Overslaan en naar de inhoud gaan

Coachende vaardigheden in de zorg: wat te doen als je rol verandert en je het nog niet overziet?

Je staat op de brug – en hij is nog niet af

Misschien herken je het.

Je bent ooit begonnen in een vak dat je met hart en ziel uitvoert. Je bent bewegingsagoog, logopedist, fysiotherapeut, diëtist of gedragswetenschapper. Je werkt met mensen die je iets gunt. Die je verder wilt helpen. Je kent je vak, je weet wat werkt.

En jarenlang wás dat ook je werk. Je behandelde, begeleidde, observeerde, stuurde bij. Natuurlijk veranderde er weleens wat, maar de kern bleef: jij kon je kennis en ervaring inzetten om impact te maken.

Maar inmiddels…

Sta je op een soort brug.

Je hebt al een flinke stap gezet. En je weet: terug naar hoe het was, kan niet meer. Er is geen geld, er is geen tijd, er is niet genoeg personeel. De organisatie vraagt ook iets anders. Kortom: de verwachtingen zijn veranderd.

Maar je bent ook nog niet aan de overkant. 

Sterker nog: je ziet die overkant eigenlijk nog niet eens. Laat staan hoe je daar moet komen.

En dus sta je ergens op een brug die nog in aanbouw is….

Een beetje wiebelig

Het voelt er misschien ongemakkelijk en wiebelig. Er is geen routekaart. Je weet niet zeker wat je doel is. Er is geen ‘zo hoort het’ want de situatie is volledig nieuw. 

Wat je wél merkt, is dat er steeds minder ruimte is om je vak inhoudelijk uit te oefenen.

Je ziet cliënten minder vaak. Je werkt steeds vaker via begeleiders of teams. Je invloed loopt via anderen – en dat voelt kwetsbaarder dan zelf ‘aan’ staan.

Misschien vraag je je af:

  • Hoe blijf ik van waarde als ik niet meer zélf behandel?
  • Hoe houd ik regie op de resultaten voor mijn cliënten als mijn rol verandert?
  • Hoe motiveer ik begeleiders als onze verhouding zo veranderen?

Het vraagt iets anders van je.

Een andere manier van werken. Van contact maken. Van invloed uitoefenen.

Meer coachend. Minder sturend.
Meer verbinden. Minder oplossen.
Meer motiveren. Minder overtuigen.

En dat is niet niks.

Je hoeft het niet alleen te doen

In mijn trainingen ontmoet ik veel professionals die op precies dit punt staan. Ze staan op de brug, voelen dat ze niet terug kunnen – maar weten ook nog niet goed hoe ze verder moeten.

Wat ik doe in mijn training Coachende Vaardigheden, is je toerusten voor dat stuk.

Ik leer je geen trucjes of quick fixes, want als die er zijn had je ze al wel gevonden.
Ik geef je ook geen pasklare antwoorden.

Wat ik wél doe, is samen met jou onderzoeken wat werkt – voor jou, in jouw context. En ik geef je handvatten die je in elke nieuwe, onbekende situatie houvast zullen geven. 

We oefenen met motiveren, met het ‘mee krijgen’ van anderen op een positieve manier en met het versterken van je eigen persoonlijk drijfvermogen.

Zodat jij – ook op die half afgebouwde brug – in beweging kunt blijven.

Niet omdat je weet waar je uitkomt. Maar omdat je weet waar je voor staat.

Meer weten?

Werk je binnen een organisatie en wil je zo’n training voor je team verkennen? Dan denk ik graag met je mee over wat past.

Op dit moment geef ik trainingen vooral incompany, maar mogelijk start er in het najaar ook weer een open training waarvoor je je individueel kunt aanmelden.

Wil je daar meer over weten of even sparren? Stuur me gerust een berichtje. Dan plannen we samen een kennismakingsgesprek. Je bent van harte welkom!

digicoaches motiveren collega's

Als digicoach je collega’s motiveren

Digivaardig In De Zorg is een platform voor het ontwikkelen en verbeteren van digitale vaardigheden in de zorgsector. Je vindt er lesmateriaal, info voor digicoaches, rol ICT’er, projectorganisatie en bijeenkomsten.

In november 2023 organiseerden zij een online conferentie voor digicoaches. Ik mocht hier een lezing geven over het positief motiveren van je collega’s.

Ben jij digicoach? Kon je er niet bij zijn? Maar ben je wel nieuwsgierig? Je bekijkt de lezing hieronder.

Meer over de organistatie #digivaardigindezorg lees je op de website: www.digivaardigindezorg.nl

2023 met pijl die het doel bereikt

Hoe reageer je positief op onrealistische goede voornemens? Een formule!

Het is de tijd van goede voornemens! Mogelijk geldt dat ook voor jouw cliënten. Maar de tips in dit artikel kan je ook gerust toepassen op je vrienden of gezinsleden ;-).

Als cliënten goede voornemens hebben, dan hoor ik van begeleiders heel verschillende uitdagingen.

Meestal gaat het om een cliënt die  eigenlijk helemaal niet wil veranderen (en dus ook geen voornemens heeft) of een cliënt die wel wil, maar denkt het niet te kunnen. In beide gevallen is er een tekort aan een ingrediënt van motivatie.

De uitdaging van Jannie: onrealistische goede voornemens

Maar soms is er een andere uitdaging. Zoals bij Jannie. De cliënt die zij begeleidt heeft juist wél goede voornemens. En hij denkt ook zeker dat hij het kan. Maar Jannie zelf vindt het niet helemaal realistisch dat hij in het nieuwe jaar wil gaan hardlopen…

Herken je dat?

Moet je realistisch zijn…?

Jannie denkt dat het goed is haar cliënt uit te leggen dat hardlopen voor hem niet realistisch is. Ze herinnert zich de teleurstelling van vorig jaar maar al te goed, toen had hij ook grote voornemens. Die teleurstelling wil ze hem besparen. En daarvoor is het nodig om realistisch te zijn. Toch…?

Wat minder goed werkt

Denk eens aan een eigen situatie die lijkt op het volgende:

  • Als jij zegt ‘ik ga deze vakantie de zolder opruimen’ en je partner zegt ‘nou, dat moet ik eerst nog zien’.
  • Of als jij je na lang wikken en wegen hebt aangemeld bij de sportschool en je vriendin zegt ‘ja maar: is dat wel écht wat voor jou?’.

Dat doet iets met je. Of je er nu opstandig van wordt, of er juist erg van gaat twijfelen: je wordt afgeleid van je doel.

Geef een goed gevoel over de intentie achter het voornemen

Bedenk dat een goed voornemen, of dat nu wel of niet realistisch is, een prachtige start is voor een verandering. Het is ontzettend belangrijk dat iemand een goed gevoel overhoudt aan het hebben van een voornemen. De kans is dan veel groter dat hij in ieder geval íets gaat veranderen. Mogelijk niet precies wat hij voor ogen had, maar wel een eerste kleine stap.

Hoe dan wel?

Een paar suggesties voor een reactie op een onrealistisch voornemen:

  • Wat geweldig dat je iets aan je conditie/gewicht/voeding/…. wilt doen! Vertel daar eens iets meer over?
  • Wauw, je hebt een prachtig doel voor ogen. Wat zou er nodig zijn om dat te bereiken?
  • Dat is een geweldig doel! Dat heeft mijn buurvrouw ook gedaan. Zij heeft het in heel kleine stapjes opgebouwd, dat werkte voor haar goed. Hoe wil jij het aanpakken?

Een algemene tip: Zorg er hierbij voor dat je in jouw reacties een eventuele ‘ja, maar’ vervangt door ‘ja, en’.

De formule

Eigenlijk gaat het erom dat je ongeveer de volgende formule gebruikt:

  1. Uit je erkenning en waardering voor het (lange termijn) doel.
  2. Laat er meer over vertellen, met name over de reden van dit voornemen. Dit versterkt de motivatie én geeft jou inzicht in achterliggende motieven, waardoor je beter kunt meedenken en ondersteunen.
  3. Stimuleer om het voornemen te vertalen naar een eerste, kleine, concrete stap.

Anders kijken naar voornemens

En Jannie? Die is gaan waarderen dát haar cliënt een voornemen heeft. Met haar collega’s spreekt ze af dat ze de cliënt complimenten geven op zowel het voornemen als de eerste kleine stappen.

Dit artikel verscheen voor het eerst in januari 2017 en is in januari 2023 opnieuw geplaatst.

Over drie soorten motivatie

Over 3 soorten motiveren

“Sta ik eigenlijk wel op je mailinglijst?”

Dit vroeg een deelnemer aan een workshop vorige week. Door haar dook ik eens in mijn mail-programma. En wat bleek: niet alleen de mensen van één congres, maar ook andere groepen waren nooit op de lijst van mijn Motivatie Mails gekomen 🫣. Natuurlijk heb ik dat direct aangepast.

Ik schrijf voor mensen die te maken hebben met motiveren

Ik realiseerde me ook dat misschien niet voor iedereen duidelijk is voor wie ik schrijf. Namelijk: voor iedereen die te maken heeft met het motiveren van zichzelf of anderen.

Mijn voorbeelden zijn soms uit mijn eigen leven, maar vaker uit het werkveld van zorg en welzijn.

Drie soorten motivatie

Ik maak onderscheid tussen 3 soorten motiveren.

  • De eerste is het motiveren van cliënten – iets wat de meeste mensen als een vanzelfsprekend onderdeel van hun werk zien.
  • De tweede gaat over het motiveren van je collega’s – iets wat mensen wel eens verrast (‘Dat zou toch niet nodig moeten zijn?!’).
  • En de derde is het motiveren van jezelf. Iets wat je ook werkplezier kunt noemen.

Op dit moment schrijf ik veel over het motiveren van jezelf. Hoe houd je zelf lol in je werk.

Oók als je een meer motiverende of coachende rol krijgt.

Lol in je werk met een coachende rol

Voor sommigen die een coachende rol krijgen is dat een officiële nieuwe functie, zoals bij sommige leefstijl- of beweegcoaches.

Voor anderen is het een extra taak die onderdeel is van de bestaande functie, zoals bij aandachtsvelders (waaronder ergocoaches).

Maar wat óók heel vaak voorkomt is dat het een onderdeel van je werk is dat er misschien altijd al was, maar dat steeds belangrijker wordt.

De titel van je functie blijft gelijk. Maar de inhoud verandert. Een deelnemer van het programma Meer Lol in je Coachende Rol dit voorjaar schreef bijvoorbeeld:

“We moeten als logopedist binnen onze organisatie van behandelen naar coachen gaan.”

Dezelfde baan – een andere invulling

Voor de buitenwereld verandert er misschien niet zo veel. Je hebt toch nog hetzelfde werk? Maar voor jezelf kan het een hele zoektocht zijn. Eentje waar je meestal niet voor hebt gekozen.

Je krijgt dan te maken met alle 3 soorten motivatie:

  1. Er komt meer nadruk te liggen op het motiveren van cliënten. Jij bent minder in beeld als behandelaar. Dus de cliënt moet meer zelf doen.
  2. Je hebt veel meer collega’s ‘mee te nemen’. Als je bijvoorbeeld logopedist bent binnen een zorgorganisatie, dan zal je begeleiders moeten coachen om meer met een cliënt te gaan oefenen.
  3. Zelf moet je weer je plek vinden in je nieuwe functie. Misschien ervaar je minder voldoening, twijfel je over zingeving of mis je de flow van werkdagen waarin je veel met cliënten werkt.

Deze 3 soorten motivatie zijn niet precies hetzelfde. Maar hebben wel dezelfde basis: motivatie.

Motivatie is de brandstof je je helpt om dáár te komen waar jij graag wilt zijn.

Meer weten?

Wil je hier meer over weten? Dan ben je van harte welkom bij het (gratis) webinar, waar ik ook mijn eigen ervaringen deel:

Webinar over meer resultaat, voldoening en lol in je coachende rol >>

Op 20 November start de tweede ronde van het programma Meer Lol in je Coachende Rol. De logopedist die ik hierboven noemde deed mee in het voorjaar. Zij schreef na afloop:

“Wat me aansprak was dat het heel laagdrempelig was en weinig tijd kostte. Dit klinkt heel flauw, maar dit motiveerde wel! Ik kreeg veel informatie van je, hoefde weinig te doen. Ondanks dat ik weinig hoefde te doen, nam ik wel direct je informatie mee en deelde dit met collega’s.”

Is dat ook iets voor jou?

Kijk dan bij Meer Lol met je Coachende rol >>

Mentaal gezond in een gestoorde wereld

Mentaal gezond in een ongezonde wereld.

Dat is de ondertitel van het boek ‘Je bent al genoeg’ van Thijs Launspach.

Soms is alleen een titel genoeg 😉

Soms is een titel gewoon het beste deel van het boek 😊. Daarom had ik niet veel zin om het te lezen. Maar toen ik het programma Meer Lol in je Coachende Rol aan het voorbereiden was besloot ik dat toch te doen.

En: het gaf me heel veel inzicht in het thema ‘voldoening ervaren’ (de eerste module). Niet alleen voor het programma, maar ook voor mezelf.

Mijn belangrijkste inzicht

Iets wat het me opleverde is het besef dat we ons als mens voortdurend vergelijken met anderen. Dat wist ik natuurlijk wel en dat is niet erg. Systemische bekeken is het zelfs logisch om zo ordening aan te brengen (en rust te ervaren).

Maar: we vergelijken stukjes uit ons eigen leven met stukjes uit het leven van anderen. Zo kan het zijn:

  • Dat ik mijn werkweek vergelijk met collega A – zij werkt minder uren;
  • Dat ik mijn inkomsten vergelijk met vriendin B – zij verdient veel meer;
  • Dat ik mijn sportieve prestaties vergelijk met kennis C – zij is veel fitter;
  • Dat ik mijn relatie vergelijk met buurvrouw D – zij heeft veel gezamenlijke hobby’s met haar partner;
  • En dat ik mijn vrije tijd vergelijk met een kennis die ik volg via Instagram E – zij doet zóveel leuke dingen!

Als je niet heel bewust beseft dat je je steeds vergelijk met stukjes uit het leven van anderen…

… dan vergelijk je jouw leven eigenlijk met dat van een fictieve superheld die minder werkt, meer verdient, fit is, veel hobby’s samen met haar partner heeft en ontzettend veel leuke dingen doet.

Die vergelijking pakt meestal niet zo goed uit voor je eigen gevoel van voldoening.

Meer weten of meer lezen?

Bekijk het (gratis) webinar dat ik gaf: Meld je hier aan voor het webinar >>

Ik las het boek als voorbereiding op het maken van het programma Meer Lol in je Coachende Rol. Ik gebruikte dit vooral voor de module over voldoening. Wil jij meedoen aan het programma? Meld je dan hier aan >>

Het boek heet trouwens: Je bent al genoeg. Mentaal gezond in een gestoorde wereld. De schrijf is Thijs Launspach.

verhuisdozen

Kiezen voor jezelf, of zelf kiezen?

Veel zorgprofessionals hebben het gevoel dat ze een keuze moeten maken. Ze zien er echter maar twee. Wat nu als je je opties kunt verbreden en nieuwe perspectieven kunt toevoegen?

Het was zondagmiddag, het eerste weekend van de herfstvakantie in 2010.

Er zaten nauwelijks enkele minuten tussen de opmerking ‘Wat vind jij van verhuizen?’ en de diepgevoelde beslissing dat dát was wat we gingen doen.

Het was niet makkelijk. Er waren meningen. Van anderen, maar ook van mezelf. Ik vond er van alles van. Stelde mezelf talloze vragen. Ik had er veel last van hoe mensen naar mij keken en van hoe ik naar mezelf keek. Maar ergens onder alle zorgen, afwegingen, reflecties en gepieker zat ook het vertrouwen: het komt goed.

Voor welke keuzes sta jij?

De speltherapeute met tranen in haar ogen omdat ze niet meer weet hoe ze al haar cliënten kan helpen,

de huisarts met een onderdrukte zucht die vertelt dat ze haar praktijk gaat verlaten,

de jonge logopediste die net weer aan het werk is na een lange burn-out door ‘diepe, diepe teleurstelling over de zorg’

en de bewegingsagoog die zo ontzettend terugverlangt naar hoe het eerder was:

Allemaal staan zij voor een keuze.

Kiezen voor jezelf, of zelf kiezen?

Veel mensen die ik in dit soort situaties spreek hebben het gevoel dat ze moeten kiezen tussen 2 opties:

  • Ja of nee.
  • Weg of blijven.
  • Doorgaan of stoppen.
  • En zelfs: ‘kiezen voor jezelf’ en ‘kiezen voor de ander’.

Ik denk dat je je blik kunt verbreden door te onderzoeken welke opties er nog meer zijn.

Het gaat niet om (wel of niet) kiezen voor jezelf. Het gaat om zelf kiezen.

Maar dan wel uit álle mogelijkheden.

Verbreed je opties voordat je kiest

Zorgprofessionals binnen zorgorganisaties ervaren dat ze op een T-splitsing staan. Ze hebben het gevoel dat ze alleen links of rechts kunnen. Want terug is niet mogelijk, die weg bestaat niet meer.

Maar wat zou er gebeuren als je je opties verbreedt…?

Als je nieuwe perspectieven toevoegt aan je keuzes…?

Als je niet meer op een t-splitsing staat, maar ook rechtdoor kan? Of als je zelfs meerdere zijwegen toe kunt voegen… ?

Het kan veel ruimte geven als je bewust opties toevoegt aan je keuzeproces. Denk bijvoorbeeld aan:

  • Voor de komende 3 maanden beslis ik om het zo te doen (en daarna evalueer ik);
  • Ik onderzoek of ik 1 dag per week een andere functie naast mijn baan kan vervullen;
  • Dit najaar neem ik mijn overuren op en werk ik 50%;
  • Ik vraag mijn collega/buurvrouw/moeder/teamleider om met mij mee te denken;
  • Ik kijk niet alleen binnen mijn werk naar meer voldoening, maar juist ook daarbuiten;
  • Ik onderzoek welke andere mindset mij kan helpen bij meer werkplezier;
  • De komende maand neem ik elke dag een kwartier de tijd om te reflecteren op wat er wél goed gaat en fijn is;
  • Ik ga op zoek naar een coach-traject dat bij mij past.

Zelf kiezen gaat je wat kosten

Een keuze maken is nooit makkelijk.

Elke keuze betekent waarschijnlijk dat je iemand tegen zijn schenen schopt, dat iemand zicht beledigd voelt, of tekort gedaan, of in de steek gelaten. Elke keuze zal er ook voor zorgen dat er over je geoordeeld wordt. Iedereen vindt er wel wat van.

Kortom: elke keuze gaat je wat kosten.

Maar: NIET kiezen kost vaak meer

Maar als je NIET zelf kiest, dan kost het je vaak nog veel meer.

Als je niet zelf kiest, dan laat je je bepalen door anderen en hun mening of wensen. Of misschien zelfs door je eigen angst en je eigen meningen.

Dit gaat bijna altijd ten kosten van je eigen (werk)geluk.

Wat zelf kiezen oplevert is een gevoel van regie

Wat zelf kiezen oplevert is altijd een gevoel van controle. Van grip en van regie.

Maar: kiezen hoeft geen grote daad te zijn. Ik roep niet op om grootse beslissingen als verhuizen of ontslag zomaar te nemen. Ik hoop juist dat je ziet dat kiezen zit in je dagelijkse keuzes:

  • In elke dag een kleine, bewuste keuze te maken, zonder te wachten op toestemming van anderen.
  • In elke keer weer kiezen, in plaats van door te kabbelen.
  • In kiezen met het besef dat er mensen zijn die je teleurstelt – welke keuze het ook is.

Juist dit levert je een gevoel van regie op, dat echt bijdraagt aan het plezier in jouw werk én leven.

En onze verhuizing?

Voor ons was verhuizen een zijweg die we nog niet hadden gezien. We zaten in een situatie waar we al talloze oplossingen en routes hadden besproken. Maar deze hadden we zomaar over het hoofd gezien. En opeens was ie er.

Het kwam dus goed. Doordat we onze blik verbreed hadden en kleine acties hadden ingezet om de nieuwe route te onderzoeken.

Het kwam niet zómaar goed, want er waren bezoeken aan een psycholoog, verontwaardigde buren, een boze schooldirecteur en vele dorpsroddels. Maar 4 maanden later reed ik een verhuisauto voor en verhuisden we van het idyllische dorp naar onze ‘worst nightmare’ van een aantal jaren ervoor: een nieuwbouwwijk. Waar ik me – tegen mijn verwachting in – op het moment dat we de sleutel in het slot staken al thuis voelde.

De beste beslissing ooit voor ons gezin. Dat voelden we toen aan alles en voelen we nu nog steeds. Die we konden nemen omdat we buiten de ‘logische’ kaders dachten over de beste oplossing.

Wil jij je perspectief ook verbreden?

Misschien sta jij ook op een t-splitsing. Het kan zelfs zijn dat je het gevoel hebt dat je klem zit. Of dat het idee van een breder of ander perspectief jou zelfs onmogelijk lijkt.

Misschien kan ik je dan helpen.

Het coachprogramma Meer Lol is gericht is op agogen en therapeuten binnen zorgorganisaties. Dit programma helpt je om je perspectief te verbrede en tegelijkertijd (weer) meer resultaat, voldoening en plezier uit je werk te halen. Je volgt het programma gedurende een aantal weken online.

Lees hier meer over het coachprogramma >>

Marielle voor het gebouw van de opleiding fysiotherapie

Als alles hetzelfde is, maar ook totaal anders

Ik was in het gebouw waar ik ooit de opleiding fysiotherapie deed. Alles was hetzelfde, maar ook totaal anders. Ik bedacht me dat dit ook voor het werk van veel agogen en therapeuten geldt.

Vandaag was ik toevallig in Groningen, vlakbij het gebouw waar ik ooit fysiotherapie studeerde. Natuurlijk liep ik even naar binnen.

Ik was verbaasd. Er was zóveel hetzelfde.

Maar tegelijkertijd was alles anders.

Misschien herken je dit gevoel in je werk. Er is veel hetzelfde. Maar tegelijkertijd is alles anders.

Ik maakte er een vlog:

Herken jij dat? Dat je werk er voor een buitenstaander misschien hetzelfde uitziet:

  • Dezelfde organisatie
  • Dezelfde collega’s
  • Dezelfde teamkamer
  • Hetzelfde thema

Maar ondertussen is er zóveel anders:

  • Minder contact met cliënten
  • Meer achter de computer
  • Veel meer wikken en wegen over wat je nu eigenlijk gaat of moet doen
  • Minder duidelijk wanneer je nu ‘klaar’ bent of wanneer je een succesvolle dag had

Als jij dit herkent, dan is misschien het webinar met 8 gouden tips voor meer resultaat, en voldoening en lol met jouw coachende rol iets voor je.

Op dinsdagavond 23 mei doe je (gratis) mee. Je leest er hier meer over >>

sloopkogel als symbool voor de sloop van een zwembad

Toen bewegingsagoog Hans moest gaan coachen

Voor bewegingsagogen die werken binnen woonzorgorganisaties is er de afgelopen jaren veel veranderd. Zo ook voor Hans, die hoorde dat hij moest gaan coachen.

Hans* was verdrietig, boos en gefrustreerd.

Hij zou zich het liefst vastketenen aan het hek voor het zwembad.

Terwijl hij me rondleidde over het terrein van de zorgorganisatie waar hij al bijna 30 jaar voor werkte, wees hij me alles aan. Hij vertelde hoe hij als bewegingsagoog had meegedacht over de inrichting van de sporthal en het zwembad. Hij was er trots op.

En nu werd alles anders

En nu werd alles anders.

Het zwembad ging sluiten en werd gesloopt.

Hij had het er moeilijk mee. Het voelde alsof alles wat hij had gedaan er niet meer toe deed. Alsof zijn vak en kennis er niet toe deed. Alsof hij er niet toe deed.

En dan ook nog een coachende rol

Nu hij besefte dat het zwembad écht ging sluiten wilde hij het liefst bedenken hoe ze als bewegingsagogen op andere manieren met cliënten konden bewegen. Maar zijn nieuwe manager was duidelijk geweest.

Hans en zijn collega’s zouden een andere rol krijgen. Er was voor hen minder tijd om met cliënten te bewegen. Zij zouden meer ingezet worden als beweegcoach.

Ze moesten begeleiders gaan coachen om meer met cliënten te gaan bewegen.

Van bewegingsagoog naar beweegcoach

Hans vond het – op z’n zachtst gezegd – hélemaal niets. “Die begeleiders zijn toch helemaal niet opgeleid voor bewegen?! Daar hebben wij een hele studie voor gedaan!”

De begeleiders die hij had gesproken zaten hier ook niet op te wachten. Hans geloofde niet dat dit ooit een succes zou worden.

Daar kwam nog bij dat hij helemaal niet wist wat hij moest doen. Hij ging wel langs verschillende locaties. Maar hij wist niet wat er nu eigenlijk van hem verwacht werd.

Aan de slag?

Ik was ingeschakeld door een adviseur binnen de organisatie. Zij kende mijn praktische aanpak en ze wist dat ik graag werkte met ‘pioniers’, met mensen die in een rol komen die eerder nog niet bestond. Zij dacht dat ik een klik zou hebben met Hans en zijn collega’s.

We begonnen met een uitgebreid gesprek. Ik keek waar zij als team voor open stonden, in al deze veranderingen. En ik luisterde naar wat ze eigenlijk van mij verwachtten.

Het was duidelijk dat zij zich het meeste zorgen maakten om hun cliënten. Zij wilden graag met mij kijken hoe ze vanuit deze nieuwe rol het beste konden bijdragen aan meer bewegen met cliënten. Ook al hadden ze hun ernstige twijfels over de mogelijkheden.

Fastforward naar een half jaar later

Toen ik het traject met dit team afsloot, zat Hans er heel anders bij.

Hij was nog steeds gefrustreerd over de sloop van het zwembad en had dit – als dat had gekund – zó teruggedraaid.

Maar: Hans zag ook weer perspectief.

In het trainingstraject had hij meer geleerd over coachen. Het was nu voor hem makkelijker om aan te sluiten bij begeleiders op een locatie. Doordat hij anders had leren kijken, zag hij ook meer resultaten. Hij ervaarde weer voldoening, al was dit op een heel andere manier. Door de training had hij een nieuw ritme gevonden bij de invulling zijn werk.

Hij zag dat op sommige locaties cliënten echt vaker bewogen met begeleiders. Hij zag óók dat dit op andere locaties nog niet het geval was, maar accepteerde ook dat dit tijd nodig zou hebben.

Maar het belangrijkste resultaat:

Hij zag dat zijn werk er nog steeds toe deed.

*) Hans heet niet echt Hans. Zijn verhaal is gebaseerd op één van de eerste bewegingsagogen die ik trainde, jaren geleden. Ik heb zijn verhaal in verband met de privacy op details aangepast.

Het verhaal van Hans is overigens niet uniek. In de loop der jaren kregen veel bewegingsagogen te maken met grote veranderingen in hun functie.

een schaal met arabische lekkernijen - zorgen voor of zorgen dat

‘Zorgen voor’ of ‘zorgen dat’

Ik heb een zorg-hart. Ik houd van het werken met zorgprofessionals en binnen zorgorganisaties. Toch ben ik zelf niet zo goed in wat ik zelf ‘verzorgen’ noem. Ik ben persoonlijk het voorbeeld dat je niet hoeft te zorgen voor… om toch te zorgen dat….

Ik ben niet zo heel goed in verzorgen

Vanmiddag was ik op de thee bij een vriendin. Ik maakte er deze foto. Geweldig toch?!

In tegenstelling tot haar ben ik zo goed in ‘verzorgen’. Ik kan niet zo goed langdurig zorgen voor mensen.

Tenminste: in traditionele zin.

  • Als mensen bij mij thuis komen, dan voelen ze zich gelukkig vrij om zelf hun volgende koffie te pakken ;-).
  • Aan het eind van een training zeg ik nogal eens ‘o ja, er was ook nog koek’.
  • Bij de verjaardag van mijn moeder praat ik met de tantes terwijl mijn zusje de catering regelt.
  • Ik houd niet van koken.
  • En mijn kinderen leerden al jong hun eigen was opvouwen.

Maar ik wil wel graag dat het iedereen goed gaat

Dat maakt me niet egocentrisch. Want ik wil heel graag dat het iedereen goed gaat.

  • Staat iemand met volle handen voor een deur? Ik ben al onderweg om hem open te houden.
  • Met liefde was ik er voor een terminaal zieke vriendin.
  • Als mijn kind, man, moeder of vriendin dat nodig heeft, dan laat ik alles uit mijn handen vallen en doe ik wat er op dat moment nodig is.
  • En ik ben weekendpleegouder, maatje van meerdere vluchtelingen en zit in de oudercommisie.

Van ‘zorgen voor’ naar ‘zorgen dat’ vanuit een coachende rol

Dus ik ben echt niet goed in verzorgen. Maar ik ben wel wel zorgzaam. Ik doe dat waardoor het mensen goed gaat. Nu, maar vooral op lange termijn.

Hier heb ik een antenne voor. Ik zie vaak letterlijk voor me wat er nodig is. Ik voel of weet welke kleine of grote actie ik kan inzetten om hen te helpen.

Eigenlijk ben ik dus wel goed in het zorgen voor anderen. Maar dan vanuit een coachende rol. Daarbij:

  • Neem ik niet over – tenzij de situatie daar om vraagt (en eenmalig of gevaarlijk is)
  • Heb ik geleerd om vóór ik in actie kom af te wegen: hoort het of helpt het?
  • Kijk ik wat er op lange termijn nodig is en wat dat betekent voor mijn handelen vandaag
  • En focus ik altijd op het versterken van de ander, zodat deze veerkracht en wendbaarheid ontwikkelt

Van ‘zorgen voor’ naar ‘zorgen dat’, dus.

Wat op de werkvloer wel eens wordt samengevat als: ‘meer op m’n handen zitten’.

Dat betekent niet dat het makkelijk is

Toch heb ik dit wel echt moeten leren. Vooral om dat niet meteen helpen altijd zorgt voor ongemak.

Het voelt fijner om iets maar ‘even’ op te lossen, want dan:

  • Is de ander blij
  • Kan ik zelf een mentale ‘check’ zetten – goed gedaan!
  • En ziet de ander hoe betrokken en behulpzaam ik ben

Helaas leidt zo’n situatie er ook wel eens toe dat de ander daardoor meer afhankelijk wordt. Deze persoon is dan juist eigenlijk niet geholpen, op lange termijn.

Helpt het, of hoort het?

Door me bewust af te vragen:

  • Of ik nu moet helpen,
  • of dat ook echt helpt, ook op de lange termijn,
  • en of ik iemand anders daarmee versterk weet ik of ik ook echt in actie schiet,

bepaal ik wat ik ga doen.

Ik weet of ik iets doe omdat het nu eenmaal hoort. Of omdat het ook echt helpt.

In de loop der jaren ben ik dit steeds vaker en bewuster gaan doen. Hierdoor merkte ik dat ik niet alleen anderen veel beter kan helpen. Maar het wordt ook steeds makkelijker om te bepalen wat bij mij past, waar mijn eigen grenzen liggen. Omdat ik dat haarscherp aanvoel kan ik juist veel méér betekenen voor anderen.

Vaak leidt dat er toe dat ik een wel kleine actie inzet, die onafhankelijk van mij verder rolt en tot resultaten leidt.

Gelukkig zit iedereen anders in elkaar

Overigens ben ik heel blij dat er andere mensen zijn die dit verzorgende wél hebben.

Zo hebben mijn kinderen gelukkig twee ouders die elkaar hierin perfect aanvullen. Hebben mijn zusje en ik een taakverdeling die bij ons past. Zijn er zorgverleners die steengoed zijn in de dagelijkse verzorging van cliënten. En zijn er mensen die heerlijk koken en prachtige hapjes verzorgen bij de thee.

Hoe werkt het voor jou?

Ik ben benieuwd:

Waar herken jij je in? Wordt jij gelukkig van iemand helpen of verzorgen? Of herken jij je in de meer coachende acties?