De kanarie in de kolenmijn

In mijn vorige bericht schreef ik over het “ondertussen”. Over dat gevoel dat er veel in beweging is, zonder dat al duidelijk is waar het naartoe gaat. Soms hebben mensen het gevoel dat die onrust een probleem van henzelf is, dus individueel. Maar het is ook iets collectiefs.
In de zorg én in onze hele maatschappij verandert er veel, en dat gaat gepaard met toenemende druk op mensen. Met zichtbare gevolgen: in bijna elk team waar ik kom is er minimaal één persoon langdurig afwezig. Overspannen, of met een burn-out. Mensen die nog steeds van hun werk houden, maar het niet meer kunnen doen op een manier die voor hen vol te houden is.
Een individueel probleem?
Wie uitvalt, krijgt ondersteuning om weer terug te keren in hetzelfde systeem. Daarmee lijkt het al snel een individueel probleem, terwijl de vraag is of dat klopt.
In mijn dagelijks werk met behandelaren zie ik hoe complex dat systeem is. De zorgvraag van cliënten is zwaarder geworden, terwijl er minder behandeluren beschikbaar zijn en de nadruk steeds meer ligt op het coachen van collega’s in de dagelijkse zorg. Zij werken bovendien in kleinere teams, met meer verloop.
De vraag is dus of het logisch is om dit vooral als een individueel probleem te blijven zien.
Een probleem van het systeem?
Een andere invalshoek is om het te bekijken als een probleem van het systeem. Vanuit die invalshoek wordt de uitgevallen collega de ‘kanarie in de kolenmijn’: degene die de druk van het systeem het sterkst ervaart en als eerste uitvalt. Een signaal dat er iets niet goed gaat.
Maar alleen zo kijken helpt ook niet echt verder. Want als het probleem in het systeem zit, wat kun jij dan nog doen? Het risico is dat je op afstand komt te staan en dat het je vooral machteloos maakt.
Tegelijkertijd groeit het besef dat dit probleem niet op één plek ligt en ook niet op één plek kan worden opgelost. Het is een optelsom. En dat maakt het ingewikkeld. Want waar begin je dan?
Een perspectief dat je vooruit helpt
De afgelopen maanden werkte ik aan een Europees project rond inner leadership in systems under pressure. Daarin stonden vragen centraal als: hoe ondersteun je professionals in een systeem dat onder druk staat, terwijl de richting nog niet helder is?
In gesprekken met onder andere antropologen kreeg ik taal voor wat ik in mijn werk al langer zie: dit is geen individueel probleem, en ook niet alleen een systeemprobleem.
Want anders dan de kanarie, die zijn kooi niet uit kan, ben jij niet alleen onderdeel van dat systeem, maar heb je er ook invloed op. Zoals ik wel eens in trainingen zeg: je staat niet in de file, je bent er onderdeel van.
De vraag wordt dan: hoe beweeg je je daarin? Hoe maak je onderscheid tussen waar je invloed op hebt en waar je hooguit een kleine bijdrage kunt leveren?
Daarover meer in mijn volgende bericht: hoe krijg je meer grip, juist in een fase waarin nog niet duidelijk is waar het naartoe gaat?