorkruist. Je staat klaar om te verven, maar de buren zijn opeens aan het schuren…

Herken je dit?

Ik realiseer me dat ik die tussenfases steeds weer ervaar als stilstand. Alsof er dan niets gebeurt. Pas toen ik accepteerde dat dit er óók bij hoort, op mijn knieën voor al die muren, kon ik er weer meer lol uit halen. Hoeveel dagen en uren het ook kost.

Niet af is niet hetzelfde als niet goed. Juist in de tussenfases werk je aan het duurzame resultaat.

Ook jij weet best dat er tussenstappen te nemen zijn om te komen tot resultaten. Misschien vind je die tussenstappen ook eigenlijk wel heel leuk om te doen. Als je de tijd maar had, of durfde te nemen….

Het helpt als je weet in welke fase je zit, hoe je die herkent en hoe je hem het beste benut. 

Misschien helpt het jou als je beseft dat die tussenfases nodig zijn. En als je weet hoe je deze herkent en het beste kunt benutten. Misschien is het dan, net als bij mijn plamuren en schuren, veel makkelijk om dit te accepteren en zelfs te verdedigen. Naar jezelf én naar anderen. 

Krijg inzicht in de fasen

Ik werk al jaren met de Fasen van Gedragsverandering en bundelde die kennis in de FasenWijzer. 

Deze lijkt trouwens wel wat op een verfwaaier. Daarin komt de schildersdochter in mij toch weer boven ;-). Alleen helpt een verfwaaier je om een kleur te kiezen en helpt de FasenWijzer je om de fase te herkennen en te benutten. 

Bestel je de FasenWijzer? Dan krijg je er gratis een online introductietraining over de Fasen van Gedragsverandering bij. 

👉 Bestel hier je FasenWijzer

Let op: ik zit in de fase ‘schilderen’ op het moment 👩‍🔧, dus het kan een weekje duren voor je de FasenWijzer in huis hebt. Maar met de online introductietraining kun je meteen aan de slag. 

Marielle Tromp - schrijven met pen

Je hoeft niet te wachten op intrinsieke motivatie van de ander

Toen mijn zoon op de basisschool zat, gingen we naar een ergotherapeute. Ze zei terloops: “Hij heeft een dysgrafisch handschrift, dus denk eraan dat je straks een middelbare school zoekt waar hij mag typen.”

Intrinsiek gemotiveerd

Ik was verbaasd over haar advies en vroeg: “Zullen we eerst kijken of hij beter kan leren schrijven?”

De ergotherapeute gaf aan dat dit alleen kan als hij daar intrinsiek gemotiveerd voor was. 

Het hing volgens haar af van de motivatie van mijn zoon. Daar was ik het niet mee eens. Als hij niet goed zou kunnen rekenen, zouden we hem ook niet laten kiezen of hij dat wilde leren.

Externe en geïdentificeerde regulatie

Dus gingen we aan de slag. Intrinsieke motivatie was er niet, natuurlijk. Maar wij vonden het als ouders belangrijk (=externe regulatie).

Langzaam ging hij van “ik doe het omdat het van mama en papa moet” (externe regulatie) naar “ik snap dat het nuttig is” (geïdentificeerde regulatie).

Wanneer is dit voor jou interessant?

Stel: 
– je bent behandelaar en je wilt zorgmedewerkers meekrijgen in je behandelplan, of 
– je bent ambulant begeleider en probeert een leerkracht te overtuigen een lesmethode anders aan te bieden voor een leerling, of
– je zit in een projectgroep en moet een locatie meekrijgen in jouw project.

Ook dan geldt dat je niet hoeft te wachten op intrinsieke motivatie van de ander. De route is dan niet om het gewoon maar door te zetten (zoals bij mijn zoon). Maar wel geldt dat ‘het moet’ en ‘alleen als jij het zelf ook echt wilt’ polen zijn die een heel eind uit elkaar liggen. Daar ligt een hele wereld tussen waar je invloed op kunt uitoefenen. 

Om deze reden heb ik het in trainingen nooit over intrinsieke motivatie. Die term klopt ook niet.

Daarover schreef ik eerder een artikel, dat nu ook op LinkedIn staat: Lees het artikel op LinkedIn (en heel leuk als je wilt volgen of reageren) Lees je het liever op mijn website? Dat kan natuurlijk ook! 

Hoe het nu met het handschrift van mijn zoon gaat?!

En nog even over de beslissing die we destijds namen: Ieder kind is anders en iedere context is anders. Er was zowel bij onze zoon als bij ons de mogelijkheid om met hem aan te slag te gaan en te oefenen. Daarom wilden we dit een serieuze kans geven. Ik realiseer me heel goed dat dit niet voor elk kind of elke situatie geldt. 

Mijn verhaal gaat over het proces en heeft niet te maken met het resultaat. Maar als je toch nieuwsgierig bent: mijn zoon schrijft prachtig. Gelukkig maar, want hij studeert wiskunde en heeft veel profijt van zijn leesbare handschrift.

poppetje dat blij is en poppetje dat zich overrompeld voelt

Hoe herken je dat een motiverend gesprek niet effectief verloopt? – 3 signalen

Het is keihard werken, motiveren. Dat is wat cursisten aan het begin van een training regelmatig aangeven. Aan casussen hebben ze geen gebrek. Bij de eerste oefening die we doen is vaak te zien wat ze bedoelen. Ze zijn namelijk vol overgave aan het werk, maar niet altijd met de dingen die werken…

In dit artikel geef ik je 3 signalen waarmee je bij jezelf herkent dat je gesprek misschien niet effectief verloopt.

Wil je iets bereiken? Dan moet je in actie komen!

Renate is een sportieve jonge vrouw. Al sinds haar jeugd draaien haar weekenden om hardlopen. Door de week traint ze veel, ’s ochtends vroeg of juist ’s avonds na haar werk. Renates overtuiging is: als je iets wilt bereiken, dan moet je daarvoor in actie komen.

Ze is er een heel eind mee gekomen. Ze heeft inmiddels fysiotherapie gestudeerd en werkt graag met sporters. Ze herkent hun mentaliteit en kan hun erg goed begeleiden.

Leefstijlcoaching, een ander vak

In haar praktijk worden ook gecombineerde leefstijlinterventies aangeboden. Zij heeft direct aangegeven dat ze hieraan mee wil werken, want ze weet als geen ander hoe groot de invloed van leefstijl is op haar gezondheid en kwaliteit van leven.

Maar het valt haar flink tegen. Want ze vindt het lastig om een aantal van haar cliënten te begrijpen. Ze hebben klachten, maar volgen haar adviezen toch niet op. Hoe kan dat nu?

‘Ik lijk niet door te dringen’

Bij sommige mensen heeft ze van alles geprobeerd. Met een zucht zegt ze: ‘Ik lijk gewoon niet door te dringen…’

Omdat ze dit echt wil leren, heeft ze zich in overleg met haar baas aangemeld voor een training. Ze wil haar motiverende vaardigheden verbeteren.

Keihard aan het werk

Op de eerste ochtend van de training deed Renate een gespreksoefening. Ze oefende met Thea. In deze oefening was meteen duidelijk: Renate was kéihard aan het werk.

Laten we eens kijken naar wat zij deed én naar de invloed die dit had op Thea.

#1 Op het puntje van haar stoel

Renate en Thea vormden een mooi duo om naar te kijken. Renate zat op het puntje van haar stoel, een beetje voorover geleund. Ze was duidelijk zeer begaan met de situatie van Thea. Thea achterover in haar stoel. Ze knikte regelmatig, maar leek het allemaal wat over zich heen te laten komen.

In de nabespreking gaf Thea aan dat ze Renate als heel betrokken had ervaren. Tegelijkertijd was ze wat overdonderd geweest door Renates enthousiaste ideeën en plannen. Ze had wel goed geluisterd, maar had niet echt het gevoel dat het over haar ging…

#2 Bang voor stiltes

Renate stelde tijdens het gesprek heel mooie open vragen. In haar enthousiasme gaf ze daarna Thea ook meteen een aantal suggesties voor een antwoord. Thea sloot zich steeds aan bij één van deze suggesties.

Thea vertelde achteraf dat ze niet goed had nagedacht over haar eigen antwoorden. Ze wist niet altijd of het voor haar ook precies zo zat, daar had ze niet bij stil gestaan.

#3 Keihard oplossingen aan het bedenken

Bij de oefening zagen we dat Renate echt keihard werkte. Ze was duidelijk een snelle en creatieve denker. Ze wist in te haken op wat Thea zei en had steeds een volgende vraag paraat. Tegelijkertijd dacht ze mee over oplossingen voor allerlei praktische bezwaren die Thea zag.

Thea bleek Renate als heel deskundig te hebben ervaren. Ze vond dat Renate veel ideeën en goede tips had. Ze zag  wel praktische bezwaren, want veel van Renates suggesties zouden niet passen bij haar leven. Ze zou er nog wel eens over nadenken.

Hard aan het werk

Na de oefening was slaakte Renate een diepe zucht. Ze zag er verhit uit en was toe aan een groot glas water. Thea zag er ontspannen uit. Renate bekende dat dit ook vaak was hoe ze een gesprek met een cliënt afsloot.

Regelmatig was zij degene was die hard aan het werk was. Renate besefte door Thea’s feedback dat dit wel eens kon betekenen dat er minder ruimte voor haar cliënt was om rustig na te denken en gemotiveerd te raken…

Leerpunten voor een motiverend gesprek

Wat Renate leerde:

  • Voor haar werkt het goed om wat meer achterover in haar stoel te blijven zitten. Ze merkte zowel in de training als daarna in haar werk dat haar cliënten daardoor veel meer ruimte ervaren.
  • Ze kan wat vaker stiltes laten vallen. Ze leerde zichzelf aan om na een open vraag even rustig adem te halen. Ze was verbaasd dat haar cliënten dat helemaal niet zo ongemakkelijk leken te vinden als zij dat vond. Er kwamen soms juist heel mooie reacties.
  • Als je zelf wat minder hard bezig bent met oplossingen, ontstaat er ruimte voor een cliënt om die zelf te bedenken. Vaak kwamen cliënten dan met een inzicht of idee. Maar waar Renate écht verbaasd over was, was dat cliënten zo’n idee ook vaker echt uitvoerden.

Haar conclusie:
Als je iemand anders wilt motiveren, dan werkt het niet om hem of haar het denkwerk uit handen te nemen. Als je beseft dat jij veel harder aan het werk bent dan de ander, dan doe je er goed aan om dat te veranderen.

Is motiveren dan makkelijk?

Als je jezelf andere vaardigheden aanleert, dan is dat in het begin nooit makkelijk. Renate en andere cursisten merken in het begin dat het echt niet vanzelf gaat.

Als je echter leert om meer te focussen op het proces van het gesprek in plaats van op allerlei inhoudelijk oplossingen, dan breng je langzamerhand veel meer rust in de gesprekken. Je komt zelf energieker uit het gesprek. En het belangrijkste: je behaalt meer resultaten voor je cliënt, omdat je ervoor zorgt dat deze zelf tot inzichten komt of met oplossingen komt.

Wil jij beter leren motiveren?

Renate volgde een 3-daagse training op basis van de Fasen van Gedragsverandering. De training wordt nu in andere vormen gegeven, vaker gericht op mensen die niet gevraagd hebben om coaching of begeleiding. Zie bijvoorbeeld de training Coachende Vaardigheden.

Wil jij een zelf of met je collega’s een training volgen? Neem dan contact met mij op.

Dit artikel schreef ik in mei 2022 en publiceerde ik met kleine aanpassingen opnieuw in juli 2026.

Blog Marielle Tromp - Informatie de andere kant op

De tip die in al mijn trainingen terugkomt

Over hoe sprakeloos zijn mij een beetje extra denktijd gaf

Als behandelaar is het soms moeilijk om zorgmedewerkers mee te nemen in jouw behandeling, zeker als er geen concrete hulpvraag is. Dan werkt overtuigen meestal averechts. Maar wat werkt dan wel? Graag geef ik je een tip die in al mijn trainingen terugkomt. 

Als je iemand wil meekrijgen, is de neiging van de meeste mensen die ik ken om informatie te geven. Om uit te leggen, te onderbouwen en goede argumenten te geven. Maar dat is – zeker in een situatie waarin er mogelijk wat weerstand is – precies wat niet goed werkt. 

De oplossing? De informatie moet juist de andere kant op. 

Niet van jou naar de ander. Maar van de ander naar jou. 


Soms kom je daarmee tot verrassende resultaten. 

Een voorbeeld uit de praktijk

Zo’n 10 jaar geleden kwam ik op veel woonlocaties voor mensen met een verstandelijke beperking. Voor de LeefstijlScan liep ik een aantal dagen mee. En in de terugkoppeling gaf ik onder andere wat tips waardoor cliënten meer zouden bewegen in het dagelijks leven. 

Eén van mijn tips was: laat bewoners ’s avonds zelf hun koffie pakken. Dan wordt het langdurig zitten doorbroken. Het leek mij niet zo’n spannende tip, maar één begeleidster werd er boos over. Ze vond het helemaal niets en had daarvoor argumenten die ik niet kon begrijpen. 

Mijn eerste neiging was: toelichting geven. Nog eens uitleggen wat ik bedoelde. Vertellen wat de invloed is van zoveel uren blijven zitten. 


Maar gelukkig was ik een beetje sprakeloos door haar argumenten. En dat gaf precies genoeg tijd om te beseffen: overtuigen gaat hier niet werken. 

Daarom vroeg ik aan haar: 

Hoe kijk jij eigenlijk aan tegen bewegen in de avond? Heb jij het idee dat dit voor hen een goede situatie is? 

Tot mijn verrassing vond ze het geen goede situatie voor de bewoners. Ze vond dat ze veel te weinig bewogen. En ze herinnerde zich dat ze tot een paar jaar geleden elke avond met alle bewoners waren gaan wandelen na het eten en net voor de koffie. Ze had bedacht dat ze dit wel weer konden gaan doen. 

Dit was een nog veel betere oplossing. Elke avond wandelen, in plaats van elke avond zelf koffie pakken. Maar: als ik dit had ingebracht, dan weet ik zeker dat er ook argumenten tegen waren gekomen. Nu hetzelfde argument van een begeleider en dus collega kwam, werd er heel anders naar gekeken. En ze had het al helemaal uitgedacht. 

Informatie de andere kant op

Als je meer focust op ‘informatie de andere kant op’, dan ontstaan er kansen die je niet had voorzien. 

Want het doel is bijna nooit dat jouw advies precies wordt opgevolgd. Het echte resultaat is dat er beweging komt, zo’n beetje de goede kant op. Dat iemand nieuwsgierig wordt. En dat er een stap gezet wordt, ook al is het niet helemaal de stap die jij voor ogen had. 

Dat het balletje begint te rollen is belangrijker dan hoe het rolt. Want als het eenmaal rolt dan wordt het, net als een sneeuwbal, vanzelf groter. 

Kan je wel coachen als iets gewoon moet gebeuren?


Soms hoor ik van behandelaren, aandachtsvelders of ambulant begeleiders: “Ik wil een coachopleiding volgen, want ik vind het zo lastig om anderen mee te krijgen.”


Nu heb ik zelf vele opleidingen gevolgd. Maar het probleem is dat je er bijna altijd leert hoe je iemand helpt naar waar zij zelf naartoe wil. De ander bepaalt het doel, jij ondersteunt en coacht om daar te komen.


Maar ben jij behandelaar, aandachtsfunctionaris of ambulant begeleider? Dan weet je dat het binnen de zorgorganisatie of school waar jij werkt anders gaat. Het ‘probleem’ is dan dat jij weet wat er moet gebeuren. Je wilt anderen graag motiveren en meekrijgen. Maar dan wel in jouw plan.

Coachende vaardigheden anders leren inzetten

Een flink aantal jaar geleden was dat nog niet zo’n groot issue. Als een behandelaar op een woonlocatie kwam en een behandeladvies gaf, werd dat vaak gewoon uitgevoerd. Maar tegenwoordig is dat, om heel veel redenen, vaak anders.

Soms kies je daarom volledig voor de coachende rol. Je volgt het tempo van het team en komt zo langzaam maar duurzaam tot resultaten. Maar soms heb je die tijd niet. Dan moet iets gewoon gebeuren. Vaak wordt dan de vraag gesteld of je wel iets hebt aan die coachende rol. 

Toch heb je juist dan ook veel aan coachende vaardigheden. Alleen zet je ze anders in.

  • Je zet ze niet in op de vraag óf er iets moet gebeuren, want dat moet gewoon.
  • Je zet ze ook niet in op de vraag wát er moet gebeuren, want dat weet je in grote lijnen wel.
  • Maar je zet ze in op de vraag hóe dit gaat gebeuren.

Wanneer coachende vaardigheden écht werken

Voor motivatie is het ontzettend belangrijk dat mensen zelf regie ervaren bij verandering. Als zij geen regie hebben op dát en wát er verandert, doe dan ook niet alsof dat wel zo is. Benut juist de ruimte die er wél is: bij het hoe, de weg ernaartoe. Welke werkwijze past goed bij hen en bij de cliënt? Wat heeft eerder goed gewerkt? Welk tempo is haalbaar? En wat zien zij als de eerste, haalbare stap?

Zo zet je coachende vaardigheden in, ook op momenten dat iets gewoon moet. Daarmee maak je het verschil tussen iets wat in theorie verandert en iets dat in de praktijk ook echt anders gaat.

Herken jij dit?


Herken jij dit en ben je daarom benieuwd hoe dat er in jouw werk uit zou zien? Misschien is de training Coachende Vaardigheden iets voor jouw team of organisatie. Neem dan gerust contact op, dan plannen we een kennismakingsgesprek.

Waarom het zo moeilijk is wat jij doet

Veel deelnemers aan mijn trainingen herkennen het: ze willen het beste voor de cliënt. En leggen daarom steeds opnieuw aan het team uit wat het behandelplan is. Met steengoede argumenten. En toch… worden hun adviezen niet opgevolgd. Ze snappen niet waarom het zo moeilijk is. 

Ik snap het wel. 

Je werk bestaat niet uit alleen behandelen

Want jij bent opgeleid als behandelaar. Als een expert die weet wat er nodig is en dat adviseert. Dat is waar je jaren voor hebt gestudeerd, en wat je waarschijnlijk ook goed doet.

Maar ergens onderweg is er iets bijgekomen. Je moet niet alleen behandelen. Je moet ook mensen meekrijgen. Begeleiders, verzorgenden, zorgmedewerkers: allemaal mensen die dagelijks met cliënten werken. 

En mensen ‘meekrijgen’, dat is een heel ander vak. 

Van een rol als expert naar een rol als coach

Als behandelaar heb je een cliënt die bij jou komt. Die om hulp vraagt, of in ieder geval weet dat jij er bent om te helpen. Er is een soort afspraak, ook al staat die nergens op papier.

Maar als je begeleiders, verzorgenden of zorgmedewerkers ‘mee’ wilt krijgen, dan is die hulpvraag er niet altijd. Want die collega heeft haar eigen werk. Haar eigen tijdsdruk. En is misschien helemaal niet bezig met wat jij belangrijk vindt. Niet omdat zij het niet wil, maar omdat er gewoon veel is.

Dat maakt jouw positie uniek. En ingewikkeld.

Waarom werkt motiveren en overtuigen niet?

Dan merk je dat alles wat je dacht te weten over motiveren en overtuigen ineens anders werkt. Of niet werkt. Terwijl je er toch echt je best voor doet.

Dat is niet omdat jij iets fout doet. Het is omdat je iets probeert wat je eigenlijk nooit hebt geleerd. En waarvoor de standaard aanpak ook niet werkt.

Soms helpt het al enorm om dat te beseffen.

Je bent opgeleid als expert. Niet om te motiveren. Dat heeft niemand je geleerd. Een paar jaar geleden maakte ik er een video over, deze vind je hier: waarom een coachende rol zo lastig is

Volgende keer vertel ik je wat er dan wél werkt. En waarom het resultaat vaak anders is dan mensen verwachten.

Grip in het ondertussen

In mijn vorige berichten schreef ik over het ‘ondertussen’. Over hoe er soms veel tegelijk in beweging is, zonder dat al duidelijk is waar het naartoe gaat. En over hoe wat we vaak als individueel probleem zien, ook iets kan zeggen over het systeem waarin we werken. Want soms ben je de kanarie in de kolenmijn. 

Wat kan je wél doen?

De vraag die daarna vaak komt, is: 
Wat helpt dan eigenlijk? Wat kun je, als klein element in dat grote systeem, doen? 

Want wachten tot alles rustig of duidelijk wordt, is meestal geen optie. Het werk gaat door. De vragen blijven komen. Je cliënten moeten worden geholpen. En ondertussen probeer jij je daartoe te verhouden.

Wat ik zelf steeds meer ben gaan zien, is dat we als mensen vaak op zoek gaan naar grote oplossingen buiten onszelf, terwijl invloed vaak veel dichterbij begint. Bijvoorbeeld in gesprekken. 

Als de druk oploopt

Als de druk oploopt, zie je dat onder andere terug in gesprekken waarin je anderen mee probeert te krijgen: 

  • Je gaat meer uitleggen
  • Je gaat steeds meer argumenten geven
  • Je gaat steeds harder duwen en trekken

Dan voelt verandering al snel alsof je een enorme loden bal een berg op probeert te duwen. Terwijl het ook anders kan. Meer als een kleine sneeuwbal die je een zetje geeft, waarna hij de berg af rolt en vanzelf groter wordt.

In gesprekken doe je dat bijvoorbeeld door: 

  • Beter luisteren (en weten waar je precies naar moet luisteren)
  • Goed inschatten waar iemand (al) staat
  • En precies aansluiten bij de fase waarin iemand is

Niet harder, maar zachter werken

Daarvoor hoef je niet harder te werken, maar eerder zachter. Wat trouwens eerst best als hard werken voelt ;-), want dit is ook echt een vaardigheid. Mensen in mijn trainingen geven vaak aan dat ze stap voor stap anders gaan kijken. Dat ze beter gaan zien waar beweging mogelijk is. En dat kleine, positieve gesprekken vaak meer effect hebben dan hun eerdere uitgebreide adviezen.

Doen wat ertoe doet in een systeem onder druk

Dat geeft ook iets terug wat veel mensen onderweg een beetje kwijtgeraakt zijn: een gevoel van invloed. Dat wat jij doet ertoe doet. 

De omstandigheden veranderen daarmee niet meteen. Je werkt nog steeds in een systeem dat onder druk staat. Maar je merkt wel dat je steeds een klein beetje meer invloed hebt.  

Misschien is dat ook een vorm van grip in het ondertussen: niet alles oplossen, maar wel merken dat jouw manier van kijken en reageren verschil maakt.

De kanarie in de kolenmijn

In mijn vorige bericht schreef ik over het “ondertussen”. Over dat gevoel dat er veel in beweging is, zonder dat al duidelijk is waar het naartoe gaat. Soms hebben mensen het gevoel dat die onrust een probleem van henzelf is, dus individueel. Maar het is ook iets collectiefs. 

In de zorg én in onze hele maatschappij verandert er veel, en dat gaat gepaard met toenemende druk op mensen. Met zichtbare gevolgen: in bijna elk team waar ik kom is er minimaal één persoon langdurig afwezig. Overspannen, of met een burn-out. Mensen die nog steeds van hun werk houden, maar het niet meer kunnen doen op een manier die voor hen vol te houden is.

Een individueel probleem?

Wie uitvalt, krijgt ondersteuning om weer terug te keren in hetzelfde systeem. Daarmee lijkt het al snel een individueel probleem, terwijl de vraag is of dat klopt.

In mijn dagelijks werk met behandelaren zie ik hoe complex dat systeem is. De zorgvraag van cliënten is zwaarder geworden, terwijl er minder behandeluren beschikbaar zijn en de nadruk steeds meer ligt op het coachen van collega’s in de dagelijkse zorg. Zij werken bovendien in kleinere teams, met meer verloop. 

De vraag is dus of het logisch is om dit vooral als een individueel probleem te blijven zien. 

Een probleem van het systeem?

Een andere invalshoek is om het te bekijken als een probleem van het systeem. Vanuit die invalshoek wordt de uitgevallen collega de ‘kanarie in de kolenmijn’: degene die de druk van het systeem het sterkst ervaart en als eerste uitvalt. Een signaal dat er iets niet goed gaat.

Maar alleen zo kijken helpt ook niet echt verder. Want als het probleem in het systeem zit, wat kun jij dan nog doen? Het risico is dat je op afstand komt te staan en dat het je vooral machteloos maakt.

Tegelijkertijd groeit het besef dat dit probleem niet op één plek ligt en ook niet op één plek kan worden opgelost. Het is een optelsom. En dat maakt het ingewikkeld. Want waar begin je dan?

Een perspectief dat je vooruit helpt

De afgelopen maanden werkte ik aan een Europees project rond inner leadership in systems under pressure. Daarin stonden vragen centraal als: hoe ondersteun je professionals in een systeem dat onder druk staat, terwijl de richting nog niet helder is?

In gesprekken met onder andere antropologen kreeg ik taal voor wat ik in mijn werk al langer zie: dit is geen individueel probleem, en ook niet alleen een systeemprobleem.

Want anders dan de kanarie, die zijn kooi niet uit kan, ben jij niet alleen onderdeel van dat systeem, maar heb je er ook invloed op. Zoals ik wel eens in trainingen zeg: je staat niet in de file, je bent er onderdeel van.

De vraag wordt dan: hoe beweeg je je daarin? Hoe maak je onderscheid tussen waar je invloed op hebt en waar je hooguit een kleine bijdrage kunt leveren?

Daarover meer in mijn volgende bericht: hoe krijg je meer grip, juist in een fase waarin nog niet duidelijk is waar het naartoe gaat?

Jullie zijn geen meisjes meer

“Nou, jullie zijn geen meisjes meer.”

Dat zei mijn moeder, een klein beetje verbaasd, toen ik haar foto’s liet zien van een weekend weg met vriendinnen. Ze kent ze allemaal nog van vroeger, van de middelbare school.

Ik moest lachen en dacht tegelijk: ja, dat klopt natuurlijk. Want ondertussen zit mijn eigen jongste in zijn eindexamenjaar. Dus nee, ik ben geen meisje meer.

Er is best veel veranderd

Het is interessant hoe dat werkt. Dat iemand anders je er ineens op wijst hoeveel tijd er voorbij is gegaan, terwijl je er zelf gewoon in doorloopt zonder het echt te merken.

Volgens mij werkt dat op meer plekken zo.

In je werk bijvoorbeeld. Je doet wat je altijd doet. Er verandert van alles, maar omdat je er elke dag middenin zit, voelt het niet als verandering. Totdat je even uitzoomt, of iemand anders iets zegt waardoor je denkt: oh ja, er is best veel veranderd.

Er gebeurt veel, in het klein en in het groot

De afgelopen tijd had ik een paar van dat soort momenten. Ik zat bijvoorbeeld weer eens aan de andere kant, als deelnemer van een training, en merkte hoe verhelderend dat is. Je kijkt dan net even anders.

Daardoor werd ik me ervan bewust dat er veel tegelijk in beweging is. Dingen die veranderen, zonder dat al duidelijk is waar het naartoe gaat. In het klein, in je eigen leven. En in het groot, in het werk en de wereld om je heen.

Liminal space. Het ondertussen.

Misschien herken je dat wel. Dat je vooral doorgaat met wat er moet gebeuren, terwijl er ondertussen van alles verschuift. Pas als je even afstand neemt, zie je hoeveel er veranderd is. Vaak merk je dat je ook nog middenin dat proces zit.

Voor dat soort fasen is er een woord: liminal space. Het ondertussen. Je bent niet meer waar je was, maar ook nog niet waar je uitkomt.

Zo’n liminal space zorgt voor onrust. Als je die onrust herkent, betekent dat niet dat er iets mis is met jou. Het kan ook betekenen dat er veel in beweging is

Lees verder in deel 2 van deze serie over de kanarie in de kolenmijn.

Ben jij al halverwege de berg?

Herken je dit?

Is het weerstand?

Jij weet precies waar je naartoe wilt. Je bent ook lekker op weg, er zijn al veel stappen gezet. Maar opeens kom je erachter het het team of het project helemaal niet echt in beweging is gekomen…

Is dat weerstand? Of ga jij misschien wat snel….?

Of ga jij misschien wat snel?

Bovenstaande clip komt uit de workshop Positief Motiveren. Maar deze verwijst naar de Fasen van Gedragsverandering.

Interesse in een workshop of training?

Er starten bij verschillende organisaties weer incompany trainingen Coachende Vaardigheden.

Daarnaast ben ik bezig met het plannen van een online variant van deze training. Heb jij interesse om hieraan deel te namen? Laat het mij weten!