Overslaan en naar de inhoud gaan

Auteur: admin

Hoe jouw rol je gedrag bepaalt

Hoe stap je nu eenvoudig in een coachende rol? Deze vraag komt in alle trainingen en in een aantal workshops aan de orde. Want wil je iemand helpen om duurzaam te veranderen? En dus iemand daadwerkelijk motiveren? Dan heb je in de meeste gevallen behoefte aan een iets meer coachende rol. 

Ben je wel jezelf als je kiest voor een rol?

Jaren geleden zag ik het hebben van verschillende rollen als iets negatiefs. Ik dacht aan theater, aan niet jezelf zijn. Aan doen alsof.

Inmiddels kijk ik daar anders naar. Je hebt nu eenmaal verschillende rollen in het leven en bij die verschillende rollen hoort ander gedrag. 

Ik laat het zien aan de hand van een aantal voorbeelden.

Welke taal spreek jij? 

Toen ik opgroeide spraken mijn ouders dialect. Met elkáár dan in ieder geval. 

Met ons als kinderen spraken ze Nederlands, want ze vonden het belangrijk dat wij dat goed leerden. 

Dit leidde trouwens wel eens tot grappige situaties. Soms zeiden wij tegen mijn moeder: ‘dat heb je al verteld! ‘Zij zei dan: ‘maar ik zeg het nu tegen papa’. Wij wisten meteen dat dat niet zo was, want ze sprak Nederlands. 

Pas als volwassene ging ik ook dialect spreken. Maar alleen met mijn vader. Daar hoefde ik niet over na te denken, het schakelen ging volledig automatisch. 

Als dochter – vanuit mijn rol als dochter – praatte ik dialect. 

Maar in elke andere situatie en vanuit elke andere rol Nederlands. 

Ben jij ook opgegroeid met een dialect of een tweede taal? Dan herken je dit vast! Je denkt er niet voortdurend over na, het omschakelen gaat automatisch. 

Stop jij voor oranje? 

Een ander voorbeeld dat je misschien herkent:

Ik studeerde in Groningen, een stad waar veel gefietst wordt. Zoals iemand eens zei: studenten doen niet echt aan verkeersregels. Ze fietsen om elkaar heen. En dat gaat verrassend goed. 

Dat gold ook voor mij. Als ik een oranje stoplicht zag, dan zette ik even een tandje bij. Kon nog net, toch? 

Jaren later fiets ik door Assen. Maar nu met mijn kinderen. Bij een oranje stoplicht hoef ik niet na te denken. Ik rem. 

Het is hetzelfde oranje stoplicht.

In mijn rol als student zette ik een tandje bij.
In mijn rol als ouder rem ik. 

Van onbewust naar bewust

Bovenstaande situaties zijn voor mij onbewust. Ik hoef er niet over na te denken of ik dialect spreek of ga remmen. Ik doe dit vanzelf, omdat het past bij mijn rol van dat moment.

Je kunt je rol echter ook bewust kiezen. Want als je jouw rol bewust kiest, dan volgt daar vaak automatisch bepaald gedrag uit. 

Zo kies ik bij sommige overleggen bewust voor een coachende rol. 
Ik ben dan automatisch minder aan het woord. 

Bij andere overleggen kies ik voor een faciliterende rol. 
Ik ben dan als vanzelf steeds aan het onderzoeken wat er nodig is om beweging te brengen in een proces.

Of mij is expliciet gevraagd om advies te geven.
Ik ben dan automatisch meer aan het woord en meer aan het uitleggen. Sterker nog: misschien heb ik nu wel een presentatie bij me en zit ik niet aan tafel maar sta ik ervoor.

Van adviseren naar coachen

In mijn trainingen willen mensen leren motiveren. 

Wat het moeilijkst is voor de meeste deelnemers is om te stoppen met tips geven. En om daadwerkelijk te gaan motiveren. Hiervoor is vaak een coachende rol nodig. 

Natuurlijk heb je hiervoor coachende en motiverende vaardigheden nodig. Maar mijn overtuiging is ook: 

Als jij je bewust bent van je coachende rol, als je deze écht voelt en als je weet wat je voor de ander wilt bereiken, dan doe je vaak als vanzelf al de juiste dingen. 

Meer weten?

Wil jij weten hoe je eenvoudige in een coachende rol stapt?

In de training Motiveren met de Fasen van Gedragsverandering besteden we volop aandacht aan het ervaren en ontwikkelen van jouw coachende rol. 

Waarom de perfecte vraag stellen niet altijd werkt

Onlangs bleek bij een workshop opnieuw: ook al stel je een technisch perfecte vraag, het effect kan heel anders zijn dan je denkt. In dit blog lees je waarom het gaat om het gevoel dat je de ander geeft en minder om de precieze vraag die je stelt. 

De zaal viel stil

‘Wat vind je zo leuk aan kamperen?’ vroeg haar collega achterin de zaal. 

Jonna, die tussen twee stippen voor de groep stond, stapte naar links, naar de min. Door deze vraag voelde zij zich kleiner, afhankelijker. 

Ik vroeg een andere collega die voor in de zaal zat om precies dezelfde vraag te stellen. 

“Wat vind je zo leuk aan kamperen?’. Dezelfde woorden, dezelfde toon. 

Jonna stapte naar rechts, naar de plus. Door deze vraag voelde zij zich groter, sterker. 

De zaal viel stil. 

Wat was de situatie? 

In kennismakingsworkshops gebruik ik vaak een aantal oefeningen om te laten ervaren wat het effect is van een coachende rol. 

Soms hebben deelnemers al één of meer cursussen gevolgd. Motiverende gespreksvoering en oplossingsgericht coachen worden het meest genoemd. Ik ben fan van beide. 

Maar toch speelt er zoveel meer mee dan welke vraag je precies stelt. In een eenvoudige ervaringsoefening wordt dat vaak binnen een paar minuten duidelijk. 

Zowel voor de proefpersoon, in dit geval Jonna. Zij kreeg een totaal ander gevoel bij twee keer dezelfde vraag. 

Als voor de andere aanwezigen. Die zagen dat Jonna zich bij beide vragen anders voelde, doordat ze naar de andere kant stapte. 

Hoe kan dit? 

Voor Jonna en haar collega’s was dit eerst een raadsel. Hoe kan dit nu? 

Gelukkig konden we het Jonna vragen en samen analyseren wat er gebeurde.

Jonna kende de collega achterin de zaal niet. Ze realiseerde zich dat ze onbewust het gevoel had gekregen dat zij wat sceptisch stond tegenover kamperen. Alsof er ‘boven water’ een mooie vraag werd gesteld. Maar tegelijkertijd ‘onder water’ het gevoel meekwam van ‘jeetje, wat vind je dáár nu aan?’

Terwijl de collega voor in de zaal toevallig net had verteld dat hij enorm van kamperen houdt en dat hij haar verhaal herkende. 

Jonna hoorde hier ‘boven water’ dezelfde vraag. Maar de informatie ‘onder water’ was heel anders en ervaarde zij als begrip, als verbinding en als gezien worden.

In dit geval konden we natuurlijk checken of de ‘onder water’ informatie van de collega achterin de zaal ook klopte. Ze hield inderdaad niet van kamperen. Hoewel zij zich totaal niet bewust was dat zij dit had gecommuniceerd. 

Soms interpreteert iemand een signaal of een gevoel op een andere manier dan jij bedoeld hebt. Het is belangrijk om je daar bewust van te zijn. 

Om het nog iets ingewikkelder te maken: Het ligt niet altijd aan de boodschap die je – boven of onder water – uitzendt. Er spelen ook andere factoren mee, waar jij veel moeilijker invloed op hebt. In bovenstaande kennismakingsworkshop lieten we dat buiten beschouwing.  

Waarom de perfecte vraag stellen niet altijd werkt

Wat de groep zag gebeuren is dat communicatie maar voor een klein deel ‘boven water’ plaatsvindt. Er komt ‘onder water’ heel veel informatie mee. Bedoeld of onbedoeld, kloppend of niet kloppend. 

Dit is waarom je een perfecte vraag kunt stellen. Maar dat betekent niet dat het altijd werkt. 

Wat kan je leren? 

Ik vind het belangrijk dat je ook ‘onder water’ leert communiceren. 

Als het gaat om motiveren en coachen, dan helpt het als je jouw rol ook echt voelt. Dat is zo in een blog lastig uitleggen. 

Samengevat

Mijn advies is om zéker je motiverende en coachende vaardigheden te ontwikkelen, op welke manier dan ook. Maar realiseer dat je er daarmee niet bent. 

Je maakt je coaching effectiever en je werk ook veel leuker als je je bewust bent hoe je eenvoudiger in die coachende rol stapt. 

Meer weten? 

In de training Motiveren met de Fasen van Gedragsverandering besteden we volop aandacht aan het ervaren en ontwikkelen van jouw coachende rol. 

poppetje dat twijfelt, met een stapel rode zakjes en een stapel groene zakjes

Hoe zorg je dat je niet te snel gaat?

Wat ik het meest zie bij trainingen in motiveren is dat professionals te snel gaan. In dit blog deel ik met je hoe je deze valkuil vermijdt.

Als gedragsverandering niet over jou gaat, dan ga je vaak veel te snel. Ik schreef eerder over deze meestgemaakte fout.

Steeds weer zie ik het bij cursisten gebeuren. Ze zien kansen, horen haakjes. En gáán ervoor. 

Een wandeling van 50 kilometer

Misschien helpt deze vergelijking je om te zien wat er gebeurt:

Jouw cliënt denkt na over meer bewegen. Misschien kijkt hij al even in zijn kast om te kijken of hij eigenlijk nog wandelschoenen heeft….

…. en jij hebt hem al ingeschreven voor de eerstvolgende georganiseerde wandeling van 50 kilometer. 

De situatie op basis van de Fasen van Gedragsverandering 

cliënt wikt en weegt met weegschaal in hand

Wat de situatie soms is:

Je cliënt:

  • Denkt na
  • Ziet dat het misschien wel een goed idee is om meer te bewegen
  • Overweegt wat verschillende opties betekenen voor zijn dagelijks leven
  • En zit ook veel nadelen

Kortom: je cliënt is in de overwegende fase. 

cliënt met checklist die keuze voorbereidt

En jij: 

  • Hoort je cliënt dingen zeggen die duiden op verandering
  • Ziet haakjes en kansen voor je cliënt
  • En kunt eindelijk doen waar je het beste voor bent opgeleid: iemand praktisch helpen

Kortom: jij gaat uit van de voorbereidende fase. En misschien zelfs al de actiefase, want stiekem verwacht je dat je cliënt ook echt al iets gaat doen deze week. 

Helaas is dit niet effectief en kan dit ervoor zorgen dat jij weerstand gaat ervaren. Terwijl het eigenlijk vooral een gevoel van ’trekken’ is doordat jij veel te ver vooruit loopt.  

Maar wat kan je wel doen?

1. Leer de verschillende fasen goed herkennen

Een cliënt in de overwegende fase hoor je zowel voor- als nadelen benoemen van veranderen. Hij is aan het afwegen. Zal ik wel of zal ik niet? Wat zijn voordelen en wat zijn nadelen?

Dit zie je waarschijnlijk zelfs aan hoe hij erbij zit. Hij kijkt nadenkend verschillende kanten op. En misschien zie je zelf aan zijn romp of handen dat hij dingen aan het afwegen is. 

2. Leer wat je te doen staat in elke fase

Het meest effectieve en duurzame wat je kunt doen is om je cliënt één stapje verder te helpen. Dit vergroot de kans dat hij in de toekomst duurzaam in actie komt.

In de overwegende fase betekent dit dat je nog niet aanstuurt op actie. Wat je wel doet is jouw cliënt helpen om helderheid te krijgen zijn zijn eigen ervaren voor- en nadelen. 

Misschien ten overvloede: dat heeft waarschijnlijk niet zo veel te maken met de voor- en nadelen die jij ziet. 

3. Leer wat je dus niet hoeft te doen

Het klinkt als een open deur. Maar dit is misschien wel het fijnste aan het werken met de fasen van gedragsverandering. Als je weet wat je in elke fase kunt doen om je cliënt te helpen, dan weet je ook wat je nog niet hoeft te doen. 

Dit heeft ontzettend veel voordelen.

Allereerst bespaart het je veel tijd, iets waar je waarschijnlijk toch al geen overschot van hebt.

Ten tweede verbetert het de relatie met je cliënt, als jij niet steeds ‘iets van hem wil’ waar hij nog niet aan toe is.

En ten derde zie ik steeds weer in trainingen: het heeft een enorme invloed op jouw werkplezier. Dat wat je doet is zinvol en effectief en het voelt niet alsof jij degene bent die het hardst aan het werk is. 

Wil je meer weten?

Ik gun jou meer tijd, meer resultaat en meer werkplezier. En ben ervan overtuigd dat het leren werken met de fasen van gedragsverandering hieraan kan bijdragen. 

In september start de 2-daagse training Motiveren met de Fasen van Gedragsverandering. Heb je interesse? Laat het me weten.

enthousiast poppetje als therapeut met een overrompeld poppetje als client

De meestgemaakte fout bij motiveren

Inmiddels geef ik al 10 jaar trainingen in motiveren en gedragsverandering. Maar 2012 of 2022? De valkuilen bij motiveren zijn hetzelfde gebleven. In dit artikel deel ik een veelgemaakte en misschien wel de meestgemaakte fout bij motiveren.

‘Tja’, zegt de cliënt. ‘Misschien is het inderdaad wel een goed idee om te gaan sporten.’

Mijn cursist ziet een opening. Ze springt er vól in. Voor de cliënt het in de gaten heeft gaat het gesprek over verschillende soorten sporten en zelfs over opbouwschema’s. 

Wat zou jouw reactie zijn?

Inmiddels geef ik 10 jaar trainingen in motiveren en gedragsverandering. En heb ik dit in veel varianten voorbij zien komen. Misschien herken jij deze reactie ook wel van jezelf. 

Maar als je je nu voorstel dat jij op de stoel van de cliënt zou zitten. Wat zou er dan met je gebeuren? 

In de praktijk is het vaak zo dat een cliënt bij een volgend gesprek wat voorzichtiger is geworden. Nee, hij heeft niet gesport. En nee, hij heeft er ook geen tijd voor. Geen geld ook trouwens. En geen vervoer. En eigenlijk heeft hij ook niet echt tijd om bij de afspraak te komen. Misschien na de vakantie weer….? 

Je handelt vanuit de verkeerde fase van gedragsverandering

Dit ligt echt niet aan de cliënt. Het is geen weerstand. Het is geen onwil. Het ligt eraan dat de cursist (of in het dagelijks leven misschien wel: jij als professional) handelt vanuit een verkeerde fase van gedragsverandering. 

Praten over strategie werkt niet in de overwegende fase

Als je de fasen van gedragsverandering leert herkennen, dan weet je dat bovenstaande cliënt in de overwegende fase zit. Een enorme valkuil en misschien wel de meest gemaakte fout bij motiveren is dat een professional denkt dat een cliënt al verder in zijn proces is, namelijk in de voorbereidende fase. 

Praten over verschillende manieren om (bijvoorbeeld) meer te gaan bewegen werkt juist niet in de overwegende fase. Het zorgt voor meer afstand tot je cliënt. Tot weerstand zelfs. 

Hoe reageer jij op mensen die overwegen iets te veranderen?

Let deze week eens op in je dagelijks werk. Hoe reageer jij op mensen die overwegen om iets te veranderen…?

Volgende week deel ik met je hoe je dit volgende de Fasen van Gedragsverandering zou kunnen doen. 

Of lees alvast:

weerstand

Mijn cliënt wíl gewoon niet…

“Mijn cliënt wil gewoon niet.” 

Dat is iets wat ik heel vaak hoor in trainingen. En ik geloof het bijna nooit. 

Luister waarom ik dit bijna nooit geloof, of lees verder onder de video. 

Een cliënt komt niet zomaar bij jou

Een cliënt komt bij jou voor begeleiding. Misschien is hij verwezen door een huisarts of meegenomen door een familielid. Maar toch ís hij er wel. De kans is groot dat hij in ieder geval open staat voor de mogelijkheid om iets te veranderen.

Maar wat als hij niet doet wat hij zegt?

Maar als hij steeds weer zijn afspraken niet nakomt en niet in actie komt dan is er natuurlijk wel wat aan de hand. 

En oké, soms wil iemand misschien niet. Maar eerlijk gezegd denk ik dat het probleem meestal ergens anders ligt. Iemand denkt het niet te kunnen.

Vertrouwen in verandering

Denk eens aan iets wat je misschien wel wilt, maar waarvan je denkt dat je het niet kan. De kans is groot dat je dan niet in actie komt. Dat geldt ook voor je cliënt. Als hij denkt dat hij niet kan veranderen, dan zal hij niet in beweging komen. 

Deze situatie vraagt iets van jou als begeleider. Want het helpt in dit geval echt niet om uit te leggen waarom het zo belangrijk is om te veranderen. Dat weet hij waarschijnlijk zelf ook wel. 

Wat staat je wél te doen? 

Wat jouw cliënt nodig heeft is vertrouwen. Jij kan hem helpen om dit vertrouwen te vergroten. 

 En ook dat is één van de belangrijke dingen van Positief Motiveren.

Positief Motiveren focust vaak op vertrouwen

Bij Positief Motiveren kijk je eerst naar welk ingrediënt van motivatie er nodig is, bijvoorbeeld met de Motivatie-check. In heel veel gevallen is het vergroten van vertrouwen het belangrijkste aangrijpingspunt. Dat kan je op verschillende manieren doen.

Positief Motiveren. Positief voor je cliënt, positief voor jou en positief voor jullie relatie.

Annelies Overwijk: hoe helpen begeleiders bij een gezonde leefstijl voor mensen met een verstandelijke beperking?

Mensen met een matige tot zeer ernstige verstandelijke beperking hebben voor alle aspecten van hun leven ondersteuning nodig van anderen. Dit geldt ook voor het hebben van een gezonde leefstijl.

Begeleiders helpen hier vaak bij een gezonde leefstijl. Zij geven echter aan dat ze niet altijd genoeg weten en kunnen om te helpen bij een gezonde leefstijl.

Annelies Overwijk heeft hier onderzoek naar gedaan binnen het project De Krachten gebundeld. Zij promoveerde in april 2022 en kort daarna gingen we in gesprek.

In het gesprek worden verschillende websites genoemd. 

Dit zijn: 

Daarnaast is misschien relevant om te lezen:

gedragsmodel balm: openstaan, begrijpen, willen, kunnen, doen, volhouden

In gesprek met Marcel Balm over het Balm model

Ben jij bijvoorbeeld tijdens je opleiding wel eens in contact gekomen met het Balm model? Dan ben je niet de enige. Dit denkmodel dat draait om de begrippen openstaan, begrijpen, willen, kunnen, doen en volhouden wordt in vele studieboeken gebruikt. Maar waar komt dit model eigenlijk vandaan? En wat kan je ermee? In deze aflevering ga ik in gesprek met Marcel Balm, naar wie dit model genoemd is.

Voor mij was het leerzaam, want door wat meer achtergronden te horen werd me duidelijk in welke opzichten de opzet en insteek van dit model anders is dan van die van de Fasen van Gedragsverandering, waar ik zelf veel mee werk. 

Ken je het Balm-model niet? Dat is geen probleem, de aflevering is net zo interessant. Maar misschien vind je het dan handig om te weten dat dit draait om de begrippen openstaan, begrijpen, willen kunnen, doen en volhouden. Onder de mediaspeler vind je zowel een afbeelding van het model als een link naar meer informatie.

Een aanvulling: rond de 6 minuten noemt Marcel de wet op de paramedische beroepen, maar hier wordt de wet BIG bedoeld.

Meer weten?

Over het model Balm:

Over de fasen van gedragsverandering, waar ik in deze aflevering het model mee vergelijk:

Mag ik je even feedback geven?

Mag ik je even feedback geven?

“Mag ik je even feedback geven?”

Krijg jij die vraag wel eens? Of stel jij hem wel eens? 

In trainingen hoor ik soms dat deze zin veelgebruikt wordt onder collega’s. En eigenlijk zijn er maar weinig mensen blij mee. 

Dus in deze podcast: wat je kunt doen als je deze vraag gesteld wordt. Of wilt stellen. En ook: wat je beter kunt vragen als je iemand feedback wilt geven. 

kind dat meegesleept wordt door been van zijn ouder

Waarom weerstand niet bestaat

  • ‘Er is weerstand binnen dit team als het gaat om de organisatieverandering’
  • ‘Deze begeleider schiet in de weerstand als het gaat om nieuwe taken’
  • ‘Deze cliënt heeft weerstand tegen het behandelplan’

Dit zijn zinnen die ik regelmatig hoor van klanten. En ik begrijp helemaal wat ze op zo’n moment bedoelen.

Maar voor mij is het uitgangspunt: weerstand bestaat niet. Hoe dat zit, daar vertel ik over in deze podcast.

Onder de podcast vind je de genoemde links.

Links in deze podcast:

twijfelende vrouw

Als je ja zeggen, maar nee doen

Misschien ken jij dat ook wel. Dat je een afspraak maakt met je cliënt, met een collega of met een team. En dat je dan de volgende keer dat jullie elkaar spreken merkt: er is niets gebeurt. Dat wat jullie af hebben gesproken is niet gedaan.

Ze zeiden ja. Maar deden het niet.

Daarover gaat de aflevering van vandaag. Ik geef je 3 scenario’s van wat er aan de hand kan zijn. En hoe je het ja zeggen en nee doen kunt voorkomen. Onder de podcast-speler vind je inzichten van deelnemers aan trainingen.

Wat zijn de inzichten van professionals die deelnemen aan een training?

  1. Ze geven te snel antwoord op een vraag. Na een training nemen ze vaak meer tijd voor de vraag, aan de analyse, aan het probleem. En gaan pas later naar een plan of oplossing.
  2. Mensen zéggen helemaal geen ja. In een gesprek veronderstellen zij dat er ‘ja’ gezegd wordt. Na een training stellen zij vaak aanvullende – slimme – vragen die snel boven tafel krijgen of er wel echt ‘ja’ bedoeld wordt.
  3. Ze schatten de fase van verandering verkeerd in. Na een training komen veel professionals erachter dat ze te optimistisch zijn in het inschatten van de fase van gedragsverandering. Door ’terug te schakelen’ naar de juiste fase komt een ander veel meer in beweging.

Meer weten?

Wil je meer weten over Positief Motiveren?