Overslaan en naar de inhoud gaan
Blog Marielle Tromp - Informatie de andere kant op

De tip die in al mijn trainingen terugkomt

Over hoe sprakeloos zijn mij een beetje extra denktijd gaf

Als behandelaar is het soms moeilijk om zorgmedewerkers mee te nemen in jouw behandeling, zeker als er geen concrete hulpvraag is. Dan werkt overtuigen meestal averechts. Maar wat werkt dan wel? Graag geef ik je een tip die in al mijn trainingen terugkomt. 

Als je iemand wil meekrijgen, is de neiging van de meeste mensen die ik ken om informatie te geven. Om uit te leggen, te onderbouwen en goede argumenten te geven. Maar dat is – zeker in een situatie waarin er mogelijk wat weerstand is – precies wat niet goed werkt. 

De oplossing? De informatie moet juist de andere kant op. 

Niet van jou naar de ander. Maar van de ander naar jou. 


Soms kom je daarmee tot verrassende resultaten. 

Een voorbeeld uit de praktijk

Zo’n 10 jaar geleden kwam ik op veel woonlocaties voor mensen met een verstandelijke beperking. Voor de LeefstijlScan liep ik een aantal dagen mee. En in de terugkoppeling gaf ik onder andere wat tips waardoor cliënten meer zouden bewegen in het dagelijks leven. 

Eén van mijn tips was: laat bewoners ’s avonds zelf hun koffie pakken. Dan wordt het langdurig zitten doorbroken. Het leek mij niet zo’n spannende tip, maar één begeleidster werd er boos over. Ze vond het helemaal niets en had daarvoor argumenten die ik niet kon begrijpen. 

Mijn eerste neiging was: toelichting geven. Nog eens uitleggen wat ik bedoelde. Vertellen wat de invloed is van zoveel uren blijven zitten. 


Maar gelukkig was ik een beetje sprakeloos door haar argumenten. En dat gaf precies genoeg tijd om te beseffen: overtuigen gaat hier niet werken. 

Daarom vroeg ik aan haar: 

Hoe kijk jij eigenlijk aan tegen bewegen in de avond? Heb jij het idee dat dit voor hen een goede situatie is? 

Tot mijn verrassing vond ze het geen goede situatie voor de bewoners. Ze vond dat ze veel te weinig bewogen. En ze herinnerde zich dat ze tot een paar jaar geleden elke avond met alle bewoners waren gaan wandelen na het eten en net voor de koffie. Ze had bedacht dat ze dit wel weer konden gaan doen. 

Dit was een nog veel betere oplossing. Elke avond wandelen, in plaats van elke avond zelf koffie pakken. Maar: als ik dit had ingebracht, dan weet ik zeker dat er ook argumenten tegen waren gekomen. Nu hetzelfde argument van een begeleider en dus collega kwam, werd er heel anders naar gekeken. En ze had het al helemaal uitgedacht. 

Informatie de andere kant op

Als je meer focust op ‘informatie de andere kant op’, dan ontstaan er kansen die je niet had voorzien. 

Want het doel is bijna nooit dat jouw advies precies wordt opgevolgd. Het echte resultaat is dat er beweging komt, zo’n beetje de goede kant op. Dat iemand nieuwsgierig wordt. En dat er een stap gezet wordt, ook al is het niet helemaal de stap die jij voor ogen had. 

Dat het balletje begint te rollen is belangrijker dan hoe het rolt. Want als het eenmaal rolt dan wordt het, net als een sneeuwbal, vanzelf groter. 

Kan je wel coachen als iets gewoon moet gebeuren?


Soms hoor ik van behandelaren, aandachtsvelders of ambulant begeleiders: “Ik wil een coachopleiding volgen, want ik vind het zo lastig om anderen mee te krijgen.”


Nu heb ik zelf vele opleidingen gevolgd. Maar het probleem is dat je er bijna altijd leert hoe je iemand helpt naar waar zij zelf naartoe wil. De ander bepaalt het doel, jij ondersteunt en coacht om daar te komen.


Maar ben jij behandelaar, aandachtsfunctionaris of ambulant begeleider? Dan weet je dat het binnen de zorgorganisatie of school waar jij werkt anders gaat. Het ‘probleem’ is dan dat jij weet wat er moet gebeuren. Je wilt anderen graag motiveren en meekrijgen. Maar dan wel in jouw plan.

Coachende vaardigheden anders leren inzetten

Een flink aantal jaar geleden was dat nog niet zo’n groot issue. Als een behandelaar op een woonlocatie kwam en een behandeladvies gaf, werd dat vaak gewoon uitgevoerd. Maar tegenwoordig is dat, om heel veel redenen, vaak anders.

Soms kies je daarom volledig voor de coachende rol. Je volgt het tempo van het team en komt zo langzaam maar duurzaam tot resultaten. Maar soms heb je die tijd niet. Dan moet iets gewoon gebeuren. Vaak wordt dan de vraag gesteld of je wel iets hebt aan die coachende rol. 

Toch heb je juist dan ook veel aan coachende vaardigheden. Alleen zet je ze anders in.

  • Je zet ze niet in op de vraag óf er iets moet gebeuren, want dat moet gewoon.
  • Je zet ze ook niet in op de vraag wát er moet gebeuren, want dat weet je in grote lijnen wel.
  • Maar je zet ze in op de vraag hóe dit gaat gebeuren.

Wanneer coachende vaardigheden écht werken

Voor motivatie is het ontzettend belangrijk dat mensen zelf regie ervaren bij verandering. Als zij geen regie hebben op dát en wát er verandert, doe dan ook niet alsof dat wel zo is. Benut juist de ruimte die er wél is: bij het hoe, de weg ernaartoe. Welke werkwijze past goed bij hen en bij de cliënt? Wat heeft eerder goed gewerkt? Welk tempo is haalbaar? En wat zien zij als de eerste, haalbare stap?

Zo zet je coachende vaardigheden in, ook op momenten dat iets gewoon moet. Daarmee maak je het verschil tussen iets wat in theorie verandert en iets dat in de praktijk ook echt anders gaat.

Herken jij dit?


Herken jij dit en ben je daarom benieuwd hoe dat er in jouw werk uit zou zien? Misschien is de training Coachende Vaardigheden iets voor jouw team of organisatie. Neem dan gerust contact op, dan plannen we een kennismakingsgesprek.

Waarom het zo moeilijk is wat jij doet

Veel deelnemers aan mijn trainingen herkennen het: ze willen het beste voor de cliënt. En leggen daarom steeds opnieuw aan het team uit wat het behandelplan is. Met steengoede argumenten. En toch… worden hun adviezen niet opgevolgd. Ze snappen niet waarom het zo moeilijk is. 

Ik snap het wel. 

Je werk bestaat niet uit alleen behandelen

Want jij bent opgeleid als behandelaar. Als een expert die weet wat er nodig is en dat adviseert. Dat is waar je jaren voor hebt gestudeerd, en wat je waarschijnlijk ook goed doet.

Maar ergens onderweg is er iets bijgekomen. Je moet niet alleen behandelen. Je moet ook mensen meekrijgen. Begeleiders, verzorgenden, zorgmedewerkers: allemaal mensen die dagelijks met cliënten werken. 

En mensen ‘meekrijgen’, dat is een heel ander vak. 

Van een rol als expert naar een rol als coach

Als behandelaar heb je een cliënt die bij jou komt. Die om hulp vraagt, of in ieder geval weet dat jij er bent om te helpen. Er is een soort afspraak, ook al staat die nergens op papier.

Maar als je begeleiders, verzorgenden of zorgmedewerkers ‘mee’ wilt krijgen, dan is die hulpvraag er niet altijd. Want die collega heeft haar eigen werk. Haar eigen tijdsdruk. En is misschien helemaal niet bezig met wat jij belangrijk vindt. Niet omdat zij het niet wil, maar omdat er gewoon veel is.

Dat maakt jouw positie uniek. En ingewikkeld.

Waarom werkt motiveren en overtuigen niet?

Dan merk je dat alles wat je dacht te weten over motiveren en overtuigen ineens anders werkt. Of niet werkt. Terwijl je er toch echt je best voor doet.

Dat is niet omdat jij iets fout doet. Het is omdat je iets probeert wat je eigenlijk nooit hebt geleerd. En waarvoor de standaard aanpak ook niet werkt.

Soms helpt het al enorm om dat te beseffen.

Je bent opgeleid als expert. Niet om te motiveren. Dat heeft niemand je geleerd. Een paar jaar geleden maakte ik er een video over, deze vind je hier: waarom een coachende rol zo lastig is

Volgende keer vertel ik je wat er dan wél werkt. En waarom het resultaat vaak anders is dan mensen verwachten.

een sneeuwbal die steeds groter wordt

Grip in het ondertussen

In mijn vorige berichten schreef ik over het ‘ondertussen’. Over hoe er soms veel tegelijk in beweging is, zonder dat al duidelijk is waar het naartoe gaat. En over hoe wat we vaak als individueel probleem zien, ook iets kan zeggen over het systeem waarin we werken. Want soms ben je de kanarie in de kolenmijn

Wat kan je wél doen?

De vraag die daarna vaak komt, is: 
Wat helpt dan eigenlijk? Wat kun je, als klein element in dat grote systeem, doen? 

Want wachten tot alles rustig of duidelijk wordt, is meestal geen optie. Het werk gaat door. De vragen blijven komen. Je cliënten moeten worden geholpen. En ondertussen probeer jij je daartoe te verhouden.

Wat ik zelf steeds meer ben gaan zien, is dat we als mensen vaak op zoek gaan naar grote oplossingen buiten onszelf, terwijl invloed vaak veel dichterbij begint. Bijvoorbeeld in gesprekken. 

Als de druk oploopt

Als de druk oploopt, zie je dat onder andere terug in gesprekken waarin je anderen mee probeert te krijgen: 

  • Je gaat meer uitleggen
  • Je gaat steeds meer argumenten geven
  • Je gaat steeds harder duwen en trekken

Dan voelt verandering al snel alsof je een enorme loden bal een berg op probeert te duwen. Terwijl het ook anders kan. Meer als een kleine sneeuwbal die je een zetje geeft, waarna hij de berg af rolt en vanzelf groter wordt.

In gesprekken doe je dat bijvoorbeeld door: 

  • Beter luisteren (en weten waar je precies naar moet luisteren)
  • Goed inschatten waar iemand (al) staat
  • En precies aansluiten bij de fase waarin iemand is

Niet harder, maar zachter werken

Daarvoor hoef je niet harder te werken, maar eerder zachter. Wat trouwens eerst best als hard werken voelt ;-), want dit is ook echt een vaardigheid. Mensen in mijn trainingen geven vaak aan dat ze stap voor stap anders gaan kijken. Dat ze beter gaan zien waar beweging mogelijk is. En dat kleine, positieve gesprekken vaak meer effect hebben dan hun eerdere uitgebreide adviezen.

Doen wat ertoe doet in een systeem onder druk

Dat geeft ook iets terug wat veel mensen onderweg een beetje kwijtgeraakt zijn: een gevoel van invloed. Dat wat jij doet ertoe doet. 

De omstandigheden veranderen daarmee niet meteen. Je werkt nog steeds in een systeem dat onder druk staat. Maar je merkt wel dat je steeds een klein beetje meer invloed hebt.  

Misschien is dat ook een vorm van grip in het ondertussen: niet alles oplossen, maar wel merken dat jouw manier van kijken en reageren verschil maakt.

kanarie in een kooi

De kanarie in de kolenmijn

In mijn vorige bericht schreef ik over het “ondertussen”. Over dat gevoel dat er veel in beweging is, zonder dat al duidelijk is waar het naartoe gaat. Soms hebben mensen het gevoel dat die onrust een probleem van henzelf is, dus individueel. Maar het is ook iets collectiefs. 

In de zorg én in onze hele maatschappij verandert er veel, en dat gaat gepaard met toenemende druk op mensen. Met zichtbare gevolgen: in bijna elk team waar ik kom is er minimaal één persoon langdurig afwezig. Overspannen, of met een burn-out. Mensen die nog steeds van hun werk houden, maar het niet meer kunnen doen op een manier die voor hen vol te houden is.

Een individueel probleem?

Wie uitvalt, krijgt ondersteuning om weer terug te keren in hetzelfde systeem. Daarmee lijkt het al snel een individueel probleem, terwijl de vraag is of dat klopt.

In mijn dagelijks werk met behandelaren zie ik hoe complex dat systeem is. De zorgvraag van cliënten is zwaarder geworden, terwijl er minder behandeluren beschikbaar zijn en de nadruk steeds meer ligt op het coachen van collega’s in de dagelijkse zorg. Zij werken bovendien in kleinere teams, met meer verloop. 

De vraag is dus of het logisch is om dit vooral als een individueel probleem te blijven zien. 

Een probleem van het systeem?

Een andere invalshoek is om het te bekijken als een probleem van het systeem. Vanuit die invalshoek wordt de uitgevallen collega de ‘kanarie in de kolenmijn’: degene die de druk van het systeem het sterkst ervaart en als eerste uitvalt. Een signaal dat er iets niet goed gaat.

Maar alleen zo kijken helpt ook niet echt verder. Want als het probleem in het systeem zit, wat kun jij dan nog doen? Het risico is dat je op afstand komt te staan en dat het je vooral machteloos maakt.

Tegelijkertijd groeit het besef dat dit probleem niet op één plek ligt en ook niet op één plek kan worden opgelost. Het is een optelsom. En dat maakt het ingewikkeld. Want waar begin je dan?

Een perspectief dat je vooruit helpt

De afgelopen maanden werkte ik aan een Europees project rond inner leadership in systems under pressure. Daarin stonden vragen centraal als: hoe ondersteun je professionals in een systeem dat onder druk staat, terwijl de richting nog niet helder is?

In gesprekken met onder andere antropologen kreeg ik taal voor wat ik in mijn werk al langer zie: dit is geen individueel probleem, en ook niet alleen een systeemprobleem.

Want anders dan de kanarie, die zijn kooi niet uit kan, ben jij niet alleen onderdeel van dat systeem, maar heb je er ook invloed op. Zoals ik wel eens in trainingen zeg: je staat niet in de file, je bent er onderdeel van.

De vraag wordt dan: hoe beweeg je je daarin? Hoe maak je onderscheid tussen waar je invloed op hebt en waar je hooguit een kleine bijdrage kunt leveren?

Daarover meer in mijn volgende bericht: hoe krijg je meer grip, juist in een fase waarin nog niet duidelijk is waar het naartoe gaat?

Jullie zijn geen meisjes meer

“Nou, jullie zijn geen meisjes meer.”

Dat zei mijn moeder, een klein beetje verbaasd, toen ik haar foto’s liet zien van een weekend weg met vriendinnen. Ze kent ze allemaal nog van vroeger, van de middelbare school.

Ik moest lachen en dacht tegelijk: ja, dat klopt natuurlijk. Want ondertussen zit mijn eigen jongste in zijn eindexamenjaar. Dus nee, ik ben geen meisje meer.

Er is best veel veranderd

Het is interessant hoe dat werkt. Dat iemand anders je er ineens op wijst hoeveel tijd er voorbij is gegaan, terwijl je er zelf gewoon in doorloopt zonder het echt te merken.

Volgens mij werkt dat op meer plekken zo.

In je werk bijvoorbeeld. Je doet wat je altijd doet. Er verandert van alles, maar omdat je er elke dag middenin zit, voelt het niet als verandering. Totdat je even uitzoomt, of iemand anders iets zegt waardoor je denkt: oh ja, er is best veel veranderd.

Er gebeurt veel, in het klein en in het groot

De afgelopen tijd had ik een paar van dat soort momenten. Ik zat bijvoorbeeld weer eens aan de andere kant, als deelnemer van een training, en merkte hoe verhelderend dat is. Je kijkt dan net even anders.

Daardoor werd ik me ervan bewust dat er veel tegelijk in beweging is. Dingen die veranderen, zonder dat al duidelijk is waar het naartoe gaat. In het klein, in je eigen leven. En in het groot, in het werk en de wereld om je heen.

Liminal space. Het ondertussen.

Misschien herken je dat wel. Dat je vooral doorgaat met wat er moet gebeuren, terwijl er ondertussen van alles verschuift. Pas als je even afstand neemt, zie je hoeveel er veranderd is. Vaak merk je dat je ook nog middenin dat proces zit.

Voor dat soort fasen is er een woord: liminal space. Het ondertussen. Je bent niet meer waar je was, maar ook nog niet waar je uitkomt.

Zo’n liminal space zorgt voor onrust. Als je die onrust herkent, betekent dat niet dat er iets mis is met jou. Het kan ook betekenen dat er veel in beweging is

Lees verder in deel 2 van deze serie over de kanarie in de kolenmijn.

Ben jij al halverwege de berg?

Herken je dit?

Is het weerstand?

Jij weet precies waar je naartoe wilt. Je bent ook lekker op weg, er zijn al veel stappen gezet. Maar opeens kom je erachter het het team of het project helemaal niet echt in beweging is gekomen…

Is dat weerstand? Of ga jij misschien wat snel….?

Of ga jij misschien wat snel?

Bovenstaande clip komt uit de workshop Positief Motiveren. Maar deze verwijst naar de Fasen van Gedragsverandering.

Interesse in een workshop of training?

Er starten bij verschillende organisaties weer incompany trainingen Coachende Vaardigheden.

Daarnaast ben ik bezig met het plannen van een online variant van deze training. Heb jij interesse om hieraan deel te namen? Laat het mij weten!

Terugkijken op het afgelopen jaar

Terugkijken op het afgelopen jaar

Elk jaar kijk ik terug op het afgelopen jaar. Dit doe ik bewust vóórdat ik vooruit kijk naar het nieuwe jaar. Ik doe dit het liefst in december, bijvoorbeeld in de kerstvakantie.

Heb jij behoefte om gestructureerd terug te kijken? Gebruik dan mijn stappenplan. Dit is een combinatie van allerlei dingen die ik eerder deed en ik vind het fijn werken. Je kunt dit alleen doen of met anderen.

1. Voorbereiding

Wat heb je nodig?

  • 12 A4-tjes – zorg voor losse vellen
  • een pen, of gekleurde stiften of potloden – net wat jij fijn vindt
  • je agenda van het afgelopen jaar, werk én privé
  • ongeveer 2 uur tijd

2. Zelf aan de slag

Elk blad staat voor een maand. Pak het eerste blad en schrijf hier januari op.

Vervolgens blader je door januari in je agenda(s) van het afgelopen jaar. Wat heb je allemaal gedaan? Wat roept een herinnering op? Schrijf of teken een aantal van deze gebeurtenissen op het blad. Misschien kan je ook een gevoel tijdens deze maand opschrijven, of misschien valt je juist iets op als je op deze manier terugkijkt op de maand.

Ben je klaar met januari? Ga dan door naar februari. Enzovoort ;-).

Een belangrijke tip:

Voor sommige mensen werkt het om dit heel ‘mooi’ te maken. Met speciaal papier, fijne stiften en een prachtig handschrift. Dat is prima, zo lang het je niet tegenhoudt om ‘gewoon maar even wat op te schrijven’. Want juist deze krabbeltjes tussendoor blijken later vaak heel waardevol.

3. Tijd voor thee

Heb je het hele jaar doorgebladerd en de 12 A4-tjes gevuld? Dan ben je waarschijnlijk wel een uur (of meer) verder. Leg de 12 blaadjes achter elkaar op de grond. Het dichts bij je voeten ligt januari. Daar’boven’ februari, enzovoort. December is het verst weg.

Nu is het tijd om er even afstand van te nemen. Loop er even bij weg en haal bijvoorbeeld een kop thee. Zorg dat je echt even iets anders doet.

4. Doorloop je jaar

Heb je even afstand genomen? Dan ga je nu met een frisse blik je jaar doorlopen. Als je dit samen met iemand anders doet, dan doe je dit om de beurt.

Loop letterlijk door je jaar:

Ga eerst op januari staan. Vind je dat zonde, omdat het papier dan kreukelt of misschien vies wordt? Zet dan in ieder geval een teen op het papier, want dit geeft echt een ander gevoel dan hier vanaf een afstand naar blijven kijken.

Vertel je partner hoe januari was én wat je nu opvalt, nu je hier staat en er naar kijkt. Heb je dit verteld? Ga dan verder naar februari. Doorloop zo stap voor stap je jaar.

Doe je dit alleen? Het kan helpen om te praten tegen de dictafoon van je telefoon (zoek naar dictafoon of naar spraakopname). Door hardop praten doe je weer nieuwe inzichten op. En misschien hoor je net weer andere dingen als je het later nog eens terug luistert.

5. Kijk eens terug

Heb je alle maanden doorlopen?

Draai je dan om en kijk eens terug. Wat denk, voel en ervaar je als je naar dit jaar kijkt? Deel dit ook weer met je partner, als je dit samen doet. Doe je dit alleen? Schrijf dit dan op.

Werk je samen? Dan gaat nu de ander naar stap 4.

6. Vat samen wat je kwaliteiten zijn

Werk je samen met iemand?

Vat dan nu samen welke kwaliteiten je hebt gehoord in het jaar van de ander. Denk ook aan kwaliteiten als creativiteit en veerkracht. Maar wellicht zijn er ook heel andere kwaliteiten die jou bij je partner opvallen. Maak je geen zorgen over de precieze woorden.

Als je deze oefening zelf doet, kan je eens nadenken: wat zou iemand ander opvallen als die mijn verhaal zou horen? Welke kwaliteiten zou iemand anders nu in mij zien? En welke zie ik zelf?

Wil je meer?

Heb je deze oefening gedaan en wil je meer?

Deze oefening kan de start vormen van ‘YearCompass’. Dit helpt enorm om gestructureerd te reflecteren op het vorige jaar én bewust aan het nieuwe jaar te starten. Je downloadt op hun pagina (gratis) het hele werkboek, op een formaat naar keuze, gewoon in het Nederlands (ook al is de site dat niet).

Wil je de oefening onder begeleiding doen? Dan kan ik je helpen. Neem contact op voor de mogelijkheden.

Bij mijn tante in Twente

Ik zit samen met mijn puberzoon op de tweezitsbank bij m’n tante. 
De drie andere stoelen in deze knusse woonkamer zijn bezet door mijn moeder, oom en tante. 
Mijn tante in Twente – ruim honderd kilometer, én een tijdreis. 

In deze kamer heb ik als kind veel gespeeld.
Thee gedronken uit deze theeglazen. 
Ontbijtkoek gegeten van, misschien, ditzelfde schoteltje. 
Op een eerdere versie van deze bank gezeten. 
Naar hetzelfde dialect geluisterd. 
Dezelfde ontspannen sfeer. 

Ik voel me in een andere tijd. 

In een andere tijd

Dan komt mijn neef binnen. 
Zijn baard weer iets grijzer. 

Ik draai mijn hoofd iets naar mijn zoon 
en geef een klein zijwaarts knikje 
met mijn kin. 

Hij kijkt me verbaasd aan.
‘Wat?’

Ik beweeg mijn kin nog eens.
‘Toe,’ zeg ik.

‘Wat bedoel je?’
‘Schuif even op.’

Met een verbaasde blik schuift hij aarzelend een paar centimeter op.
Ik schuif iets dichter naar hem toe en mijn neef komt naast mij op de bank zitten. 
Gezellig. 

Terug naar 30 jaar geleden?

Vertraagd dringt de verbazing van mijn zoon tot mij door. 
Want: ik zit in de woonkamer van vroeger. 
Bij mijn tante, waar er ongeacht de ruimte altijd plek was voor één meer
en waar ‘even inschikken’ automatisch ging. 

Mijn lijf en gedrag stappen in een reflex van toen.

En mijn zoon,
gewend aan dubbel zoveel zitplekken en de helft zoveel familie,
begrijpt niet wat ik bedoel. 

In de auto vertel ik over Sinterklaasfeest met 15 familieleden in deze kamer. 
Het lijkt mijn zoon technisch gezien onmogelijk. 

Cultuur

In mijn werk gaat het veel over cultuur.
Vaak over culturen uit verschillende landen,
of over de cultuur van een organisatie.

Maar cultuur is niet alleen gebonden aan een regio, taal of plek –
ook aan een familie, of een tijd.

Vertragende vragen

Onlangs gingen we tijdens een inspiratiedag aan de slag met vertragende vragen. Dit zijn vragen die je helpen om uit te zoomen en stil te staan, juist op het moment dat je geneigd bent door te rennen.

Waarom zou je willen uitzoomen en stilstaan?

Vooral in situaties waarin je druk of stress ervaart, hebben mensen de neiging om te doen wat ze altijd al deden. Zo zijn veel zorgprofessionals nogal goed in ‘ja’ zeggen als er een beroep op hen wordt gedaan. Soms zijn ze júist als ze het druk hebben nog eerder geneigd om ‘ja’ te zeggen. Want dit is het bekende antwoord en kost daarom minder energie.

Maar als je je onbewuste gewoontes wilt veranderen, dan moet je uit je bestaande patronen komen. Dat lukt meestal niet terwijl je doorrent. Je moet even uitzoomen en stilstaan.

Vertragende vragen helpen je hierbij

Vertragende vragen nodigen je uit om even uit te zoomen. Om niet te focussen op één specifieke situatie, maar om het grotere plaatje te bekijken. Vragen kunnen bijvoorbeeld zijn:

  • Waar gaat dit eigenlijk écht over?
  • Waar of wanneer heb je dit eerder meegemaakt?
  • Van wie is dit eigenlijk?

De kracht van oprechte aandacht

Het is belangrijk dat deze vragen vanuit oprechte aandacht worden gesteld. Dan kunnen ze heel veel in beweging brengen. Het is helemaal niet nodig om deze vraag te beantwoorden of de situatie op te lossen. Sterker nog: soms is het krachtiger om juist de vraag een tijdje met je mee te nemen.

Ook voor de vragensteller is dit leerzaam. Veel mensen willen graag iets oplossen, iemand vooruit helpen. Maar soms is ‘er zijn’ het belangrijkste dat je kunt doen.

Dat zie ik bij dagen zoals de inspiratiedag. Maar ik zie het ook op de werkvloer in de zorg. Ik zie het als ik werk met vluchtelingen. Gewoon er zijn, iemand horen, iemand echt zien. Dat is waar ruimte ontstaat voor echte beweging.

Empathie in plaats van sympathie

Toevallig stuurde een vriendin mij vorige week een filmpje dat bij dit thema past. Het is een video van Brené Brown dat gaat over empathie versus sympathie. Hoewel ik vind dat ‘sympathie’ niet helemaal recht wordt gedaan in de video, is de manier waarop zij het verschil laat zien wel heel behulpzaam:

Vertraging en vertragende vragen helpen je om in die empathische houding te blijven. Aanwezig en zonder haast om iets op te lossen.

Wil jij meer vertragen?

Als je vertraagt sta je niet stil, maar maak je een bewuste keuze om uit je bekende patronen te stappen. Je maakt ruimte voor iets nieuws. Soms is hier alleen maar een vraag voor nodig.

Welke vertragende vraag zou jou kunnen helpen om uit je bekende patronen te stappen?