Overslaan en naar de inhoud gaan
uitzicht over een visvijver

De thermostaat op 16 – reflecteren op het afgelopen jaar

“Dat ik me comfortabel kan voelen in een woonkamer waar het 16 graden is. Dat is één van de verrassingen van 2022.”

In een vorig blog schreef ik dat het bij terugkijken op het oude jaar voor mij vooral gaat om het waarderen van wat er al is, wat je al kan en wat er al goed gaat. Juist dat geeft de energie om eventuele nieuwe veranderingen in te zetten.

Dat betekent natuurlijk niet dat alles in 2022 alleen maar positief was. Er gebeurde zoveel in de wereld, in het groot en in het klein.

3 persoonlijke dingen uit het reflecteren op 2022

Bij het terugkijken op 2022 en het invullen van mijn Year Compass heb ik veel persoonlijke gedachten opgeschreven. Ik haal er 3 heel verschillende onderwerpen uit die te maken hebben met motivatie, gedrag en verandering.

  1. Ik experimenteerde en vond mijn ideale ontbijt
  2. Ik ontdekte hoe ik me comfortabel kan voelen in een kamer van 16 graden
  3. Ik kon vertrouwen op mijn wendbaarheid

Lees er hieronder meer over.

Ik deel ook waar ik minder trots op ben én wat ik hier uit haal voor eventuele nieuwe doelen in 2023. Misschien heb jij hier ook iets aan.

1. Ik experimenteerde en vond mijn ideale ontbijt

In 2021 ging ik bewust experimenteren met mijn eetpatroon. Dat heb ik vaker gedaan en ik weet wel zo’n beetje wat voor mij werkt.

Daarbij heb ik het niet alleen over welke voedingsstoffen voor mij goed werken of waar ik me fit bij voel. Maar óók over of ik dat dan ook echt ga doen of maken. Als er teveel gedoe of dagelijkse voorbereiding nodig is dan val ik terug op andere, makkelijkere keuzes.

In 2022 vond ik mijn ideale ontbijt. Voor mij is het echt de makkelijkste dagelijkse keuze. Niet alleen snel en makkelijk thuis te maken, maar ook goed mee te nemen en ergens anders te maken. Ik at het in 2022 overal, zelfs in een woestijn.

Wat ik hieraan heb bij toekomstige veranderingen:

  • Ik moet mezelf de tijd gunnen om te experimenteren – het hoeft niet in één keer
  • Wat voor iemand anders werkt, werkt niet altijd voor mij – en andersom
  • Gemak is op het moment dat ik ga eten doorslaggevend – het moet de eenvoudigste keuze zijn

2. Comfortabel in een kamer van 16 graden

Net als bij veel mensen staat bij ons de thermostaat wat lager. Dat is voor mij wel een ding. Want hoewel ik over het algemeen klimaatbewust ben, heb ik het ook snel koud.

In februari vond ik net als veel mensen de motivatie om hem toch een graadje lager te zetten. Het gevoel van iets kunnen doen tegen Poetin won het van mijn comfort.

Toen in augustus tot me doordrong dat ons mooie vaste energietarief verliep en we vanaf september heel veel meer gingen betalen, besloot ik me serieus voor te bereiden op een paar graden kouder. Aangezien mijn man en kinderen het nooit koud hebben, was dit een individuele zoektocht. Ik experimenteerde met allerlei soorten kleding. En ontdekte uiteindelijk wat mij warm houdt. Zelfs in een kamer van 16 graden.

Overigens ben ik me bewust van de luxe van mijn probleem. Bij veel mensen stond de verwarming al nauwelijks aan. Ook deze mensen hebben een hogere energierekening, maar geen mogelijkheden om hier iets aan te doen.

Wat ik hieraan heb bij toekomstige veranderingen:

  • Blijkbaar wint comfort en gemak het bij mij soms van milieu (dit vind ik geen fijne constatering)
  • Maar is een financieel verlies wel een prikkel om serieus op zoek te gaan naar oplossingen (hier ben ik ook niet trots op)
  • En lukt het na wat experimenteren om én comfortabel warm te zijn én de verwarming laag te zetten.

3. Ik kon vertrouwen op mijn wendbaarheid

Een paar jaar geleden was ik bij een lezing van Jan Rotmans, hoogleraar transitiekunde. Hij vertelde: we leven niet in een tijdperk van verandering. We leven in een verandering van tijdperken.

Dit betekent dat we – allemaal – te maken hebben met dingen waar we niet op voorbereid zijn. Ze komen niet alleen onverwacht, maar we kunnen ook niet voortbouwen op eerdere ervaringen. In Nederland hebben maar weinig mensen een pandemie meegemaakt. En op de enorme en razendsnelle stijging van de prijs van grondstoffen zijn zowel particulieren als zorgorganisaties en andere bedrijven niet echt berekend.

We zijn het oude aan het verlaten, maar weten nog niet hoe het nieuwe eruit ziet. En ondertussen moeten we wel dóór. We zijn een brug aan het bouwen terwijl we er al op staan én niet weten waar we naartoe gaan. Er is ook niemand die dit kan vertellen. Dit wordt ook wel liminal space, de tussentijd of het ondertussen genoemd.

Ook voor mij heeft dit zowel direct als indirect invloed gehad op hoe mijn werk eruit ziet. In 2020 en 2021 direct, omdat veel training en begeleiding online plaatsvond. En in 2022 meer indirect, omdat mijn klanten en cursisten in hun werk vrijwel allemaal te maken hebben met extra druk door onderbezetting of doordat hun werk er opeens totaal anders uit is gaan zien. In vrijwel elke training, bijeenkomst en opstelling speelde dit een rol.

Bij het terugkijken kwam ik tot de conclusie dat ik in al deze jaren wendbaar ben gebleven. Ik was in mijn werk (en eigenlijk in mijn leven) al gewend aan pionieren, aan het zelf ontdekken. Dit heeft me erg geholpen.

Wat ik hieraan heb bij toekomstige veranderingen:

  • Doelen stellen en plannen maken is maar relatief – je hebt niet overal invloed op
  • Maar met een intern kompas en een flinke dosis wendbaarheid is het toch mogelijk om regie te nemen, ook (of juist) als de situatie onvoorspelbaar wordt
  • Deze vaardigheid van wendbaar zijn is niet voor iedereen vanzelfsprekend, maar wel erg belangrijk

Op naar 2023

Deze 3 totaal verschillende dingen kwamen naar voren bij het terugkijken op 2022 en geven mij input voor nieuwe ideeën of gewenste veranderen.

In de afgelopen jaren deelde ik regelmatig over goede voornemens.

Hoe verhoudt zich dit tot mijn trainingen?

Als je bekend bent met het werken met de Fasen van Gedragsverandering dan herken je misschien het bovenstaande. Het terugkijken naar gedrag dat je tot een gewoonte hebt gemaakt (fase 5) helpt je enorm bij het voorbereiden van nieuwe veranderingen (fase 3).

Daarnaast speelt ‘wendbaarheid’ ook een steeds grotere rol in mijn trainingen. Ik zal je niet snel vertellen hoe je iets precies moet aanpakken. Er is geen ‘one size fits all’ bij gedragsverandering. Toch laat ik je ook zeker niet aan je lot over. Ik help je allereerst ontdekken wat er precies nodig is. En daarna reik ik je een aantal handelingsmogelijkheden aan, waar je zelf uit kunt kiezen. Dit is ook de structuur van de training Motiveren met de Fasen van Gedragsverandering.

briefje met goede voornemens en ervoor een zandloper

Wacht nog even met goede voornemens

Heb jij ook goede voornemens? Of denk je dat je ze eigenlijk zou moeten hebben? Misschien is dat helemaal niet zo.

2023! Daar ben je dan. Welkom ✨.

Wat mij dit jaar – meer dan andere jaren – opvalt zijn de vele berichten met een onderwerp als:

  • Hoe zorg je ervoor dat 2023 je beste jaar ooit wordt?
  • Hoe ga je in 2023 je doelen wél bereiken?
  • De beste versie van jezelf in 2023!

Wat is de boodschap?

Ik vind dat hier een rare boodschap vanuit gaat. Niet per se van de tekst zelf, want de schrijver heeft vast goede intenties. Maar er ligt een aanname onder dat je leven nu niet goed is. Of zelfs: dat jij niet goed genoeg bent.

Natuurlijk kunnen er dingen anders. Bij mij ook. Maar ik hoop toch dat voor de meeste mensen geldt dat het leven eigenlijk best oké is. En dat ze over een groot deel van de dingen in hun leven gewoon tevreden zijn.

Waarderen van wat er al is

Het interessante is: juist het waarderen van wat er al is, draagt bij aan je geluk. En juist gelukkig zijn, zorgt voor een brede en creatieve blik. En juist met deze brede en creatieve blik zorgt je voor ideeën en oplossingen die voor jou ideaal zijn.

Ga dus niet als een malle goede voornemens bedenken. Of zelfs overnemen van andere mensen. Nee, ga eerst waarderen wat er al is.

Hoe doe je dat? Nou, door eens terug te kijken naar het afgelopen jaar.

Dit is hoe ik het aanpak

Zelf doe ik dat al jaren in de kerstvakantie.

Eerst doorloop ik in 1-2 uur mijn agenda. Dat doe ik op deze manier:

Daarna gebruik ik dit als input voor ‘Yearcompass’. Dit is een werkboek dat je op een formaat naar keuze kunt downloaden waar ik nog een keer een uur voor ga zitten. Download hem (gratis) hier:

Begin ook hier met de terugblik op 2022 en las daarna een pauze in.

Dat doe ik ook 😉 en in mijn volgende blog zal ik enkele persoonlijke voorbeelden met je delen.

bladeren door tijdschrift

Ik heb je aangemeld voor een marathon (over de precontemplatie fase)

Motiveren met de Fasen van Gedragsverandering, hoe ziet dat er nu uit? In een korte serie artikelen deel ik met je hoe dit kan werken. In dit artikel de onbewuste fase, ook wel precontemplatie of precontemplation genoemd.

Je zit aan de keukentafel bij een buurvrouw. Zij is thee aan het zetten.

Op de tafel ligt een tijdschrift dat je even doorbladert. Je komt langs een interview met iemand die is begonnen met hardlopen. Je denkt hardop: ‘jeetje, zou dat nou echt zó leuk zijn?’. Daarna blader je weer verder langs andere verhalen en columns.

Hoe zou jij je voelen als een kwartier later jouw buurvrouw zegt:

‘O, ik heb je net aangemeld voor een marathon!’

Uit verbinding

Dit voelt waarschijnlijk heel raar. Je denkt minimaal aan een misverstand, maar waarschijnlijk begrijp je niet waar je buurvrouw dit vandaan haalt. Hoe kómt ze op het idee?

Je past wel op met wat je in het vervolg zegt als zij er bij is….

Bizar he?

Dit is een bizar voorbeeld.

Maar toch is dit wat professionals soms doen.

  • Een cliënt met knieklachten merkt terloops op dat hij niet besefte dat zijn gewicht misschien een rol speelt. En opeens heeft hij het adres van een diëtist in zijn handen.
  • Iemand verzucht na een flinke hoestbui dat dat roken misschien toch niet zo’n goed idee is. Maar nu blijkt roken een gespreksonderwerp waar hij niet meer vanaf komt.
  • Een collega grijpt bij het bukken terloops naar haar rug. Opeens heeft ze een folder in haar tas met allemaal tips over beter tillen, inclusief een uitgebreide uitleg waarom dit zo belangrijk is.

Wat gaat hier mis? De precontemplatie-fase

onbewuste fase stages of change

De mensen in deze voorbeelden zijn in de onbewuste fase van gedragsverandering. Dit wordt ook wel de precontemplatie-fase genoemd. Ze beseffen niet dat ze een probleem hebben, ze denken niet dat dit anders kan óf ze denken dat ze zelf geen invloed hebben op de oplossing. Daarom zijn ze helemaal niet van plan om iets te veranderen.

Maar opeens krijgen ze allemaal tips en adviezen. Voor een probleem dat zij niet ervaren.

Natuurlijk komen deze tips vanuit een positieve intentie. Maar deze zorgen er meestal niet voor dat er iets verandert. Sterker nog: dit zorgt er soms voor dat de verbinding verdwijnt.

Sommige professionals benoemen dit als weerstand bij een cliënt.

Wat je moet doen (en wat vooral niet)

In deze fase is iemand niet klaar om in actie te komen. Hij is zelfs niet bezig met een eventuele verandering.

Heb je te maken met een cliënt in deze fase? Geef géén tips en probeer ook zeker niet te overtuigen.

Wat je wél kunt doen is onderzoeken of je de ander nieuwsgierig kunt maken naar veranderen. Dit is wat op lange termijn het meest effectief is.

De volgende fase: overwegen

stages of change

Binnenkort deel ik een artikel over de fase overwegen.

Wil je niet wachten en wil je nu direct meer weten?

Wil je meer weten over de Fasen van Gedragsverandering?

hersenen die alle kanten op worden getrokken

Waarom overtuigen niet werkt: het ja-maar brein

In ons dagelijks leven en dus ook in ons werk zijn we regelmatig bezig met het overtuigen van anderen. Dat werkt niet altijd. Want anderen beginnen hun reactie vaak met ‘ja maar’. Herken je dit? Dan is dit blog voor jou!

In de video hieronder vertel ik je er meer over. Lees je liever? Onder de video vind je de tekst als artikel.

Het ja-maar brein

In trainingen heb ik het veel over het ja-maar brein. Het is een thema dat ik vaak bespreek als het gaat om omgaan met weerstand. Maar nu wil ik het bespreken in het kader van de Fasen van Gedragsverandering.

De fasen van gedragsverandering

In de Fasen van gedragsverandering is er één fase die je heel vaak tegenkomt als je te maken hebt met het motiveren van anderen. Dat is de fase van overwegen. Dit wordt ook wel comtemplatie genoemd.

Mensen willen wel én niet veranderen

poppetje met weegschaal die wel en niet wil veranderen

Kenmerkend voor deze fase is dat mensen afwegen en twijfelen. Ze hebben redenen of overwegingen om te veranderen. 

Ze willen het wel EN tegelijkertijd zien ze veel bezwaren. Ze willen het niet. 

En vaak gebeurt er dan niets, behalve veel praten en afwegen. 

Mijn ervaring is dat als ik dit vertel, er bij veel mensen meteen een cliënt of puberkind of collega oppopt die dit doen. 

We hebben allemaal een ja-maar brein

ja-maar brein, dat alle kanten op wordt getrokken

Maar het is goed om te beseffen: dit doen we allemaal. 

Ik ook. Jij ook. 

Ons brein is namelijk bedraad om dit te doen. 

Want stel je voor, dat je de hele dag makkelijk te overtuigen bent om iets te veranderen. Dan zou je de hele dag met alle winden meewaaien. En uiteindelijk kom je nergens. Je blijft op dezelfde plek.

Dus is het slim van ons brein om ons niet zomaar te laten overtuigen door anderen. 

Je zou zelfs kunnen stellen dat ons brein bedraad is voor ‘ja maar’. 

Wat gebeurt er als iemand je wil overtuigen?

Als iemand anders ons wil overtuigen dan laten we dat niet zomaar gebeuren. We weten dat dat veel te veel energie kost. Ons brein een trucje om niets te hoeven doen. En dat is zorgen dat er een ‘ja-maar’ in ons hoofd opkomt met een tegenargument. 

weegschaal

Stel dat iemand ons wil overtuigen met een argument aan de plus-kant van veranderen. Dit is het roze blokje.

Dan legt ons brein niet zomaar een blokje aan de min-kant, een oranje blokje. Er komen er zelfs twee.

Want: als we zelf iets bedenken of uitspreken dan telt dat veel meer mee dan wanneer iemand anders het tegen ons zegt. Dat wat we zelf bedenken of zeggen is meer ‘waar’ dan wat iemand anders zegt.

Stel dat iemand mij vertelt dat ik moet gaan sporten. Dan legt deze persoon 1 blokje links. Maar ik zegt misschien: ik heb een blessure, dus dat kan niet. Daarmee leg ik 2 blokjes rechts.

Maar: die ander heeft ook een ja-maar brein. Die laat zich óók niet zomaar overtuigen. Dus er komt weer een tegenargument aan de linkerkant. Zoals: met jouw blessure zijn er echt wel sporten die je kunt doen.

En zo kom je terecht in deze situatie:

weegschaal met veel blokjes

Een situatie met een tegengesteld resultaat.

Want terwijl jij iemand wilt overtuigen om te veranderen en te doen wat goed of gezond is, raakt de ander juist steeds vaster in haar of zijn overtuigingen.

Overtuigen werkt niet

Heb jij te maken met een situatie waarin iemand wel én niet wil veranderen? Dus iemand in de overwegende fase van de stages of change?

Besef dan: overtuigen met argumenten gaat waarschijnlijk niet werken.

Dit geldt overigens niet alleen voor deze fase. Het werkt in de andere fasen ook niet, maar in deze fase is dit het meest opvallend.

Meer weten?

fasenwijzer

Als je meer wilt weten over de Fasen van Gedragsverandering:

weegschaal, gewichtje en appel

Van norm naar boodschap – Meer resultaat, minder frustratie

Als een (zorg)organisatie actief aan de slag gaat met het thema gezonde leefstijl, dan wordt soms gedacht dat er behoefte is aan duidelijke normen. Maar: vaak zijn deze niet echt motiverend. Wat kan je wél doen?

Ik praat bij met een manager van een zorginstelling. We hebben net besproken hoe lastig het is om effectief aan de slag te gaan met leefstijl.

“Aan onze kennis ligt het niet hoor. Die hebben we volop in huis!” zegt hij.

“Waar ligt het volgens jou dan wel aan?” vraag ik.

Hij zegt: “Nou, het gebeurt gewoon niet. Het lijkt heel lastig voor medewerkers om er iets mee te doen.”

Dat klinkt bekend.

Mensen weten wel wat gezond is

Hoewel het bovenstaande gebaseerd is op een echt gesprek, is het geen uniek gesprek. Veel organisaties hebben volop kennis over wat een gezonde leefstijl is. Er zijn cijfers beschikbaar over het positieve effect van meer bewegen. Er wordt gesproken over beweegnormen en voedingsrichtlijnen.

Het blijkt ondanks deze kennis ontzettend lastig om echt iets te veranderen.

Soortgelijke gesprekken voerde ik met begeleiders, managers, bewegingsagogen, een directeur, teamleiders en projectleiders.

Het geldt ook voor mij!

Ook mijn eigen ervaring is niet anders. Wie mij wel eens heeft gehoord, weet dat ik het zelf een grote uitdaging vind om voldoende te bewegen.

Als het alleen aan kennis zou liggen, zou het toch juist mij als bewegingswetenschapper goed moeten lukken?! Maar helaas.

Het ligt niet alleen aan kennis

Mensen nog meer kennis geven is vaak niet het meest effectieve wat je kunt doen om gedrag te veranderen. En toch is dat wat in veel projecten gebeurt. Aan de buitenkant is de veronderstelling dat mensen het ‘blijkbaar nog niet weten’.

Maar als je eerlijk naar jezelf en je eigen uitdagingen kijkt, dan weet je toch eigenlijk best wat je zou willen of moeten doen? En waarom?

Dit dringt langzamerhand door

Toen ik een paar jaar geleden dit blog schreef over de valkuil van beweegnormen, kreeg ik een héél boos telefoontje. Hoe haalde ik het in mijn hoofd om dit te schrijven!

Maar langzamerhand verandert er iets.

Beweegnormen

De meeste mensen in Nederland hebben wel gehoord van de beweegnorm van 30 minuten bewegen per dag. Je kan van alles aan te merken hebben op deze norm (en deze is met de Beweegrichtlijnen 2017 ook aangepast). Maar laten we er voor het gemak vanuit gaan dat dit een norm is die zijn belofte waarmaakt. Als je 30 minuten bewegen per dag beweegt, draag je substantieel bij aan je eigen gezondheid.

Maar dan…

Met name voor de mensen die deze 30 minuten al halen én de mensen die geloven dat ze in staat zijn deze te halen, werkt deze norm motiverend.

Maar wat denk je dat deze norm doet voor iemand die op dit moment 5 minuten per dag beweegt? Denk je dat deze persoon hierdoor in actie komt?

Waarschijnlijk niet.

Terwijl de grootste gezondheidswinst haalbaar is voor juist deze persoon.

De paradox

Uit steeds meer onderzoek blijkt dat de gezondheidswinst al enorm is als deze persoon zou besluiten een paar minuten per dag meer te gaan bewegen. Als je van 5 minuten komt, dan levert bijvoorbeeld 10 minuten bewegen per dag je al een grote gezondheidswinst op.

Maar denk je dat dit deze persoon lukt, als hij steeds voor ogen heeft dat het er eigenlijk 30 moeten zijn….?

De omslag van norm naar boodschap

Nederland is de Nederlandse Norm Gezond Bewegen aan het herijken. Mogelijk (en hopelijk) komt hier meer aandacht voor de gevolgen van stilzitten.

Maar wat ik vooral hoop, is dat er een omslag komt van norm naar boodschap. In andere landen gebeurt dit al.

Ierland communiceert een boodschap:

“Iets is beter dan niets,
meer is beter dan iets,
en elke hoeveelheid lichamelijke activiteit draagt bij aan je gezondheid.”

En ook Japan, het land waar de 10.000 stappen norm ooit ontstond, communiceert nu een boodschap:

“ +10 ”
Iedere inwoner,
ongeacht of deze de norm haalt of niet,
zou 10 minuten per dag meer moeten bewegen

Know-do-gap

In onderzoeken wordt steeds vaker gesproken over de ‘know-do-gap’, een term die ook bij de WHO wordt gebruikt. De kennis is er wel, maar mensen doen het niet. Dat geldt trouwens niet alleen voor individuen en hun leefstijl, maar ook voor organisaties. Er is wel kennis, maar deze wordt niet (of niet op de juiste manier) toegepast.

Vervolgens is er ook nog eens de ‘intention-behaviour-gap’. We zijn het wel van plan, maar komen er toch niet toe om iets (duurzaam) te veranderen.

Naar mijn idee heeft het dan ook weinig zin om dezelfde norm maar te blijven herhalen.

Norm en boodschap binnen woonzorginstellingen

Ook binnen zorginstellingen geldt dat het heel goed zou zijn om de norm en de boodschap van elkaar te scheiden.

  • Hoe mooi zou het zijn, als iemand die nu helemaal nooit wandelt nu eens per week 5 minuten zou gaan wandelen?
  • Hoe geweldig zou het zijn, als iemand die nooit fruit eet eens per week een fruitshake drinkt?
  • Hoe groot zou de stap zijn als een verstokte roker 2 sigaretten per dag minder zou roken?

Normen behaal je dan niet. Maar resultaten wel…

En de manager?

Ja, het zou heel goed kunnen dat de manager alle kennis over gezonde leefstijl in huis heeft. De uitdaging is vervolgens om niet alleen uit te gaan van feiten en normen. Maar juist kennis over menselijk gedrag mee te nemen in dit soort projecten. Want dan kom je toch échte resultaten.

Meer weten?

Wil je meer leren over motiveren?

Dit artikel schreef ik in juni 2016 en heb ik in oktober 2022 opnieuw gepubliceerd.

stappenteller om pols

De valkuil van 10.000 stappen (en elke andere gezondheidsnorm)

In mijn trainingen laat ik deelnemers gedragsverandering eerst zelf ervaren. Dit geeft vaak heel veel inzicht en zorgt voor een andere manier van kijken naar cliënten. Dit deed ik ook bij een groep begeleiders die werkzaam zijn bij een zorgorganisatie voor mensen met een verstandelijke beperking.

12 persoonlijk begeleiders meldden zich aan voor de training over motivatie Zij willen graag leren hoe ze hun cliënt kunnen motiveren om meer te bewegen.

Eén van de thema’s is dat het niet altijd handig is om over normen te praten.

Je leert het meeste door zelf te ervaren

Anno 2022 weten veel mensen wel ongeveer hoeveel ze zelf op een dag bewegen. Maar op het moment van deze training in 2014* was dat nog niet zo.

Een aantal mensen schatte in dat ze de 10.000 stappen wel makkelijk zouden halen. Een aantal anderen keken bedenkelijk. Want jeetje, is dat niet erg veel?

Om dit echt te onderzoeken, kregen alle cursisten een stappenteller mee naar huis.

De ervaringen

Na een paar weken ontmoet ik Stefanie op haar eigen locatie. Ze loopt als begeleider heel veel en dacht met gemak aan de 10.000 stappen te komen. Maar: na haar eerste werkdag is de teller blijven steken op ongeveer 6.000 stappen…

De dag erna deed ze er letterlijk een stapje bovenop. Ze pakte de trap in plaats van de lift en bracht alle collega’s koffie. Maar helaas is ze niet verder dan 7.000 stappen gekomen…

Die stappenteller mag je terug!

Stefanie vindt het niet echt motiverend, zo’n stappenteller. Het gaat haar nooit lukken die 10.000 stappen.

Die stappenteller? Die mag ik meteen weer meenemen.

Wat ging er mis?

Eigenlijk heeft Stefanie een geweldige vooruitgang geboekt. Van 6.000 stappen naar 7.000 stappen per dag, met alleen maar een paar kleine aanpassingen. Dat is 17% meer bewegen, zonder extra tijd of kosten!

En toch is Stefanie ontevreden en niet meer gemotiveerd.

De valkuil

Precies dat is de valkuil van normen. Door te kijken naar deze 10.000 stappen, heeft ze het gevoel dat ze het niet kan. Ook niet op het moment dat het al veel beter gaat. Het voortdurende gevoel van ‘niet halen’, zorgt ervoor dat haar motivatie verdwijnt.

Natuurlijk geldt dit niet alleen bij de 10.000 stappen norm.

  • Als je wilt stoppen met roken, kan je gefrustreerd raken als je er tóch nog één hebt gerookt. Terwijl je er misschien al 10 per dag minder rookt…
  • Als je gezond wilt eten, baal je misschien dat je tóch taart hebt genomen. Terwijl je voor je ontbijt en lunch al heel gezonde keuzes hebt gemaakt…

Dit geldt ook voor jouw cliënten

Dit geldt ook voor jouw cliënten.

Als jullie praten over algemene normen of doelen, dan is het niet zo eenvoudig om onderweg gemotiveerd te blijven.

En wat wel?

Wat je wel kunt doen:

Kijk terug in plaats van vooruit. Kijk in gesprekken niet steeds hoe dicht ben je al bij het doel bent, maar kijk juist regelmatig terug. Wat is er nu al anders dan toen je begon?

Ga uit van jezelf. Vergelijk jezelf niet met anderen, maar met jezelf. Dat motiveert veel meer. Dat geldt voor cliënten én begeleider. En zeker ook voor de trainer ;-).

Meer weten?

Wil jij nóg beter leren motiveren?

Dit blog schreef ik in maart 2014. In oktober 2022 heb ik het opnieuw geplaatst.

tafel dekken

Hoe ga je in gesprek over meer bewegen?

Meer bewegen in het dagelijks leven is vaak makkelijker in te passen en vol te houden dan gaan sporten. Maar hoe voer je zo’n gesprek over bewegen? 

Bewegen is belangrijk! In voorbereiding op de Beweegrichtlijnen 2017* heeft de Gezondheidsraad onderzoek gedaan naar de effecten van bewegen. Hun conclusie is dat bewegen aantoonbaar invloed heeft op de gezondheid van mensen.

Bewegen is goed!

Als ik op woonlocaties kom is iedereen het er ook wel over eens: bewegen is een goed idee!

Vaak gaat een gesprek daarna al snel over die ene bewoner, die helemaal niet houdt van bewegen. Ze wil niet sporten en is ook moeilijk te motiveren tot activiteiten.

Zo is het ook met Anette*. Anette houdt niet van sporten en gaat ook niet graag fietsen of wandelen. Haar begeleiders hebben al verschillende opties met haar besproken, maar Anette wil niet mee. In het overleg wordt duidelijk dat Anette thuis ook veel stil zit. Ze kijkt televisie of ze zit de hele avond aan tafel te knutselen.

Wat gaat er al wél goed?

Het team geeft aan dat er een paar dingen zijn waar Anette wél voor in beweging komt. Ze houdt namelijk erg van koken en alles wat daar bij hoort. Ze vindt het bijvoorbeeld leuk om de tafel mooi te dekken.

We spreken af dat het team eerst met Anette gaat kijken naar bewegen in het dagelijks leven, vanuit de dingen die ze leuk vindt om te doen. De focus ligt op minder lang achter elkaar stilzitten. Over sporten gaan we het even niet meer hebben.

In gesprek met Anette

Haar PB-er is opgelucht. Zij had het idee dat Anette toch eigenlijk gestimuleerd moest worden om te gaan sporten maar ze wist niet hoe ze dat nu verder aan moest pakken. Dat zij nu met Anette in gesprek kan over wat zij leuk vindt om te doen in het dagelijks leven is een fijn vooruitzicht.

En sporten dan?

Sporten heeft allerlei gezondheidsvoordelen. Maar genoeg bewegen in het dagelijks leven is minstens zo belangrijk en vaak veel beter vol te houden. Onderdeel van de Beweegrichtlijn is het advies om niet te veel of te lang te zitten. Dit is vaak een veel haalbaarder doel voor cliënten en hun begeleiders.

Herken je dit?

Wil jij ook in gesprek met jouw cliënt over bewegen in het dagelijks leven? Daarvoor zijn een aantal hulpmiddelen die je kunnen ondersteunen in een gesprek.

  • MijnBeweegPlan is in 2016 ontwikkeld door Mariëlle Tromp, in afstemming met professionals van verschillende woonzorginstellingen. Je downloadt MijnBeweegPlan via het formulier hieronder.
  • De Beweegposter is ontwikkeld binnen het consortium Sterker op Eigen Benen. Je downloadt de Beweegposter hier >>

Beide tools zijn gratis te downloaden en te gebruiken.

*) Anette is een fictieve cliënt. Haar verhaal is gebaseerd op echte verhalen van verschillende teams. Dit artikel schreef ik in 2018 en is in oktober 2022 opnieuw geplaatst.

keuze maken welke pet

Waarom de eigen fysiotherapeut niet altijd de juiste coach voor het team is

Soms reageren mensen verbaasd als ze horen welke rol ik binnen sommige woonzorginstellingen heb. ‘Daar is toch alle expertise in huis? Waarom zetten ze hun eigen experts dan niet in?’ Daar ben ik helemaal voor! Maar: het is niet zo eenvoudig om als beweegexpert een heel andere rol aan te nemen. 

Regelmatig word ik gevraagd om op woongroepen mee te lopen en mee te denken over het bewegen van cliënten. Zo’n traject is kort en krachtig. Vaak gaat het team daarna daadwerkelijk aan de slag met kleine veranderingen. Soms is er echt een sneeuwbaleffect: na het ene kleine resultaat ontstaat weer inspiratie voor een volgende kleine verandering. Op sommige locaties is er na een jaar veel veranderd, helemaal op eigen kracht van het team!

Beweegexpert of coach – wat zijn de verschillen?

Het traject is de LeefstijlScan*. Deze voer ik zelf uit, of ik leid binnen de woonzorginstelling coaches op om deze uit te voeren.

Deze coaches zijn bijna nooit fysiotherapeuten, ondanks hun grondige kennis van bewegen. Want er wordt een heel andere rol gevraagd.

Ik zie de volgende verschillen:

Een fysiotherapeut is deskundig op het gebied van bewegen

Een fysiotherapeut is inhoudelijk zeer deskundig op het gebied van bewegen. Hoewel er uitzonderingen zijn, wordt een fysiotherapeut meestal ingezet voor één specifieke cliënt met klachten die (onder andere) te maken hebben met ‘het bewegingsapparaat’.

Fysiotherapeuten zijn, zeker binnen de verstandelijk gehandicaptenzorg, ontzettend creatief in hun behandeling. De focus ligt bij de cliënt en begeleiders worden betrokken bij het ondersteunen en uitvoeren. Vaak is de behandeling afgelopen wanneer de klacht is verdwenen.

Een coach is deskundig in het motiveren van begeleiders

Een coach, zoals deze bij de LeefstijlScan wordt ingezet, is heel goed in het coachen en motiveren van begeleiders.

Het gespreksonderwerp is de cliënt maar dan in brede zin. Bijvoorbeeld: ‘Hoe kunnen we met onze beperkte tijd toch cliënten stimuleren tot meer bewegen?’. Regelmatig zijn er daarbij wel vragen over specifieke cliënten, maar wordt er naar de hele situatie van cliënten én begeleiders gekeken.

Uitdagingen bij het combineren van de rollen

Coach of expert: het gaat zoals je ziet om heel andere rollen. Een fysiotherapeut die beide rollen op zich neemt, moet daar rekening mee houden.

Een praktische uitdaging heeft te maken met de manier van organiseren:

  • de fysiotherapeut heeft tijd nodig die niet gelabeld is aan één cliënt, maar aan een team,
  • er moet de mogelijkheid zijn om tijd in te zetten voor preventie in plaats van behandeling,
  • het team moet beseffen dat zij de focus zijn van het traject.

Een andere uitdaging heeft te maken met de verschillende ‘petten’ die iemand tegelijkertijd op heeft:

  • de fysiotherapeut moet niet alleen de vaardigheden hebben om het team te kunnen coachen,
  • ze moet kunnen schakelen tussen beide rollen,
  • en het team moet de rol van dat moment zien én accepteren.

Niet eenvoudig, maar zeker mogelijk

Het combineren van deze rollen is niet eenvoudig, maar zeker wel mogelijk. De fysiotherapeut zal niet alleen haar coachende vaardigheden verder moeten ontwikkelen, maar de organisaties zal dit ook moeten ondersteunen door het beschikbaar stellen van tijd.

In sommige gevallen is het eenvoudiger om deze nieuwe rol onder te brengen bij iemand anders of binnen een project.

Meer weten?

Wil je meer weten of eens van gedachten wisselen? Ik ga graag met je in gesprek. Neem dus gerust contact met mij op.

*) Dit blog schreef ik in mei 2017, toen ik de LeefstijlScan die ik had ontwikkeld bij veel organisaties implementeerde. Inmiddels is mijn werkwijze iets aangepast. Neem contact op als dit verhaal je aanspreekt, ik vertel je er graag over.

handen van een ouder persoon en een jonger persoon die elkaar vasthouden

Coachen als bewegingsagoog – Hoe behoud je je werkplezier?

De veranderingen in de zorg hebben ook invloed op de inhoud van functies. Een nieuwe rol kan voor spanningen zorgen. Ik ga dan met een team op zoek naar manieren om deze rol goed in te vullen en het werkplezier terug te krijgen.

Thea* is bewegingsagoog bij een zorgorganisatie die mensen met een verstandelijke beperking begeleidt. Voorheen werkte ze alleen met cliënten. Door een reorganisatie heeft ze er de rol van beweegcoach bij gekregen.

Ik mocht Thea en haar collega’s ondersteunen bij het ontwikkelen van hun coachende vaardigheden. Het is namelijk niet eenvoudig om een nieuwe rol te gaan vervullen. Thea en haar collega’s hadden vele jaren ervaring als bewegingsagoog en nu werd van hen gevraagd om óók als beweegcoach te gaan werken.

Een belangrijk onderdeel van de training is het oefenen hoe je in een coachende rol stapt.

Afgelopen week sprak ik Thea en ik vroeg haar hoe het nu gaat.

Thea, wie ben je en wat was er aan de hand?

“Ik werk hier nu bijna 25 jaar als bewegingsagoog. Door bezuinigingen en een reorganisatie een paar jaar geleden konden we ons eigen zwembad en de gymzaal niet meer gebruiken. Ook moesten we collega’s op de woonlocaties gaan coachen. Daar gaat nu ongeveer een derde van mijn tijd aan op. Mijn rol naar cliënten is gelukkig niet veranderd, en dat werk is nog even leuk.”

Maar je rol richting collega’s toe is dus echt veranderd.

“Klopt, en ik vind het best lastig als collega’s me zien als ‘wéér iemand die wat van ze wil’. Terwijl mijn intentie is: samen kijken wat mogelijk is en laten zien dat er meer kan dan men denkt. Gelukkig trekken sommige collega’s zelf aan de bel. Dat is veel makkelijker: dan gaat het om concrete vragen en meedenken met mensen die er echt voor openstaan. Maar er zijn ook locaties waar ik mezelf moet introduceren. En hoe profileer je jezelf dan hè?”

Wat waren eyeopeners voor jou in traject dat we het afgelopen jaar doorliepen?

“De fasen van gedragsverandering waren voor mij en de andere bewegingsagogen een wake-up call. We waren net begonnen als coach en de oplossingen die wij aandroegen veranderden niet veel. Nu weet ik dat dat niet kan en ook niet wenselijk is. Het was fijn om al onze vragen en twijfels met jou te kunnen bespreken. Jouw positiviteit is enorm inspirerend. Elke keer liet je ons kijken naar wat wél mogelijk is. Dat proberen we in alle overleggen en gesprekken mee te nemen. Je hebt ons ook laten zien dat wij geen oplossingen hoeven aan te dragen. Dat moeten de teams op de woonlocaties zelf doen, en als zij er niet achter staan, gebeurt er niets.”

We hebben ook veel aandacht besteed aan oplossingsgericht werken. Hoe pas jij dit toe?

“Ik was zelf altijd vooral bezig met dingen die niet liepen. Zo wilden wij ons graag op de woonlocaties bij een teamoverleg presenteren, maar het lukte me niet dit op de rails te krijgen. In jouw training hebben we het hier over gehad en toen ben ik het anders gaan aanpakken. Nu probeer ik op een locatie te laten zien – in plaats van te vertellen – wat ik kan betekenen. Ik leer de cliënten en medewerkers kennen, en dan komen de gesprekken vanzelf. Dit werkt voor mij veel beter dan een presentatie in een teamoverleg.”

Kun je een voorbeeld noemen?

“Ik was een keer bij een beweegactiviteit toen een cliënt vroeg of de begeleider iets voor hem wilde pakken. Ze stond direct op. Ik zei dat de cliënt dat zelf kon, en dat was ook zo. Voor deze begeleider was dit een omslagpunt. Ze heeft wat aanpassingen aan haar lokaal gedaan waardoor cliënten nu makkelijker zelf dingen kunnen pakken en opruimen. Een andere keer gaf ik wat praktische tips voor een beweeggroepje. Mijn collega’s hebben die tips uitgerold naar de dagelijkse praktijk. Als een cliënt iets niet zelf kan oppakken, dan doen ze het niet vóór de cliënt maar samen mét de cliënt. Ze nemen ook minder vaak direct iets over en wachten eerst even af.”

(Een kleine opmerking van mij, Mariëlle: Deze aanpak past niet helemaal bij oplossingsgericht werken. Wat daar wél bij past is de vraag: Werkt het? Ja? –> Laat het dan zo. Dit werkte goed voor Thea én voor de begeleider en er is dus geen reden om dit anders te doen.)

Wat als het je niet lukt om mensen in beweging te krijgen?

“Tja, loslaten speelt daarin een grote rol. De theorie begrijp ik: als je weet waar je invloed ligt kun je betere keuzes maken. Dankzij jou weet ik nu hoe ik in mijn werk meer kan bereiken, en dat is enorm motiverend. Ik heb alleen de neiging om méér te willen en ben nog steeds aan het leren om los te laten waar ik geen invloed op heb. Dat gaat steeds beter.”

Heb je nu, een jaar later, nog steeds iets aan mijn training?

“Laatst heb ik, voordat ik naar een teamoverleg ging, een stuk van jouw training nog eens doorgenomen. Het lukte in dat overleg beter om dingen terug te geven aan het team. Ik denk ook vaak terug aan jouw uitspraak: ‘Je hebt geen invloed of mensen iets doen met jouw tips en adviezen. Je kunt mensen niet veranderen. Je kunt het alleen aantrekkelijk voor ze maken!’ “

Heb je tips voor bewegingsagogen die ook in zo’n situatie zitten?

“Wat voor mij echt heel goed werkt, is om eerst te focussen op de mensen en de situatie écht leren kennen voordat je adviezen gaat geven. Zo kun je veel meer bereiken.”

*) Thea is een gefingeerde naam in verband met de privacy. Haar verhaal is echt het verhaal van één bewegingsagoog. Haar ervaring heb ik tot een blog verwerkt in december 2016. In oktober 2022 heb ik het op details aangepast en opnieuw gepubliceerd.

bewegingsagoog met jongen in oefenzaal

Bewegingsagoog versus beweegcoach – 3 verschillen

Onlangs startte ik met een nieuwe groep bewegingsagogen. Zij worden opgeleid om (ook) een rol als beweegcoach op te pakken. Bewegingsagoog versus beweegcoach. We discussieerden over de verschillen.

Veel ergocoaches hebben te maken met veranderingen in hun werk. De financiering van bewegingsagogie verandert* en daarmee ook de tijd die er besteed kan worden aan het 1-op-1 begeleiden van cliënten.

Tegelijkertijd is de noodzaak van meer aandacht voor leefstijl duidelijk. Ook de meeste managers en bestuurders voelen: we moeten nú wat doen! Begeleiders moeten ondersteund worden bij dit thema.

De bewegingsagoog als logische keuze?

Er is een groep mensen die minder uren kan besteden aan het 1-op-1 begeleiden van cliënten. Bewegingsagogen, dus mensen die zelfs heel enthousiast zijn over bewegen. En tegelijkertijd lijkt er behoefte te zijn aan ondersteuning van teams. Dat komt mooi uit! Toch…..?

Bewegingsagogen die gaan coachen: is dat handig?

Bewegingsagogen zijn net als alle mensen. Als je een verandering van hen vraag is daarvoor motivatie nodig. Eén van de aspecten van motivatie is de vraag of je denkt deze rol te kunnen vervullen. Hoe haalbaar is het om als bewegingsgoog opeens ingezet te worden als beweegcoach? Wat zijn de belangrijkste verschillen?

Verschil 1 – Andere doelgroep

Als bewegingsagoog werk je vaak rechtstreeks met cliënten. Natuurlijk heb je te maken met het team, maar er is ook 1-op-1 contact.

Als beweegcoach is je belangrijkste taak meestal het ondersteunen van begeleiders. Je hebt geen of veel minder direct contact met cliënten. Het beweeggedrag van een cliënt beïnvloed je alleen via de begeleiders er om heen.

Verschil 2 – Andere taak

Als bewegingsagoog is je taak om door middel van bewegen met een cliënt een bijdrage te leveren aan zijn of haar ontwikkeling. 

Stel dat een fotograaf je een dag zou volgen, dan schiet deze prachtige aansprekende plaatjes van jouw werk met cliënten. Je bent op locaties, in een zaal met mooie materialen of aan het wandelen.

Als beweegcoach is je taak vaak om begeleiders te ondersteunen. Om hen te motiveren om kleine veranderingen door te voeren in de dagelijkse routines.

Stel dat een fotograaf je een dag zou volgen, dan zien de foto’s er heel anders uit. Je zit aan de telefoon, misschien achter de computer of je sluit aan bij een teamoverleg. Er zijn letterlijk veel minder cliënten in beeld.

Verschil 3 – Andere succesbeleving

Wanneer heb je als bewegingsagoog een succesvolle week gehad?

Waarschijnlijk denk je dan aan alle cliënten die je hebt begeleid in het zwembad, in de sporthal, op de fiets, binnen hun dagbesteding of wandelend. Hun beweging is jouw resultaat. Een fijn gevoel!

Wanneer heb je als beweegcoach een succesvolle week gehad…?

Als je nu vasthoudt aan dezelfde succesbeleving, dan wordt het heel lastig om voldoening te halen uit je werk. Je kunt namelijk niet zo eenvoudig een lijstje maken met cliënten die je hebt geholpen en de resultaten die dat voor hen heeft opgeleverd.

Je week heeft niet méér of minder resultaat. Maar je zult wel op zoek moeten naar nieuwe criteria voor succes. Die zijn heel persoonlijk en voor iedereen anders.

Van bewegingsagoog naar beweegcoach – Moeten we dat willen?

De meeste bewegingsagogen zijn dit in hart en nieren. Hun beroep is een ambacht. Ze zijn er in opgeleid, maar hebben het pas écht geleerd in de vele jaren die ze voor een zorgorganisatie werken. Ze kozen dit beroep voor hun leven.

Maar opeens wordt het anders. Tijden veranderen. En in veel gevallen heb je het hier gewoon mee te doen. Je hebt geen invloed om het terug te draaien, maar wel invloed op hoe je je nieuwe rol wilt invullen.

Waar ik voor wil pleiten, is om dit proces tijd te geven. Ik hoop dat teamleiders, managers én bewegingsagogen zich gaan realiseren dat het mogelijk is om een andere rol te vervullen. Maar dat hier wel tijd, begeleiding en training voor nodig zijn.

Meer weten?

Wil je meer weten over mijn ervaringen en wat ik mogelijk voor jullie kan betekenen? Neem dan gerust contact met me op, ik denk graag met jullie mee.

*) Dit blog schreef ik in januari 2017. Ik publiceerde het opnieuw in oktober 2022. De situatie rondom de verschillende rollen van bewegingsagogen is voor veel organisaties nog steeds actueel.