Overslaan en naar de inhoud gaan

Auteur: admin

Waarom de perfecte vraag stellen niet altijd werkt

Onlangs bleek bij een workshop opnieuw: ook al stel je een technisch perfecte vraag, het effect kan heel anders zijn dan je denkt. In dit blog lees je waarom het gaat om het gevoel dat je de ander geeft en minder om de precieze vraag die je stelt. 

De zaal viel stil

‘Wat vind je zo leuk aan kamperen?’ vroeg haar collega achterin de zaal. 

Jonna, die tussen twee stippen voor de groep stond, stapte naar links, naar de min. Door deze vraag voelde zij zich kleiner, afhankelijker. 

Ik vroeg een andere collega die voor in de zaal zat om precies dezelfde vraag te stellen. 

“Wat vind je zo leuk aan kamperen?’. Dezelfde woorden, dezelfde toon. 

Jonna stapte naar rechts, naar de plus. Door deze vraag voelde zij zich groter, sterker. 

De zaal viel stil. 

Wat was de situatie? 

In kennismakingsworkshops gebruik ik vaak een aantal oefeningen om te laten ervaren wat het effect is van een coachende rol. 

Soms hebben deelnemers al één of meer cursussen gevolgd. Motiverende gespreksvoering en oplossingsgericht coachen worden het meest genoemd. Ik ben fan van beide. 

Maar toch speelt er zoveel meer mee dan welke vraag je precies stelt. In een eenvoudige ervaringsoefening wordt dat vaak binnen een paar minuten duidelijk. 

Zowel voor de proefpersoon, in dit geval Jonna. Zij kreeg een totaal ander gevoel bij twee keer dezelfde vraag. 

Als voor de andere aanwezigen. Die zagen dat Jonna zich bij beide vragen anders voelde, doordat ze naar de andere kant stapte. 

Hoe kan dit? 

Voor Jonna en haar collega’s was dit eerst een raadsel. Hoe kan dit nu? 

Gelukkig konden we het Jonna vragen en samen analyseren wat er gebeurde.

Jonna kende de collega achterin de zaal niet. Ze realiseerde zich dat ze onbewust het gevoel had gekregen dat zij wat sceptisch stond tegenover kamperen. Alsof er ‘boven water’ een mooie vraag werd gesteld. Maar tegelijkertijd ‘onder water’ het gevoel meekwam van ‘jeetje, wat vind je dáár nu aan?’

Terwijl de collega voor in de zaal toevallig net had verteld dat hij enorm van kamperen houdt en dat hij haar verhaal herkende. 

Jonna hoorde hier ‘boven water’ dezelfde vraag. Maar de informatie ‘onder water’ was heel anders en ervaarde zij als begrip, als verbinding en als gezien worden.

In dit geval konden we natuurlijk checken of de ‘onder water’ informatie van de collega achterin de zaal ook klopte. Ze hield inderdaad niet van kamperen. Hoewel zij zich totaal niet bewust was dat zij dit had gecommuniceerd. 

Soms interpreteert iemand een signaal of een gevoel op een andere manier dan jij bedoeld hebt. Het is belangrijk om je daar bewust van te zijn. 

Om het nog iets ingewikkelder te maken: Het ligt niet altijd aan de boodschap die je – boven of onder water – uitzendt. Er spelen ook andere factoren mee, waar jij veel moeilijker invloed op hebt. In bovenstaande kennismakingsworkshop lieten we dat buiten beschouwing.  

Waarom de perfecte vraag stellen niet altijd werkt

Wat de groep zag gebeuren is dat communicatie maar voor een klein deel ‘boven water’ plaatsvindt. Er komt ‘onder water’ heel veel informatie mee. Bedoeld of onbedoeld, kloppend of niet kloppend. 

Dit is waarom je een perfecte vraag kunt stellen. Maar dat betekent niet dat het altijd werkt. 

Wat kan je leren? 

Ik vind het belangrijk dat je ook ‘onder water’ leert communiceren. 

Als het gaat om motiveren en coachen, dan helpt het als je jouw rol ook echt voelt. Dat is zo in een blog lastig uitleggen. 

Samengevat

Mijn advies is om zéker je motiverende en coachende vaardigheden te ontwikkelen, op welke manier dan ook. Maar realiseer dat je er daarmee niet bent. 

Je maakt je coaching effectiever en je werk ook veel leuker als je je bewust bent hoe je eenvoudiger in die coachende rol stapt. 

Meer weten? 

In de training Motiveren met de Fasen van Gedragsverandering besteden we volop aandacht aan het ervaren en ontwikkelen van jouw coachende rol. 

poppetje dat twijfelt, met een stapel rode zakjes en een stapel groene zakjes

Hoe zorg je dat je niet te snel gaat?

Wat ik het meest zie bij trainingen in motiveren is dat professionals te snel gaan. In dit blog deel ik met je hoe je deze valkuil vermijdt.

Als gedragsverandering niet over jou gaat, dan ga je vaak veel te snel. Ik schreef eerder over deze meestgemaakte fout.

Steeds weer zie ik het bij cursisten gebeuren. Ze zien kansen, horen haakjes. En gáán ervoor. 

Een wandeling van 50 kilometer

Misschien helpt deze vergelijking je om te zien wat er gebeurt:

Jouw cliënt denkt na over meer bewegen. Misschien kijkt hij al even in zijn kast om te kijken of hij eigenlijk nog wandelschoenen heeft….

…. en jij hebt hem al ingeschreven voor de eerstvolgende georganiseerde wandeling van 50 kilometer. 

De situatie op basis van de Fasen van Gedragsverandering 

cliënt wikt en weegt met weegschaal in hand

Wat de situatie soms is:

Je cliënt:

  • Denkt na
  • Ziet dat het misschien wel een goed idee is om meer te bewegen
  • Overweegt wat verschillende opties betekenen voor zijn dagelijks leven
  • En zit ook veel nadelen

Kortom: je cliënt is in de overwegende fase

cliënt met checklist die keuze voorbereidt

En jij: 

  • Hoort je cliënt dingen zeggen die duiden op verandering
  • Ziet haakjes en kansen voor je cliënt
  • En kunt eindelijk doen waar je het beste voor bent opgeleid: iemand praktisch helpen

Kortom: jij gaat uit van de voorbereidende fase. En misschien zelfs al de actiefase, want stiekem verwacht je dat je cliënt ook echt al iets gaat doen deze week. 

Helaas is dit niet effectief en kan dit ervoor zorgen dat jij weerstand gaat ervaren. Terwijl het eigenlijk vooral een gevoel van ’trekken’ is doordat jij veel te ver vooruit loopt.  

Maar wat kan je wel doen?

1. Leer de verschillende fasen goed herkennen

Een cliënt in de overwegende fase hoor je zowel voor- als nadelen benoemen van veranderen. Hij is aan het afwegen. Zal ik wel of zal ik niet? Wat zijn voordelen en wat zijn nadelen?

Dit zie je waarschijnlijk zelfs aan hoe hij erbij zit. Hij kijkt nadenkend verschillende kanten op. En misschien zie je zelf aan zijn romp of handen dat hij dingen aan het afwegen is. 

2. Leer wat je te doen staat in elke fase

Het meest effectieve en duurzame wat je kunt doen is om je cliënt één stapje verder te helpen. Dit vergroot de kans dat hij in de toekomst duurzaam in actie komt.

In de overwegende fase betekent dit dat je nog niet aanstuurt op actie. Wat je wel doet is jouw cliënt helpen om helderheid te krijgen zijn zijn eigen ervaren voor- en nadelen. 

Misschien ten overvloede: dat heeft waarschijnlijk niet zo veel te maken met de voor- en nadelen die jij ziet. 

3. Leer wat je dus niet hoeft te doen

Het klinkt als een open deur. Maar dit is misschien wel het fijnste aan het werken met de fasen van gedragsverandering. Als je weet wat je in elke fase kunt doen om je cliënt te helpen, dan weet je ook wat je nog niet hoeft te doen. 

Dit heeft ontzettend veel voordelen.

Allereerst bespaart het je veel tijd, iets waar je waarschijnlijk toch al geen overschot van hebt.

Ten tweede verbetert het de relatie met je cliënt, als jij niet steeds ‘iets van hem wil’ waar hij nog niet aan toe is.

En ten derde zie ik steeds weer in trainingen: het heeft een enorme invloed op jouw werkplezier. Dat wat je doet is zinvol en effectief en het voelt niet alsof jij degene bent die het hardst aan het werk is. 

Wil je meer weten?

Ik gun jou meer tijd, meer resultaat en meer werkplezier. En ben ervan overtuigd dat het leren werken met de fasen van gedragsverandering hieraan kan bijdragen. 

In september start de 2-daagse training Motiveren met de Fasen van Gedragsverandering. Heb je interesse? Laat het me weten.

enthousiast poppetje als therapeut met een overrompeld poppetje als client

De meestgemaakte fout bij motiveren

Inmiddels geef ik al 10 jaar trainingen in motiveren en gedragsverandering. Maar 2012 of 2022? De valkuilen bij motiveren zijn hetzelfde gebleven. In dit artikel deel ik een veelgemaakte en misschien wel de meestgemaakte fout bij motiveren.

‘Tja’, zegt de cliënt. ‘Misschien is het inderdaad wel een goed idee om te gaan sporten.’

Mijn cursist ziet een opening. Ze springt er vól in. Voor de cliënt het in de gaten heeft gaat het gesprek over verschillende soorten sporten en zelfs over opbouwschema’s. 

Wat zou jouw reactie zijn?

Inmiddels geef ik 10 jaar trainingen in motiveren en gedragsverandering. En heb ik dit in veel varianten voorbij zien komen. Misschien herken jij deze reactie ook wel van jezelf. 

Maar als je je nu voorstel dat jij op de stoel van de cliënt zou zitten. Wat zou er dan met je gebeuren? 

In de praktijk is het vaak zo dat een cliënt bij een volgend gesprek wat voorzichtiger is geworden. Nee, hij heeft niet gesport. En nee, hij heeft er ook geen tijd voor. Geen geld ook trouwens. En geen vervoer. En eigenlijk heeft hij ook niet echt tijd om bij de afspraak te komen. Misschien na de vakantie weer….? 

Je handelt vanuit de verkeerde fase van gedragsverandering

Dit ligt echt niet aan de cliënt. Het is geen weerstand. Het is geen onwil. Het ligt eraan dat de cursist (of in het dagelijks leven misschien wel: jij als professional) handelt vanuit een verkeerde fase van gedragsverandering

Praten over strategie werkt niet in de overwegende fase

Als je de fasen van gedragsverandering leert herkennen, dan weet je dat bovenstaande cliënt in de overwegende fase zit. Een enorme valkuil en misschien wel de meest gemaakte fout bij motiveren is dat een professional denkt dat een cliënt al verder in zijn proces is, namelijk in de voorbereidende fase. 

Praten over verschillende manieren om (bijvoorbeeld) meer te gaan bewegen werkt juist niet in de overwegende fase. Het zorgt voor meer afstand tot je cliënt. Tot weerstand zelfs. 

Hoe reageer jij op mensen die overwegen iets te veranderen?

Let deze week eens op in je dagelijks werk. Hoe reageer jij op mensen die overwegen om iets te veranderen…?

Volgende week deel ik met je hoe je dit volgende de Fasen van Gedragsverandering zou kunnen doen. 

Of lees alvast:

poppetje dat blij is en poppetje dat zich overrompeld voelt

Hoe herken je dat een motiverend gesprek niet effectief verloopt? – 3 signalen

Het is keihard werken, motiveren. Dat is wat cursisten aan het begin van een training regelmatig aangeven. Aan casussen hebben ze geen gebrek. Bij de eerste oefening die we doen is vaak te zien wat ze bedoelen. Ze zijn namelijk vol overgave aan het werk, maar niet altijd met de dingen die werken… In dit artikel geef ik je 3 signalen waarmee je bij jezelf herkent dat je gesprek misschien niet effectief verloopt.

Renate was zelf ontzettend sportief. Haar weekend draaide om hardloopwedstrijden. Door de week trainde ze veel, ’s ochtend vroeg of juist ’s avonds na haar werk. Want Renates overtuiging was: als je iets wilt bereiken, dan moet je daarvoor in actie komen.

Ze vond het dan ook ontzettend lastig om een aantal van haar cliënten te begrijpen. Hoe kon het nu dat die cliënten soms ernstige klachten hadden, maar haar beweegadviezen toch niet opvolgden? Ze had echt alles al geprobeerd. Maar tot sommige mensen leek ze niet door te dringen. Haar leidinggevende dacht dat ze misschien haar pogingen moest opgeven. Maar Renate had het gevoel dat het misschien ook aan haar lag. Daarom had ze zich aangemeld voor een training om haar motiverende vaardigheden te verbeteren.

Op de eerste ochtend van de training deed Renate een gespreksoefening. Ze oefende met Thea. In deze oefening was meteen duidelijk: Renate was kéihard aan het werk.

Laten we eens kijken naar wat zij deed én naar de invloed die dit had op Thea.

#1 Op het puntje van haar stoel

Renate en Thea vormden een mooi duo om naar te kijken. Renate zat op het puntje van haar stoel, een beetje voorover geleund. Ze was duidelijk zeer begaan met de situatie van Thea. Thea achterover in haar stoel. Ze knikte regelmatig, maar leek het allemaal wat over zich heen te laten komen.

In de nabespreking gaf Thea aan dat ze Renate als heel betrokken had ervaren. Tegelijkertijd was ze wat overdonderd geweest door Renates enthousiaste ideeën en plannen. Ze had wel goed geluisterd, maar had niet echt het gevoel dat het over haar ging…

#2 Bang voor stiltes

Renate stelde tijdens het gesprek heel mooie open vragen. In haar enthousiasme gaf ze daarna Thea ook meteen een aantal suggesties voor een antwoord. Thea sloot zich steeds aan bij één van deze suggesties.

Thea vertelde achteraf dat ze niet goed had nagedacht over haar eigen antwoorden. Ze wist niet altijd of het voor haar ook precies zo zat, daar had ze niet bij stil gestaan.

#3 Keihard oplossingen aan het bedenken

Bij de oefening zagen we dat Renate echt keihard werkte. Ze was duidelijk een snelle en creatieve denker. Ze wist in te haken op wat Thea zei en had steeds een volgende vraag paraat. Tegelijkertijd dacht ze mee over oplossingen voor allerlei praktische bezwaren die Thea zag.

Thea bleek Renate als heel deskundig te hebben ervaren. Ze vond dat Renate veel ideeën en goede tips had. Ze zag  wel praktische bezwaren, want veel van Renates suggesties zouden niet passen bij haar leven. Ze zou er nog wel eens over nadenken.

Hard aan het werk

Na de oefening was slaakte Renate een diepe zucht. Ze zag er verhit uit en was toe aan een groot glas water. Thea zag er ontspannen uit. Renate bekende dat dit ook vaak was hoe ze een gesprek met een cliënt afsloot.

Regelmatig was zij degene was die hard aan het werk was. Renate besefte door Thea’s feedback dat dit wel eens kon betekenen dat er minder ruimte voor haar cliënt was om rustig na te denken en gemotiveerd te raken…

Leerpunten voor een motiverend gesprek

Wat Renate leerde:

  • Voor haar werkt het goed om wat meer achterover in haar stoel te blijven zitten. Ze merkte zowel in de training als daarna in haar werk dat haar cliënten daardoor veel meer ruimte ervaren.
  • Ze kan wat vaker stiltes laten vallen. Ze leerde zichzelf aan om na een open vraag even rustig adem te halen. Ze was verbaasd dat haar cliënten dat helemaal niet zo ongemakkelijk leken te vinden als zij dat vond. Er kwamen soms juist heel mooie reacties.
  • Als je zelf wat minder hard bezig bent met oplossingen, ontstaat er ruimte voor een cliënt om die zelf te bedenken. Vaak kwamen cliënten dan met een inzicht of idee. Maar waar Renate écht verbaasd over was, was dat cliënten zo’n idee ook vaker echt uitvoerden.

Haar conclusie:

Als je iemand anders wilt motiveren, dan werkt het niet om hem of haar het denkwerk uit handen te nemen. Als je beseft dat jij veel harder aan het werk bent dan de ander, dan doe je er goed aan om dat te veranderen.

Is motiveren dan makkelijk?

Als je jezelf andere vaardigheden aanleert, dan is dat in het begin nooit makkelijk. Renate en andere cursisten merken in het begin dat het echt niet vanzelf gaat. Als je echter leert om meer te focussen op het proces van het gesprek in plaats van op allerlei inhoudelijk oplossingen, dan breng je langzamerhand veel meer rust in de gesprekken. Je komt zelf energieker uit het gesprek. En het belangrijkste: je behaalt meer resultaten voor je cliënt, omdat je ervoor zorgt dat deze zelf tot inzichten komt of met oplossingen komt.

Wil jij beter leren motiveren?

Renate volgde een 3-daagse training op basis van de Fasen van Gedragsverandering.

Wil je weten of dit ook iets voor jou is? Neem dan contact met mij op.

weerstand

Mijn cliënt wíl gewoon niet…

“Mijn cliënt wil gewoon niet.” 

Dat is iets wat ik heel vaak hoor in trainingen. En ik geloof het bijna nooit. 

Luister waarom ik dit bijna nooit geloof, of lees verder onder de video. 

Een cliënt komt niet zomaar bij jou

Een cliënt komt bij jou voor begeleiding. Misschien is hij verwezen door een huisarts of meegenomen door een familielid. Maar toch ís hij er wel. De kans is groot dat hij in ieder geval open staat voor de mogelijkheid om iets te veranderen.

Maar wat als hij niet doet wat hij zegt?

Maar als hij steeds weer zijn afspraken niet nakomt en niet in actie komt dan is er natuurlijk wel wat aan de hand. 

En oké, soms wil iemand misschien niet. Maar eerlijk gezegd denk ik dat het probleem meestal ergens anders ligt. Iemand denkt het niet te kunnen.

Vertrouwen in verandering

Denk eens aan iets wat je misschien wel wilt, maar waarvan je denkt dat je het niet kan. De kans is groot dat je dan niet in actie komt. Dat geldt ook voor je cliënt. Als hij denkt dat hij niet kan veranderen, dan zal hij niet in beweging komen. 

Deze situatie vraagt iets van jou als begeleider. Want het helpt in dit geval echt niet om uit te leggen waarom het zo belangrijk is om te veranderen. Dat weet hij waarschijnlijk zelf ook wel. 

Wat staat je wél te doen? 

Wat jouw cliënt nodig heeft is vertrouwen. Jij kan hem helpen om dit vertrouwen te vergroten. 

 En ook dat is één van de belangrijke dingen van Positief Motiveren.

Positief Motiveren focust vaak op vertrouwen

Bij Positief Motiveren kijk je eerst naar welk ingrediënt van motivatie er nodig is, bijvoorbeeld met de Motivatie-check. In heel veel gevallen is het vergroten van vertrouwen het belangrijkste aangrijpingspunt. Dat kan je op verschillende manieren doen.

Positief Motiveren. Positief voor je cliënt, positief voor jou en positief voor jullie relatie.

Annelies Overwijk: hoe helpen begeleiders bij een gezonde leefstijl voor mensen met een verstandelijke beperking?

Mensen met een matige tot zeer ernstige verstandelijke beperking hebben voor alle aspecten van hun leven ondersteuning nodig van anderen. Dit geldt ook voor het hebben van een gezonde leefstijl.

Begeleiders helpen hier vaak bij een gezonde leefstijl. Zij geven echter aan dat ze niet altijd genoeg weten en kunnen om te helpen bij een gezonde leefstijl.

Annelies Overwijk heeft hier onderzoek naar gedaan binnen het project De Krachten gebundeld. Zij promoveerde in april 2022 en kort daarna gingen we in gesprek.

In het gesprek worden verschillende websites genoemd. 

Dit zijn: 

Daarnaast is misschien relevant om te lezen:

gedragsmodel balm: openstaan, begrijpen, willen, kunnen, doen, volhouden

In gesprek met Marcel Balm over het Balm model

Ben jij bijvoorbeeld tijdens je opleiding wel eens in contact gekomen met het Balm model? Dan ben je niet de enige. Dit denkmodel dat draait om de begrippen openstaan, begrijpen, willen, kunnen, doen en volhouden wordt in vele studieboeken gebruikt. Maar waar komt dit model eigenlijk vandaan? En wat kan je ermee? In deze aflevering ga ik in gesprek met Marcel Balm, naar wie dit model genoemd is.

Voor mij was het leerzaam, want door wat meer achtergronden te horen werd me duidelijk in welke opzichten de opzet en insteek van dit model anders is dan van die van de Fasen van Gedragsverandering, waar ik zelf veel mee werk. 

Ken je het Balm-model niet? Dat is geen probleem, de aflevering is net zo interessant. Maar misschien vind je het dan handig om te weten dat dit draait om de begrippen openstaan, begrijpen, willen kunnen, doen en volhouden. Onder de mediaspeler vind je zowel een afbeelding van het model als een link naar meer informatie.

Een aanvulling: rond de 6 minuten noemt Marcel de wet op de paramedische beroepen, maar hier wordt de wet BIG bedoeld.

Meer weten?

Over het model Balm:

Over de fasen van gedragsverandering, waar ik in deze aflevering het model mee vergelijk:

Mag ik je even feedback geven?

Mag ik je even feedback geven?

“Mag ik je even feedback geven?”

Krijg jij die vraag wel eens? Of stel jij hem wel eens? 

In trainingen hoor ik soms dat deze zin veelgebruikt wordt onder collega’s. En eigenlijk zijn er maar weinig mensen blij mee. 

Dus in deze podcast: wat je kunt doen als je deze vraag gesteld wordt. Of wilt stellen. En ook: wat je beter kunt vragen als je iemand feedback wilt geven. 

kind dat meegesleept wordt door been van zijn ouder

Waarom weerstand niet bestaat

  • ‘Er is weerstand binnen dit team als het gaat om de organisatieverandering’
  • ‘Deze begeleider schiet in de weerstand als het gaat om nieuwe taken’
  • ‘Deze cliënt heeft weerstand tegen het behandelplan’

Dit zijn zinnen die ik regelmatig hoor van klanten. En ik begrijp helemaal wat ze op zo’n moment bedoelen.

Maar voor mij is het uitgangspunt: weerstand bestaat niet. Hoe dat zit, daar vertel ik over in deze podcast.

Onder de podcast vind je de genoemde links.

Links in deze podcast:

twijfelende vrouw

Als je ja zeggen, maar nee doen

Misschien ken jij dat ook wel. Dat je een afspraak maakt met je cliënt, met een collega of met een team. En dat je dan de volgende keer dat jullie elkaar spreken merkt: er is niets gebeurt. Dat wat jullie af hebben gesproken is niet gedaan.

Ze zeiden ja. Maar deden het niet.

Daarover gaat de aflevering van vandaag. Ik geef je 3 scenario’s van wat er aan de hand kan zijn. En hoe je het ja zeggen en nee doen kunt voorkomen. Onder de podcast-speler vind je inzichten van deelnemers aan trainingen.

Wat zijn de inzichten van professionals die deelnemen aan een training?

  1. Ze geven te snel antwoord op een vraag. Na een training nemen ze vaak meer tijd voor de vraag, aan de analyse, aan het probleem. En gaan pas later naar een plan of oplossing.
  2. Mensen zéggen helemaal geen ja. In een gesprek veronderstellen zij dat er ‘ja’ gezegd wordt. Na een training stellen zij vaak aanvullende – slimme – vragen die snel boven tafel krijgen of er wel echt ‘ja’ bedoeld wordt.
  3. Ze schatten de fase van verandering verkeerd in. Na een training komen veel professionals erachter dat ze te optimistisch zijn in het inschatten van de fase van gedragsverandering. Door ’terug te schakelen’ naar de juiste fase komt een ander veel meer in beweging.

Meer weten?

Wil je meer weten over Positief Motiveren?